Aanwijzing Nieuwe Monumenten
Vooroverleg over het aanwijzen van nieuwe monumenten (jonge monumenten post'65, periode 1970-2008)
- Gevonden adres
- onbekend
- Locatie
- onbekend
- Coördinaten
- onbekend
Vergaderingen (2)
-
9 jan. 2024
Verslag, pagina 3Vooroverleg over het aanwijzen van nieuwe jonge monumenten (38 objecten)
Samenvatting door AIDe commissie bespreekt de selectie van 38 nieuwe jonge monumenten en de ingekomen zienswijzen, waaronder die van de Universiteit Utrecht betreffende onder meer het Kruytgebouw, de Dining Hall, de bibliotheek met luchtbrug en garage, en de Basketbar. De commissie stelt vast dat er geen stolp over de gebouwen staat en dat transformatie en verduurzaming mogelijk blijven.
Conclusie: De commissie brengt een positief advies uit over de selectie en volgt de beantwoording van de zienswijzen door Erfgoed. Ze steunt de aanwijzing van de Dining Hall en het ensemble van de Universiteitsbibliotheek inclusief luchtbrug en garage, kan zich vinden in het niet aanwijzen van het dienstengebouw van het Kruytgebouw, en benadrukt het belang van het bijeenhouden van het basketbalveld en de wokkel.
Brontekst3. Aanwijzing Nieuwe Monumenten (vervolg) CvB / VON-23-39600 Vooroverleg over het aanwijzen van nieuwe monumenten Aanvraag : Gemeente Utrecht Ontwerp : n.v.t. Toelichting : Bettina van Santen (gemeente Utrecht) en Leunie van Zwieten (UU) (zie notulen 12/12 2023) Squit: Voldoet in principe De commissie brengt een positief advies uit over de selectie en ze volgt de beantwoording van de zienswijzen van Erfgoed. Bij deze jonge monumenten gaat het in de aanwijzing om de kernwaarden en bij toekomstige transformaties is dat het kader voor het gesprek. Er staat nadrukkelijk geen stolp over de gebouwen en het is ook goed te zien dat er positieve zienswijzen zijn binnengekomen. Er is waardering voor deze generatie jonge monumenten. De commissie kan zich m.b.t. de zienswijzen van de Universiteit Utrecht (UU) vinden in het niet aanwijzen van het Dienstengebouw van het Kruytgebouw, ze blijft bij de aanwijzing van de Dining Hall en ze wijst op de bijzondere betekenis van de bibliotheek als ensemble. De commissie merkt op dat het basketbalveld zonder wokkel geamputeerd oogt en dat het belangrijk is om de onderdelen als geheel bij elkaar te houden. De commissie draagt veiligheid, functionaliteit en duurzaamheid evenzeer een warm hart toe en de monumentstatus mag geen onredelijke belemmeringen opleveren. De commissie verwijst voor haar volledige reactie naar het gespreksverslag. Gespreksverslag Mevrouw Van Santen (Erfgoed) en een vertegenwoordiging vanuit de Universiteit Utrecht zijn in de vergadering aanwezig in het kader van de aanwijzing van 38 nieuwe jonge monumenten. De commissie heeft op 12 december 2023 een advies uitgebracht over de selectie en wordt nu om advies gevraagd over de zienswijzen. De adviezen van de commissie worden betrokken bij het collegebesluit (eind februari/begin maart 2024). Afdeling Erfgoed heeft per gebouw/object een reactie gegeven op de ingekomen zienswijzen. De zienswijzen variëren van positief (‘juich het toe’) tot zorgen over belemmeringen bij toekomstige veranderingen (bv. verduurzaming) en de vergunningplicht bij wijzingen. De reactie op de zienswijzen is (op hoofdlijn) dat de monumentstatus geen bevriezing in de tijd betekent. Monumenten gaan met de toekomst mee en verduurzaming speelt daarin een belangrijke rol. Het toekennen van een monumentstatus betekent dat bij aanpassingen de monumentenwaarden kunnen worden afgewogen. Het gaat bij jonge monumenten vooral om het behoud van ‘kernwaarden’. Materialen zijn vaak nog voor handen en in die zin wordt een zekere flexibiliteit ingebouwd. In de Erfgoedverordening wordt geregeld welke wijzigingen vergunningplichtig zijn (of worden). Het uitgangspunt is dat onderdelen die niet monumentaal (cultuurhistorisch indifferent) zijn gewijzigd kunnen worden (er zijn dan immers geen cultuurhistorische waarden in het geding). Dat neemt niet weg dat het juridisch niet mogelijk is om in de aanwijzing tot monument delen uit te zonderen. Alles wat ‘aard en nagelvast’ zit is in juridisch zin beschermd. Gezien het feit dat meerdere voorgestelde panden in bezit zijn van de Universiteit, heeft deze (in een vroeg stadium) laten weten bij de behandeling te willen inspreken. Namens de Universiteit is mevrouw Van Zwieten in de vergadering aanwezig om de zienswijze op de voordracht van 8 panden van de Universiteit toe te lichten. De Universiteit is trots op haar vastgoed en wil met respect omgaan met de culturele waarden. Een groot belang wordt gehecht aan het kunnen doorontwikkelen of het vastgoed en de toekomstbestendigheid. Bezwaren worden toegelicht (zwaartepunt ‘Dining hall’, parkeergarage UB en ‘Basketbar’) en daarnaast wordt aangegeven dat er sprake is van een constructieve dialoog tussen Erfgoed en de Universiteit. De commissie reageert als volgt (algemeen): • De commissie is van mening dat de selectie zorgvuldig tot stand is gekomen. Ze staat achter deze voordracht en ze kan zich vinden in de reactie van Erfgoed ten aanzien van de ingebrachte zienswijzen. Ze benadrukt dat er ook veel positieve zienswijzen zijn en dat er waardering is voor deze nieuwe generatie monumenten. • De commissie stelt vast dat er nog steeds heel veel kan met deze gebouwen. Er staat geen ‘stolp’ over de gebouwen en gebouwen worden niet ‘bevroren in de tijd’. De status is nodig om in gesprek te gaan. Er zijn voorbeelden genoeg dat monumenten worden getransformeerd. • De opgave ligt in het zoeken naar kernwaarden van complexen. De kernwaarden (basis) en de cultuurhistorische verkenningen (specifiek) kunnen dan gebruikt worden bij toekomstige ontwikkelingen. Met deze werkwijze kunnen gebouwen nog steeds transformeren. De commissie draagt veiligheid, functionaliteit en duurzaamheid evenzeer een warm hart toe. Ze wil daarin niet belemmeren en ze staat hier met een open vizier in. • Met betrekking tot het Vondelpark deelt de commissie de zienswijze van Erfgoed. Bescherming kan in dit geval via het Omgevingsplan. De commissie benadrukt in dit kader zichtbaar het belang van de relatie tussen gebouw/object en omgeving en de relatie tussen binnen/buiten. Ze adviseert ‘Omgeving’ (daar waar dat van toepassing is) ook te noemen als ‘waarde’ (bijvoorbeeld bij WOS8). • Dat men opziet tegen een mogelijke extra vergunninglast is een begrijpelijke zorg. Vooral bij particulieren en bij de herontwikkeling van wijken. Aangegeven wordt dat in de Erfgoedverordening mogelijkheden worden onderzocht om delen van het interieur uit te sluiten van vergunningplicht. Ook wordt onderzocht of met er met gezamenlijke aanvragen gewerkt kan worden, om de legeskosten te beperken. E.e.a. moet ook gerelateerd worden aan de huidige vergunningplicht (kozijnwijzigingen zijn in de regel ook bij niet monumenten vergunningplichtig zodra gevels gekeerd zijn naar de openbare ruimte). • De commissie ziet graag de zogenaamde ‘B-lijst’ met de top 10 van twijfelgevallen nog ter informatie tegemoet. Deze kan eventueel als voorschot dienen bij een toekomstige aanwijzingsronde. De commissie reageert specifiek m.b.t. de zienswijzen van de Universiteit Utrecht (UU): • Allereerst is er een compliment voor de UU. Zoveel bijzondere architectuur is een voorbeeld gepast voor grote vastgoedeigenaren. Dergelijke hoogwaardige architectuur schept een zekere verplichting om in de toekomst zeer zorgvuldig met de gebouwen om te gaan. De commissie benadrukt dat het essentieel is dat gebouwen goed kunnen blijven functioneren. In haar optiek moet dat ook mogelijk zijn met behoud van karaktervolle architectuur en historische waarden. De bedoeling van de aanwijzing is de waarden voor de lange termijn als kader vast te leggen. Ze ziet het als aanleiding om in gesprek te gaan. • M.b.t. de essentie van de zienswijzen oppert de commissie de suggestie het woord ‘onredelijk’ toe te voegen; ‘Aanwijzing mag niet onredelijk belemmerend zijn voor (behoud of verbeteren van) veiligheid, functionaliteit en duurzaamheid’. Wellicht lost dat veel bezwaren op. • Het beeld van de stolp die over de gebouwen staat blijft hangen. De commissie raadt aan kernwaarden en conceptuele uitgangspunten heel helder te beschrijven. Dit gaat ook over begrippen als open/dicht, transparantie. • Erfgoed geeft aan dat het dienstengebouw van het Kruytgebouw niet zal worden aangewezen. Erfgoed volgt hierin de zienswijze van de UU. De commissie kan zich daarin vinden en vraagt aandacht voor de toekomstige planologische bouwmogelijkheden (kavelpaspoort) en voor de architectonische uitstraling van een eventuele nieuwe invulling. Ze zal een toekomstige aanvraag toetsen op passendheid in deze context en op de relatie met het Kruytgebouw. Het uitzonderen van de balkons is niet mogelijk. De commissie adviseert in de kernwaarden vast te leggen dat daar op een open manier mee om wordt gegaan. Als de balkons moeten verdwijnen is het de vraag wat er voor terug komt. De commissie ziet hierin een aanleiding om iets kwalitatiefs hoogwaardigs terug te brengen. De status biedt een mogelijkheid om in gesprek te gaan en goede afwegingen te maken. • M.b.t. de Universiteitsbibliotheek geeft de commissie aan dat het gaat om het ensemble en over alles wat binnen de invloedsfeer van het gebouw zit. Ze pleit de luchtbrug en de garage wel op te nemen in de bescherming. Zonder garage en luchtbrug blijft er ‘slechts’ een rechthoekig gebouw over. Het gaat hier om het geheel en bij de garage gaat het vooral om het volume c.q. de huls (niet om het interieur, de functie en de hellingbanen). Ook bij eventuele wijzigijgingen aan de luchtbrug gaat het vooral om de ontwerpopgave en het goede gesprek. De commissie vindt het goed om dat wat erbij hoort integraal te beschermen en om, zodra dat aan de orde is, te praten over een passende vervolgfase (en hoe zich die verhoudt tot het monument). Een cultuurhistorische verkenning moet inzicht geven in de waarde en betekenis van deze elementen. • De commissie vindt de ‘Dining Hall’ absoluut monumentwaardig. Het gebouw heeft veel autonome kwaliteit, is wezenlijk van waarde in de stroming van deze architectuur in Utrecht en is bijzonder (en gaaf) genoeg voor het toekennen van een monumentstatus. De commissie kan zich niet vinden in de stelling dat het gebouw slechts een geringe cultuurhistorische waarde heeft. Dit is ook niet met een contra-expertise onderbouwd. Ook bij dit gebouw geldt dat het gaat om het behoud van kernwaarden. Transformaties zijn en blijven mogelijk. Dat dit een goede ontwikkellocatie is heeft een economische component. Daarin neemt de commissie geen voorschot. De afweging ligt hij het college. • M.b.t. de Basketbar wordt opgemerkt dat het hier vooral om technisch probleem lijkt te gaan en of dat technische probleem kan worden opgelost. Aangegeven wordt dat het op deze locatie woekeren is met ruimte en met verschillende belangen. De wokkel ligt feitelijk in de weg. De commissie merkt op dat het basketbalveld zonder wokkel geamputeerd oogt en dat it belangrijk is om de onderdelen als geheel bij elkaar te houden. Ze spreekt waardering uit voor de interactie in de buitenruimte De commissie wil graag in deze sfeer blijven praten over deze gebouwen. Namens de Universiteit wordt aangegeven dat de hoogwaardigheid van de selectie wordt gezien en dat de UU zich zal inspannen om in een goede samenwerking met Erfgoed verder in gesprek te gaan.- Kenmerk (deze vergadering)
- VON-23-39600
- Verwijzing naar eerdere vergadering
- notulen 12/12 2023
- Brondocument
- https://welstandutrecht.nl/documenten/1046
-
12 dec. 2023
Verslag, pagina 1Vooroverleg over het aanwijzen van nieuwe monumenten (jonge monumenten post'65, periode 1970-2008)
Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
Samenvatting door AIDe commissie is zeer enthousiast over de selectie en de Utrechtse context uit de periode 1970-2008. Er wordt gesproken over de redengevende beschrijvingen, participatie, het betrekken van thema's als ecologie en de B-lijst met twijfelgevallen.
Conclusie: De commissie vindt het een heel inspirerende selectie die veel inspiratie biedt voor huidige opgaven en ziet de vervolgstappen tegemoet.
Brontekst1. Aanwijzing Nieuwe Monumenten CvB / VON-23-39600 Vooroverleg over het aanwijzen van nieuwe monumenten Aanvraag : Gemeente Utrecht Toelichting : Bettina van Santen (gemeente Utrecht) Squit Voldoet in principe Er is veel waardering voor de manier waarop de gemeente Utrecht dit als één van de eerste gemeenten aanpakt. Het is een boeiende en veelzijdige selectie die van harte onderschreven wordt. De context in de periode van 1970- 2008 heeft een ‘boost’ gegeven in de architectuur en dat is terug te zien in deze selectie. Die ‘boost’ kwam niet alleen van de gemeente, maar ook van de Universiteit, protestacties van bewoners, het krachtenveld bij de bouw van Leidsche Rijn etc. Het ambitieniveau was hoog en dat is te zien in de selectie. De commissie is geïnteresseerd in de gebouwen en complexen die de lijst nét niet hebben gehaald. Daarnaast wil ze graag meer inzicht in de redengevende beschrijvingen met daarbij de vraag of die een voldoende kader bieden voor de toekomstige toetsing van plannen. De commissie verwijst voor haar reactie naar het gespreksverslag. Gespreksverslag Mevrouw Van Santen (Erfgoed) is in de vergadering aanwezig en geeft een toelichting op het voorstel voor de aanwijzing van nieuwe ‘jonge monumenten’ (post’65, periode 1970-2008). Met participatietrajecten is zo breed mogelijk opgehaald en dat heeft veel interessante verhalen opgeleverd. De lijst is tot stand gekomen via een groslijst van meer dan 200 gebouwen en complexen. Naast de traditionele criteria zijn ook ‘belevingswaarde’ en ‘conceptuele waarde’ meegewogen in de selectie. In de motivatie van de selectie ligt de nadruk op de essentie van het ontwerp en de motivering daarvan. In de redengevende beschrijvingen gaat het om de kernwaarden. Bij de toekomstige toetsing van bouwplannen of initiatieven is dat het kader. Mevrouw Van Santen geeft een korte toelichting op de selectie en op de te volgen procedure. Voor de kandidaat-monumenten die de selectie nét niet gehaald hebben (de B-lijst) wordt onderzocht of (enige) bescherming via het Omgevingsplan een mogelijkheid is. De commissie reageert als volgt • De toelichting geeft een prachtig inzicht in de Utrechtse context in deze periode. De opgaven van toen zijn inspirerend voor huidige opgaven. Het gaat dan om de zoektocht naar nieuwe woonvormen, reconstructie van woonwijken (wijk C), stadsvernieuwing/inbreiding, de groene component (Provinciekantoor), verduurzaming en de behoefte aan betaalbare woningen. Het is interessant dat ook ‘de verhalen’ (participatie en beleving), kunsttoepassingen en de inrichting van de openbare ruimte een belangrijke rol spelen. • De commissie raadt aan in de redengevende beschrijvingen de wezenlijke waarden nog specifieker te motiveren (zonder het ‘dicht te timmeren’). Aangegeven wordt dat er nog inhoudelijke discussie is over de nadere duiding en dat bij een initiatief sowieso eerst een waardenstelling wordt gevraagd voordat men met een gebouw aan de slag gaat. De commissie geeft aan dat het dan van belang is dat het opstellen van een waardenstelling een gezamenlijk proces is. • Als bepaalde materialen of elementen behoren tot de kernwaarde van het gebouw dan moet dit wel worden vastgelegd. Het moet ervaarbaar blijven dat een gebouw uit een bepaalde tijd komt. Gevoelswaarde en de herkenbaarheid van een ontwikkeling zijn belangrijke aspecten. De ‘authenticiteit’ bij oudere monumenten weegt in beginsel zwaarder omdat bij de jonge monumenten de bouwmaterialen vaak nog voor handen zijn. Bij stadsvernieuwingsprojecten is bijvoorbeeld vernieuwing mogelijk en bij de transitie van jonge monumenten toetst de commissie het architectuurbeeld en de inpassing in de bestaande stad. • De commissie geeft in overweging om thema’s als ecologie, milieu, kunst in openbare ruimte en ‘levend erfgoed’ te betrekken in de selectie (of eventueel bij een volgende selectie). Bij de Griftsteede is het bijvoorbeeld een optie om een groter deel van het Griftpark te beschermen, gelet op de kwetsbaarheid daarvan. Het gaat dan om het benoemen van het monument in zijn context en de voorbeeldfunctie van het park. • De commissie is nieuwsgierig naar de ‘Top 10 van de twijfelgevallen’. Ze zou daar graag nog kennis van nemen en ze raadt aan breed te kijken naar relevante thema’s (scholen, kraakpanden, Stadhuis). Toegelicht wordt dat er bijvoorbeeld wel gekeken is naar scholen (buiten de Universiteit) maar dat die de selectie niet hebben gehaald vanwege de vele wijzigingen die in betreffende scholen hebben plaatsgevonden. Het is dan de vraag of het architectonisch concept nog herkenbaar en behoudenswaardig is. Daarin scoorden deze scholen te laag. Voor het stadhuis (Miralles) geldt dat het onderdeel is van een reeds beschermd monument De commissie vindt het een heel inspirerende selectie die veel inspiratie biedt voor huidige opgaven. Ze ziet de vervolgstappen tegemoet. Interessant is ook de vraag hoe kwaliteiten geborgd kunnen worden in het Omgevingsplan. Dat biedt een andere manier om bepaalde waarden inclusief de directe omgeving te borgen.- Kenmerk (deze vergadering)
- VON-23-39600
- Verwijzing naar eerdere vergadering
- onbekend
- Brondocument
- https://welstandutrecht.nl/documenten/1043