← Alle projecten

Leidsche Rijn Noord

Stand van zaken hoogbouwkavel, ontwikkelingsgebied

Gevonden adres
stockholmstraat
Locatie
locatie bij benadering — alleen straat Toon op kaart
Coördinaten
52.10028084, 5.06385139

Vergaderingen (6)

  1. 7 jul. 2026

    Verslag, pagina 1

    Aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van woningen met maatschappelijke en commerciële voorzieningen (ruimte)

    Samenvatting door AI

    In de vergadering zijn verschillende architecten vanuit het ontwerpteam aanwezig. Er wordt ingegaan op een aantal van de in de vergunning gestelde voorwaarden. De commissie heeft kennisgenomen van het advies van het Q-team. In het kader van het vergunningenproces is haar reactie gesplitst in ‘overwegingen’ en ‘voorschriften’.

    Conclusie: De commissie kan zich vinden in het gewijzigde voorstel voor de plint van toren B, de kronen van toren A en B en de aangepaste pui van de technische ruimtes bij toren C, onder voorwaarden over technische uitwerking, de vinnen van toren B, het dakranddetail en overige voorwaarden.

    Brontekst
    1. Leidsche Rijn Centrum Noord – MARK (reactie t.a.v. kroon) CvB / 0054488 Reykjavikstraat, Stockholmstraat, Terwijdesingel Aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van woningen met maatschappelijke en commerciële voorzieningen (ruimte) Aanvraag : Gemeente Utrecht Ontwerp en toelichting : De Architecten Cie Aanwezig Gemeente : - (zie verslag 14/04 en 26/05 2026) Gespreksverslag In de vergadering zijn verschillende architecten vanuit het ontwerpteam aanwezig. Er wordt ingegaan op een aantal van de in de vergunning gestelde voorwaarden. De commissie heeft kennisgenomen van het advies van het Q-team. In het kader van het vergunningenproces is haar reactie gesplitst in ‘overwegingen’ en ‘voorschriften’. Overweging Toren A Het Q-team en de commissie kunnen zich vinden in het voorstel om het aantal verticalen weer in evenwicht te brengen in de compositie van het gebouw. Fijn dat vorige kroon terug is. Het huidige voorstel is akkoord en kan technisch worden uitgewerkt. Toren B Het Q-team en de commissie zijn akkoord met de doorgevoerde wijzigingen in de plint. De kleine luifels passen in beton beter bij de gevelopzet, de indeling van de puien overtuigt en wordt gewaardeerd. De commissie geeft in overweging de linker pui als vouwpui uit te voeren. De kroon is verbeterd en er is meer verbinding met de romp. De commissie kan zich vinden in de hoofdopzet en adviseert in de technische uitwerking de vinnen taps (puntig) toe te laten lopen (‘vingers’ in de lucht, conform het eerdere voorstel). Ze adviseert de bovenrand zo transparant mogelijk te maken en zo mogelijk de glazen rand wat te verhogen. Deze is nu 60 cm ten opzichte van de bovenkant van de horizontale archterconstructie en de commissie betwijfelt of dit, gelet op de schaal van het gebouw, voldoende hoog is. Op conceptueel niveau moet de kroon zoveel mogelijk in de lucht oplossen en zoveel mogelijk ‘fade out’ bij de glazen rand is gewenst. Toren C Het Q-team en de commissie zijn akkoord met de wijziging van de pui van de technische ruimtes. De detaillering van de dakrand kan echter nog worden geoptimaliseerd. Het is essentieel dat er voldoende grondpakket aanwezig is om de gepresenteerde royale groene rand waar te maken. De commissie geeft in overweging geen bak toe te passen, maar bijvoorbeeld een aarden talud. Ook raadt ze aan een vorm van een beregeningsinstallatie toe te voegen. Voorschriften De commissie kan zich vinden in het gewijzigde voorstel voor de plint van toren B, de kronen van toren A en B en de aangepaste pui van de technische ruimtes bij toren C. Ze stemt in onder de voorwaarden dat: - de technische uitwerking ter beoordeling wordt voorgelegd; - de vinnen van toren B taps (puntig) worden beëindigd en de hoogte van de glazen rand in de kroon (zo mogelijk) geoptimaliseerd wordt; - het dakranddetail van de parkeergarage geoptimaliseerd wordt (meer gronddekking; geen bak?) en een beregeningsinstallatie wordt aangebracht; - de eerder gestelde overige voorwaarden nog ter harte worden genomen.
    Kenmerk (deze vergadering)
    CvB / 0054488
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    verslag 14/04 en 26/05 2026
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/2364
  2. 26 mei 2026

    Verslag, pagina 1

    Aanvraag omgevingsoverleg voor het bouwen van woningen met maatschappelijke en commerciële voorzieningen (ruimte.)

    Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
    Samenvatting door AI

    De commissie bespreekt de wijzigingen na de vorige bespreking van 14 april 2026, waaronder aanpassingen aan het basement en toren A, zinken luifels en draagstructuur bij toren B, en dakranden van het parkeergebouw bij toren C. Er is veel waardering voor het plan, maar er zijn ook aandachtspunten over het landschapsontwerp, groenvoorzieningen, bomen van de eerste orde, windklimaat, en de detaillering van de torens en de plint.

    Conclusie: De commissie brengt een positief advies uit onder voorwaarden, waaronder het opvolgen van de voorwaarden van supervisoren, het indienen van het inrichtingsplan, het interieurontwerp van de begane grond van toren B, optimalisatie van de kronen van toren A en B, duurzaamheidsinformatie, definitieve bemonstering en mock-ups, en dat de commissie aangehaakt blijft.

    Brontekst
    1. Leidsche Rijn Centrum Noord - MARK CvB / 0054488 Reykjavikstraat, Stockholmstraat, Terwijdesingel Aanvraag omgevingsoverleg voor het bouwen van woningen met maatschappelijke en commerciële voorzieningen (ruimte.) Aanvraag : BPD Ontwikkeling B.V. Ontwerp en toelichting : De Architecten Cie, KCAP, Geurst & Schulze en Karres & Brands Aanwezig Gemeente : Philippe Thijssen en anderen (zie verslag 14/04 2026) Gespreksverslag In de vergadering aanwezig zijn de supervisoren, de architecten, de opdrachtgevers en de projectleiders. De supervisoren hebben de commissie in het vooroverleg geïnformeerd over hun reacties en adviezen. De architecten gaan in op de wijzigingen die na de vorige bespreking van 14 april 2026 zijn aangebracht. Na afloop van de presentie en de reactie van de commissie daarop zullen in het buitenlicht de materialen en kleuren worden bekeken. Bij toren A is er veel studie gedaan naar het basement en de toren en naar het versterken van de contrasten. Om de overgang te markeren zijn de borstweringen steviger gemaakt waardoor de balkons onderdeel worden van het gebouw. In de kroon is gezocht naar geleding en verfijning. Bij toren B zijn ambachtelijke zinken luifels toegevoegd om een schaalverkleining te creëren voor voetgangers. De draagstructuur van de begane grond is gewijzigd zodat er een ruimte ontstaat over de breedte van het gebouw. Met een moodboard wordt de inrichting getoond. De kroon is niet gewijzigd, maar de zijkanten van de balkons van de toren wel. Bij bouwdeel C zijn de dakranden van het parkeergebouw verlaagd waardoor het groen zichtbaar kan worden gemaakt. Ook is er meer gevelgroen voorzien. De poorten worden gezien als ‘groene voegen’ en er wordt zoveel mogelijk ingezet op bomen van de eerste orde. Poorten worden gezien als accenten in de kleuren van de boomsoorten. Advies commissie: Onderbouwing: Er is veel waardering voor dit belangrijke en impactvolle plan. Er is, op de meeste aspecten, een goede doorontwikkeling zichtbaar tussen de verschillende fases waarin de commissie het plan gezien heeft. Het totaalbeeld is expressiever geworden en doet meer recht aan de tender. Op basis van de bemonstering van materialen en kleuren is de commissie van mening dat de torens een overtuigend ensemble vormen en zich tegelijkertijd voldoende onderscheiden. De torens vormen daarbij een ‘rustige achtergrond’ voor de stedelijke laag. De stedelijke laag sluit aan bij de beeldtaal van Leidsche Rijn. De ambities en intenties voor de programmatische en logistieke inrichting van de begane grondlaag van toren B worden onderschreven en omarmd. Het is interessant te zien hoe er is nagedacht over de creatie van ‘dorpse ontmoetingsplekken’ en het laten landen van deze gebouwen in de buurt. In de uitwerking is het essentieel dat er alles aan gedaan wordt om het voorstel een maximale kans van slagen te geven. De maaiveldinrichting oogt zorgvuldig vormgegeven, maar verdient nog een ontwerpslag. De commissie raadt aan om zoveel mogelijk eerste orde bomen te planten (ook nabij de poorten en als doorbreking van de gevelvlakken) zodat n de best haalbare balans ontstaat tussen de intensieve bebouwing en het groen. Het eerdere advies om de poorten meer naar elkaar toe trekken is als zodanig niet gevolgd, maar de commissie kan zich desondanks vinden in het voorstel. Daarnaast is het positief dat de parkeergarage beter van schaal is geworden. De commissie begrijpt de problematiek omtrent de netcongestie en snapt het belang van de vergunning. Ze stemt in onder voorwaarden (zie voorschriften) en doet daarbij ook aanbevelingen. Voorschriften: voldoet onder voorwaarden De commissie brengt een positief advies uit en stelt de voorwaarden dat:  De door de supervisoren gestelde voorwaarden en aandachtspunten worden gevolgd bij de verdere uitwerking.  Het inrichtingsplan ter beoordeling aan de supervisoren en de commissie ter beoordeling wordt voorgelegd. Het huidige voorstel is nog niet akkoord. De commissie verwijst naar haar reactie en naar de memo van de supervisoren m.b.t. het landschapsontwerp - maaiveldinrichting, daktuinen, tussenruimten en poorten.  Het (interieur-)ontwerp van de begane grond van toren B nog ter beoordeling wordt voorgelegd.  De ontwerpen voor de kronen van toren A en B nog worden geoptimaliseerd en bij voorkeur meer in lijn worden gebracht met de kroonvoorstellen van 14 april 2026. De commissie ziet de nu voorgestelde wijzigingen niet als verbeteringen. Ook de pui-indeling en de luifels aan de zuidoostzijde van toren B vragen nog een herziening.  Informatie en onderbouwing m.b.t. duurzaamheidsaspecten worden toegevoegd aan de aanvraag en ter beoordeling worden voorgelegd.  De definitieve bemonstering en mock-ups van beeldbepalende en/of bijzondere onderdelen ter beoordeling worden voorgelegd aan de supersvisoren (in samenspraak met een gemandateerd commissielid).  De commissie aangehaakt blijft bij de verdere ontwikkeling. Er zullen ongetwijfeld maakbaarheidsvraagstukken aan de orde komen en de commissie wil vinger aan de pols houden. De commissie reageert als volgt (ter onderbouwing van de voorschriften):  De nadere toelichting op het inrichtingsplan helpt om e.e.a. beter te begrijpen. De commissie onderschrijft de reactie van de supervisoren dat het landschapsontwerp en de inrichting van de buitenruimte nog niet op het juiste niveau zitten. Aangegeven wordt dat het ontwerp voor de buitenruimte wat achter loopt en dat er nog een aanvulling komt voor de daktuinen op de hogere niveaus. De commissie adviseert zoveel mogelijk robuust groen toe te passen. Er zijn niet veel bomen en de bomen die geplaatst worden zijn klein. De commissie roept op om de bomen en het groen zoveel mogelijk massa te geven. Bomen van de eerste orde kunnen tegenwicht bieden aan de schaal van de bebouwing. Er zijn zorgen over het windklimaat en name de Stockholmstraat is gevoelig. De commissie beveelt aan om het groen zoveel mogelijk naar buiten te laten steken (aan de randen van de poorten). Het voorstel voor de groene inrichting van de daktuin op het parkeergebouw wordt gewaardeerd.  De ambities voor de programmatische en logistieke inrichting van de begane grondlaag van toren B worden onderschreven. Daarbij adviseert de commissie in de lobby de doorgangsfunctie tussen de entrees te versterken. De nu voorgestelde breedtewerking heeft zeker ook kwaliteit, maar het is tegelijkertijd essentieel dat het voelbaar is dat hier een publieke doorgang is. Het is een groot blok en doorwaadbaarheid is essentieel.  Toren A: Bij de kroon van toren A is het aantal kolommen te veel verminderd. De commissie is van mening dat het eerdere voorstel sterker was. Ze adviseert dit onderdeel te herzien.  Toren B: De kroon van toren B was in het eerdere ontwerp meer verbonden met het gebouw via de verticale belijning. Het eerdere beeld was sterk. De commissie adviseert meer verticaliteit aan te brengen door de ‘pinakels’ consequent met verticale penanten te verbinden. Het is tevens essentieel dat de constructie achter de glazen wand zo onzichtbaar mogelijk wordt. Het is een ontwerpopgave om het eerder gepresenteerde ijle (c.q. ‘oneindige’) beeld waar te maken. De commissie adviseert de hoofdentree meer te benadrukken door bijvoorbeeld de centrale pui anders in te delen waardoor deze meer accent krijgt. In het gehele gebouw is symmetrie het uitgangspunt, maar in de pui-indeling van de plint ineens niet. De commissie kan zich niet vinden in de komst van zinken luifels. De luifels wekken de indruk dat zich juist daar entrees bevinden en dat werkt verwarrend. Zink komt als materiaal in het gehele gebouw alleen hier voor, wat onlogisch overkomt. De commissie adviseert een materiaal toe te passen dat al in het gebouw voorkomt.  Toren C: de commissie merkt op dat er veel dichte geveldelen zijn op de overgang van toren C naar de parkeergarage. Het vorige ontwerp oogde op dit onderdeel rustiger. Het nu voorgestelde nieuwe element trekt te veel aandacht.  Duurzaamheidsaspecten zijn nog niet goed inzichtelijk. Het lijkt erop dat er veelal traditionele bouwmaterialen zullen worden toegepast (beton, baksteen, aluminium). Er bestaan zorgen over de milieu impact. De commissie adviseert in de gemaakte keuzes voor de materialen te kiezen voor zo duurzaam mogelijke varianten (zoals bijvoorbeeld groen beton).  Het kleur – en materiaalpalet is overtuigend. De commissie adviseert voor toren A te werken met 1 fabriek voor de gevelstenen (bijvoorbeeld Hagemeister). Dit is essentieel om de toren als één geheel te laten werken. Bij de gehele steen wordt de voegkleur van de lichtere steen aangeraden. Ook op die manier ontstaat meer onderlinge samenhang. De goudkleur bij toren C oogt erg verzadigd. De commissie adviseert meer richting ‘Champagne’ te gaan (1035). De lichte steen van toren C (laagbouw) roept de vraag op of deze niet te kwetsbaar is en te snel zal vervuilen. Een harde steen is essentieel op dit plek in het gebouw (aan de straat). De commissie ziet de vervolgstappen met belangstelling tegemoet. Hier is een bijzonder stuk stad in wording.
    Kenmerk (deze vergadering)
    CvB / 0054488
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    14/04 2026
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/2199
  3. 14 apr. 2026

    Verslag, pagina 1

    Deelplan MARK binnen Leidsche Rijn Centrum Noord voor een wooncomplex met hoogbouw en stedelijke laag.

    Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
    Samenvatting door AI

    De supervisoren en architecten lichten de stand van zaken toe van het VO (architectuur) en het visiedocument m.b.t. de sociale kwaliteit ('verticaal dorp', buurtfoyer). De commissie waardeert de doorontwikkeling en de expressiviteit van het plan, maar heeft vragen over de gelijkenis en het mogelijke samensmelten van de torens op grauwe dagen, de massaopbouw van toren A, de vergroening van daken, de maaiveldinrichting en de vormgeving van de poorten.

    Brontekst
    1. Leidsche Rijn Centrum Noord - MARK CvB De supervisoren informeren de commissie over de stand van zaken Aanvraag : Gemeente Utrecht Ontwerp en toelichting : R. Koek, L. Baljon, ontwerpteam Aanwezig Gemeente : Kimberly Beijloos, Jeen Kootstra en Philippe Thijssen (zie verslag 19/02 2019, 19/10 2021 en 09/12 2025) Gespreksverslag De supervisoren, de architecten van het ontwerpteam en de opdrachtgevers zijn in de vergadering aanwezig om de commissie te informeren en om de laatste stand van zaken voor MARK te presenteren. De supervisoren hebben (met opmerkingen op detailniveau en in het algemeen) een positief advies uitgebracht over hoofdopzet van het VO (architectuur). Er zijn nog vragen en opmerkingen over de technische en architectonische uitwerking. Momenteel wordt er hard gewerkt aan de stap naar het DO en in een volgende sessie zal er dieper op de architectonische uitwerking worden ingezoomd. Het landschapsplan is voor de supervisoren nog niet akkoord. Een van de architecten gaat voor het volledige ensemble in op de eerdere vragen en opmerkingen. De ensemblewerking van de hoogbouw wordt toegelicht en in beeld gebracht op de schaal van de stad en de schaal van de buurt. De gebouwen zijn zo ontworpen dat er altijd lucht tussen de gebouwen aanwezig is. Het zijn geen massieve gebouwen, maar schijven die langs elkaar heen schuiven. De hoogste toren heeft de belangrijkste kroon en ook de andere torens hebben een bekroning. De torens hebben lichte tinten (ton sur ton) waardoor de hoogbouw als achtergrond van de stedelijke laag gaat werken. In de plintlaag en in de stedelijke laag is het kleurgebruik intenser en zijn de materialen ‘zwaarder’. De stedelijke laag in een donkerder en zwaarder materiaal zit in heel Leidsche Rijn Centrum. De plint moet zich verhouden tot de stedelijke laag en heeft een sterke dieptewerking. De poorten zijn in samenhang ontworpen en via de poort krijgt gebouw B ook een adres aan de straat. Materialen moeten nog getoond worden aan de supervisoren. Vervolgens wordt het visiedocument m.b.t. de sociale kwaliteit gepresenteerd. In deze visie wordt een onderbouwing gegeven voor de manier waarop MARK zich kan ontwikkelen tot een wooncomplex waarin gezondheid, gemeenschap en ontmoeting centraal staan. Eerder is de metafoor van een ‘verticaal dorp’ aangedragen. Het Utrechtse begrip ‘soampies’ waarin de gemeenschap centraal staat is het uitgangspunt in de planvorming. Inzicht wordt gegeven in de lessons learned vanuit hoogbouw in andere steden. Een belangrijke les is dat collectieve ruimten op hoogte minder goed werken dan collectieve ruimten op maaiveld. Om die reden is gekozen voor een ‘buurtfoyer’ met werkplekken, een café, een pakketpunt onder toeziend oog van een conciërge. De looproute gaat via de ‘foyer’ naar woningen (vanuit de fietsenkelder). Met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte wordt een toelichting gegeven op de stevig beplante stadsoase en de groene lobben. Ook wordt de routing toegelicht (vanuit het station naar het ziekenhuis, de fietsenstallingen, het pocketpark en de entrees naar de gebouwen. De commissie reageert als volgt: • Er is veel waardering voor dit belangrijke en impactvolle plan. Er is een goede doorontwikkeling zichtbaar tussen de verschillende fases waarin de commissie het plan gezien heeft. Het totaalbeeld is expressiever geworden en doet meer recht aan de tender. Het betreft een complexe opgave waarin er met drie verschillende architecten aan het plan gewerkt wordt. Het is zichtbaar dat er meer onderlinge afstemming is geweest en dat de verschillende onderdelen zich beter verhouden tot elkaar. De gewijzigde bekroning van toren B doet meer recht aan de rol van het gebouw in de stad an en ook de verfijning die nu in de architectonische uitwerking zichtbaar wordt heeft toegevoegde waarde. • Een belangrijk punt is de vraag hoe de torens een ensemble vormen en zich toch voldoende onderscheiden. Het eerdere verzoek om meer contrast aan te brengen is vooral in de plint en in de stedelijke laag opgepakt. De torens lijken nu behoorlijk ‘naar elkaar toe gerenderd’ en er bestaat de zorg dat ze op een grijze dag te veel aan elkaar gaan koeken. In de nadere uitwerking en op basis van materiaal- en kleurmonsters zal dit beoordeeld moeten worden. De commissie volgt foralsnog de uitleg dat de torens een ‘rustige achtergrond’ vormen voor de stedelijke laag. De materialen en kleuren zijn echter bepalend en moeten onder de meest optimale omstandigheden gepresenteerd en beoordeeld worden (bij voorkeur buiten, onder goede daglichtomstandigheden, gelet op textuur, kleur, reflectie en glansgraad). • De ambities en intenties voor de programmatische en logistieke inrichting van de begane grondlaag van toren B worden onderschreven en omarmd (publieke ruimte, buurtfoyer, horeca, werkplekken, pakketpunt, conciërge, doorgang gedurende aanwezigheid conciërge etc.). Het is interessant te zien hoe er is nagedacht over de creatie van ‘dorpse ontmoetingsplekken’ en het laten landen van deze gebouwen in de buurt. In de uitwerking is het essentieel dat er alles aan gedaan wordt om het voorstel een maximale kans van slagen te geven. Daarbij zijn ook de betekenis van ruimten en de ruimtelijke werking belangrijke aandachtspunten. Dit gaat bijvoorbeeld over de relatie binnen-buiten, de toegankelijkheid, de zichtlijnen (i.r.t. het onderzoek om op de begane grondlaag grotere openingen te maken) en de mogelijkheid om de puien geheel te openen. De commissie krijgt bij een volgende behandeling graag inzicht in de ontwerpbeslissingen die van het concept een succes moeten maken. • Toren A is de enige toren zonder setbacks in de langsgevel. De nu voorgestelde kleurwissel van de stedelijke laag naar de toren wordt nog onvoldoende door de massaopbouw ondersteund. De commissie adviseert dit punt nader te onderzoeken. Het huidige voorstel oogt in haar optiek nog onvoldoende vanzelfsprekend en passend. Er zijn meerdere manieren om de overgang minder cosmetisch te laten ogen. Dat kan door meer onderscheid in structuur tussen de stedelijke laag en de hoogbouw aan te brengen (meer differentiatie in de volumeopbouw), door minder contrast aan te brengen of zelfs door voor deze toren een uitzondering te maken door de stedelijke laag hier niet te accentueren. In de optiek van de commissie kan de toren op meerdere manieren aan kracht winnen. • De commissie vraagt aandacht voor de vergroening van daken en de mogelijkheden die er zijn om het groen zichtbaarder te maken. Meer groen en een ecologisch gevarieerde beplanting (ook in de 3e dimensie) zal enorme toegevoegde waarde hebben. Ze wijst op de prachtige kansen hier liggen. Aangegeven wordt dat er pragmatische redenen zijn om niet te vergroenen (windklimaat hoogbouw, geen verblijfskwaliteit, belasting daken, privacy), maar dat het punt duidelijk is. De commissie ziet hier graag een heroverweging; goed benutte groene daken betekenen een grote kwaliteitsimpuls voor het plan. Ook de rand van de parkeergarage biedt bijvoorbeeld mogelijkheden om zichtbaar groen aan te brengen. • De maaiveldinrichting oogt zorgvuldig vormgegeven en in de verdere uitwerking raadt de commissie aan om zoveel mogelijk eerste orde bomen te planten (ook nabij de poorten) zodat de best haalbare balans ontstaat tussen de intensieve bebouwing en het groen. • De vormgeving van de poorten roept vragen op. De commissie adviseert de poorten meer te relateren aan het groen en deze zelfstandiger en uniformer vorm te geven. De poorten zouden gaan fungeren als ‘groene voegen’ en dat is in het ontwerp nog niet goed zichtbaar. De commissie ziet de vervolgstappen met belangstelling tegemoet en vraagt daarbij aandacht voor het integreren van installaties, het uit het zicht houden van onderhoudsinstallaties en voor het integreren van het vluchttrappenhuis bij de galerijwoningen (er is behoefte aan een betere oplossing dan nu wordt voorgesteld). Mocht de gemeente al meer zicht hebben op toekomstige (hoogbouw-) ontwikkelingen in de omgeving van het plan zou de commissie daarvan graag kennisnemen. Het is prettig om op de hoogte te worden gesteld van de stand van zaken en de commissie geeft graag haar reactie mee aan de supervisoren voor de begeleiding van de ontwerpen.
    Kenmerk (deze vergadering)
    geen
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    verslag 19/02 2019, 19/10 2021 en 09/12 2025
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/2100
  4. 9 dec. 2025

    Verslag, pagina 3

    Hoogbouw (3 torens van maximaal 140 meter), 4 laagbouwblokken en parkeren op maaiveld

    Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
    Samenvatting door AI

    De supervisoren lichten de stand van zaken toe in VO-stadium (70% gereed). De commissie reageert kritisch op de torens die nu te rationeel en te braaf ogen en vraagt om meer uniciteit, rijkdom, betere onderlinge afstemming tussen de verschillende bureaus, en aandacht voor het maaiveld en de windhinder.

    Brontekst
    3. Leidsche Rijn Centrum Noord - MARK CvB De supervisoren informeren de commissie over de stand van zaken Aanvraag : Gemeente Utrecht Ontwerp en toelichting : R. Koek en L. Baljon Aanwezig Gemeente : Kimberly Beijloos, Jeen Kootstra en Philippe Thijssen (zie verslag 19/02 2019 en 19/10 2021) Gespreksverslag De supervisoren voor de hoogbouw (MARK) in Leidsche Rijn Centrum Noord zijn in de vergadering aanwezig om de commissie te informeren over de stand van zaken en reactie van leden op te halen. Het ontwerp is in VO-stadium (70% gereed). Gesprekken over kleurstelling en materialisering zijn nog in volle gang. Aan de planvorming gaat een lange geschiedenis vooraf. De supervisoren geven inzicht in het proces van de tender, de hoogbouwvisie, het vastgestelde stedenbouwkundig plan (2019) en de vaststelling van het bestemmingsplan (november 2024). In het bestemmingsplan zijn 3 torens van maximaal 140 meter opgenomen, 4 laagbouwblokken en een mogelijkheid voor parkeren on maaiveld mits 3 zijden worden omsloten door woonbebouwing. Er wordt gestreefd naar het aanvragen van de omgevingsvergunning in de zomer van 2026. De ontwikkelaar is BPD en er wordt met drie verschillende architectenbureaus gewerkt aan de opgave (verdeling via de verschillende gebouwen c.q. plandelen). In de planvorming is veel tijd besteed aan het oplossen van de geluidsproblematiek. De hoogste toren heeft een ‘skyroom’. Op stedenbouwkundig/architectonisch niveau is er sprake van een ensemble. De torens ontwikkelen zich vanuit de laagbouwblokken en er is samenhang in materiaal – en kleurgebruik (ton sur ton). Vervolgens wordt ingegaan op de duurzaamheidsambities. Er wordt bij de vergunning getoetst op de wettelijke kaders en privaatrechtelijk wordt er getoetst op het bovenwettelijke deel (in relatie tot de zonnepanelen op het Eneco gebouw en op het DHL gebouw). Afsluitend wordt inzicht gegeven in de terreinindeling en de ambities. In het midden van het plangebied komt de een groene plek (de ‘stadsoase’). De routes en verbindingen worden toegelicht en ook de opgaven die er nog liggen (daktuinen, gevelgroen, windhinder etc.). De commissie reageert als volgt: • Het is prettig om op de hoogte te worden gesteld van de stand van zaken en de commissie geeft graag haar reactie mee aan de supervisoren voor de begeleiding van de ontwerpen. De torens gaan mede het stadsilhouet bepalen. Om die reden is het essentieel dat de commissie tijdig betrokken wordt zodat ze in het stadium van de aanvraag om Omgevingsvergunning niet voor verrassingen komt te staan en advies kan uitbrengen aan het college. In dat advies betrekt ze uiteraard het advies van de supervisoren (waarbij ze dat in de regel overneemt). • Op de grotere stedenbouwkundige schaal adviseert de commissie de torens in beeld te brengen vanuit de belangrijke punten in de stad en de zichtlijnen op de torens. Wat doet het ensemble bezien vanaf een grotere afstand? • De hoogste toren heeft een landmarkfunctie maar oogt in de huidige uitwerking te weinig bijzonder. Het oorspronkelijke ontwerp was meer high-tech en spectaculair, terwijl de huidige toren erg rationeel en te braaf oogt. De toren moet het visitekaartje voor Utrecht worden en maakt in de huidige vorm die verwachting niet waar. Wat wil Utrecht hiermee uitstralen? In de eerdere beelden waren de torens groen, levendig en gevarieerd. Die kwaliteiten zijn te weinig terug te zien in de huidige beelden. De supervisoren geven aan dat deze kwaliteiten wel zichtbaar zijn in de stedelijke laag en dat in de hoogbouw nog wordt gestudeerd op verfijning. Ook op de publiekstoegankelijke kop wordt nog gestudeerd. De top kan helpen in de noodzakelijke verbijzondering van het gebouw. Wanneer gekozen wordt voor een transparante ‘skyroom’ vraagt de commissie ook aandacht voor de uitwerking van het plafond van de top (en de verlichting c.q. aanlichting). Wellicht biedt ook de lagergelegen setback aanleidingen voor verdere verbijzondering. • In de architectonische uitwerking is het duidelijk zichtbaar dat er met verschillende bureaus aan de gebouwen gewerkt wordt (met een signatuur van verfijnd tot rationeel). Het zijn bureaus die zichzelf bewezen hebben, maar in het totale ontwerp is duidelijk zichtbaar dat er nog niet genoeg onderlinge afstemming is geweest. Samenwerking is belangrijk en het is de vraag op welke manier e.e.a. geborgd (begeleid en getoetst) wordt. • De commissie is van mening dat de voorgestelde tinten te dicht bij elkaar zitten. Er schuilt en zekere dubbelzinnigheid in de opgave met een gewenste ensemblewerking enerzijds en de gewenste diversiteit anderzijds. De vergelijkbare tinten vergroten het probleem van de uiteenlopende signaturen. De commissie adviseert de torens unieker te maken, de diversiteit in het ensemble te versterken en meer speelsheid en rijkdom aan te brengen. Op de huidige impressies komen de gebouwen vrij ‘hard’ over. De supervisoren geven aan hirop te sturen waarbij ook door hen is opgemerkt dat er meer sprake moet zijn van ‘specials’. • In de verdere uitwerking van het maaiveld vraagt de commissie bijzondere aandacht voor de doorwaadbaarheid bij het lange blok (dit was een oorspronkelijk onderdeel van het plan) en voor het ontwerpen met de wind als ontwerpuitgangspunt (de lange wand en de hoek die vol op de windrichting ligt). De commissie ziet m.b.t. het ontwerp voor de buitenruimte bij een volgende bespreking graag meer informatie tegemoet. Er wordt een ‘verticale stad’ gemaakt. Hoe ga je dat als bewoner ervaren en waar vindt ontmoeting plaatst? Kan het maaiveld duizenden bewoners absorberen? De ontwerpkracht moet ook op het maaiveld worden ingezet. Afsluitend wordt aandacht gevraagd voor de inrichting van de daken als ‘5e gevels’ en een zo duurzaam mogelijk materiaalgebruik. De commissie ziet de vervolgstappen en een volgende bespreking met de supervisoren met belangstelling tegemoet.
    Kenmerk (deze vergadering)
    MARK CvB
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    verslag 19/02 2019 en 19/10 2021
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/1747
  5. 19 okt. 2021

    Verslag, pagina 2

    Stand van zaken hoogbouwkavel MARK in Leidsche Rijn Centrum Noord.

    Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
    Samenvatting door AI

    De supervisor licht toe dat de torens van blok 2 en 3 in hoogte zijn gelijkgetrokken, de kronen niet meer openbaar toegankelijk zijn en er getracht is de torens op de grond te laten landen met maisonnettes en horeca. Op de daken komen kassen en in het centrale plein een park.

    Conclusie: De commissie waardeert het overleg en ondersteunt de supervisor, maar vreest een plichtmatige uitwerking. Er is meer onderscheid nodig tussen onder- en bovenbouw, zorg voor de kroon, verschillende architectonische uitwerkingen voor de achterzijden, woonkwaliteit van maisonnettes, dakinfrastructuur en groenvoorzieningen.

    Brontekst
    D1 Leidsche Rijn Centrum Noord - MARK (Ont) Stand van zaken hoogbouwkavel (zie notulen 19/02 2019) Supervisor Koek informeert de commissie over de stand van zaken. De torens van blokken 2 en 3 zijn in hoogte gelijk getrokken. De kronen van de torens zijn niet meer openbaar toegankelijk, maar enkel voor de bewoners. Er is getracht de torens zowel programmatisch als architectonisch op de grond te laten landen met een heldere scheiding tussen de delen. In de plint komen maisonnettewoningen en op de hoeken horeca, verblijfsruimtes of werkruimtes. De woningen hebben een privétuin aan het binnenterrein en zijn de binnentuinen openbaar toegankelijk. Op de daken van de lagere bebouwing worden kassen voorgesteld. In het centrale plein komt een park met hoogteverschillen. Conclusie De commissie waardeert het collegiaal overleg en ondersteunt de supervisor in het waarmaken van deze grote (groene) opgave. De vrees bestaat dat er een plichtmatige uitwerking van de tender komt ten koste van de aanvankelijke ambitie. Het succes van het project wordt bepaald door de invullingen van het groen, de begane grondlaag, de aansluitingen op de buitenruimte, de levendigheid, private buitenruimtes, verbindingen tussen de verdiepingen, etc. Er dient meer onderscheid gecreëerd te worden tussen onderbouw en opbouw. Tevens levert de invulling van de kronen, gebouwd of met groen, een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit. De achterzijde van de twee torens dient een verschillende architectonische uitwerking te krijgen, conform de tender. De maisonnettes op het maaiveld wordt programmatisch ondersteund, maar de woonkwaliteit verdient aandacht. Geadviseerd wordt aandacht te hebben voor afvoeren e.d. op de daken: deze vragen ruimte ten koste van het groen en mogelijk de kassen, maar de dakinfra is niet ingetekend. Conform de tenderbelofte zou groen op zowel de lagere als de hogere daken ingezet worden. Ook de bomen op het binnenterrein van blok 2 moeten zich bewijzen evenals het groen op de verdiepingen. Een volgende informatiesessie wordt tegemoet gezien.
    Kenmerk (deze vergadering)
    geen
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    notulen 19/02 2019
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/763
  6. 19 feb. 2019

    Verslag, pagina 7

    Stand van zaken hoogbouwkavel, ontwikkelingsgebied

    Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
    Samenvatting door AI

    Stedenbouwkundige / supervisor Koek licht de stand van zaken toe rond de hoogbouwkavel en het nieuwe Stedenbouwkundig Plan waarin MARK is geselecteerd voor woningbouw, leisure en commerciële voorzieningen.

    Conclusie: De commissie waardeert de informatieronde en de beoogde samenwerking, uit zorg over de parcellering in de laagbouw, plint, wind, geluid en groen, en ziet de volgende fase tegemoet.

    Brontekst
    D2 Leidsche Rijn Noord (Ont) Stand van zaken hoogbouwkavel toelichting: stedenbouwkundige / supervisor Koek (Rijnboutt) Supervisor Koek informeert de commissie over het eerdere en nieuwe ontwikkelingen voor Leidsche Rijn Noord. Er is een langdurig proces doorlopen dat te maken had met o.a. de crisis, de ambities en het gewenste aandeel participatie. Uit de participatie is de maximale bouwhoogte van 140 meter voortgekomen, in een ensemble van drie tot vijf kleine torens en een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte. Mede op basis daarvan is een nieuw Stedenbouwkundig Plan vastgesteld. Via een tender is MARK geselecteerd om voor dit nieuw stuk stad woningbouw, leisure en commerciële voorzieningen te ontwikkelen. Stedenbouwkundige Koek geeft aan tevreden te zijn over de tenderuitkomst en hij zou graag in de toekomst zowel de commissie informeren als raadplegen met betrekking tot de (architectonische) vervolgstappen. Conclusie De commissie waardeert de informatieronde en de beoogde samenwerking; zij is ten alle tijden bereid de supervisor te ondersteunen. Het plan oogt ambitieus, waarbij het van groot belang zal zijn de samenhang te bewaren in combinatie met de individualiteit van de torens. Het iconische plankarakter en het belang van een hoogwaardige publieke ruimte is positief. De commissie uit wel haar zorg over de herkenbaarheid van de parcellering, met name in de laagbouw. Ook de plint is qua vormgeving en invulling een kwetsbaar aspect. Aandachtspunten zijn wind en geluid, en het realisme van het voorgestelde groen aan en op de gebouwen. De commissie ziet de volgende fase tegemoet.
    Kenmerk (deze vergadering)
    geen
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    onbekend
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/584