← Alle projecten

Wisselspoor deelgebied 3

Vooroverleg gebiedsontwikkeling Wisselspoor voor grondgebonden woningen in deelgebied 3.

Gevonden adres
concordiastraat 80
Locatie
exact adres Toon op kaart
Coördinaten
52.09753207, 5.09923549

Vergaderingen (3)

  1. 23 jun. 2026

    Verslag, pagina 1

    Vooroverleg gebiedsontwikkeling Wisselspoor deelgebied 3

    Samenvatting door AI

    In de voorbespreking heeft de supervisor namens het kwaliteitsteam aangegeven zich te kunnen vinden in het aangepaste voorstel. De architecten geven een toelichting op het deels gewijzigde ontwerp met diverse stedenbouwkundige en architectonische verbeteringen, en het VO landschapsplan wordt gepresenteerd.

    Conclusie: Voldoet in principe. De commissie kan zich vinden in het aangepaste VO en noemt diverse waardevolle toevoegingen, maar ziet nog een aantal punten die geoptimaliseerd kunnen worden.

    Brontekst
    1. Wisselspoor DG 3 CvB Vooroverleg gebiedsontwikkeling Wisselspoor Aanvraag : Gemeente Utrecht Ontwerp en toelichting : LEVS EN DELVA, BGSV Aanwezig Gemeente : Joris van Haaften (zie vrijdagoverleg 24 april 2026 en verslagen 19/12 2025, 17/02 en 31/03 2026) Gespreksverslag In de voorbespreking heeft de supervisor namens het kwaliteitsteam aangegeven zich te kunnen vinden in het aangepaste voorstel. Vanuit de supervisie wordt nog aandacht gevraagd voor de overgang van gevels naar de geveltuintjes. De architecten geven een toelichting op het deels gewijzigde ontwerp. Na de vorige bespreking zijn er in de stedenbouwkundige structuur wijzigingen aangebracht. Het wonen is naar de straat gebracht, er zijn hoekentrees en zijentrees toegevoegd, vides aangebracht, er zijn nissen en setbacks geïntroduceerd in de plinten en er is meer ruimte in de overgang privé-openbaar. Erfafscheidingen in de grens met het openbare gebied zijn verhoogd (in combinatie met groen) om zo te voorkomen dat eventuele latere aanbouwen en bijgebouwen het beeld gaan bepalen. Qua architectuur sluit deelgebied 3 aan op het stoere en industriële karakter van eerdere fasen, met de vrolijkheid die daar in zit. Vervolgens wordt het VO landschapsplan gepresenteerd en wordt er ingegaan op eerdere opmerkingen. Voor het gehele Wisselspoorgebied is het uitgangspunt om één identiteit te creëren. Er wordt aangesloten op eerdere fasen en de geleerde lessen worden meegenomen. De ambitie is om met het plangebied en robuuste ecologische ‘boost’ aan de omgeving te geven. Er zijn 3 zones. Het Spoorpark, het Lineaire park en de binnenwereld. Conclusie: Voldoet in principe De commissie kan zich vinden in het aangepaste VO. Het ontwerp heeft aan kracht en kwaliteit wonnen en er is een fijne nieuwe woonomgeving in wording. De getoonde straatbeelden zijn overtuigend en de sfeer is goed gevat. Op stedenbouwkundig - en architectonisch niveau zijn er veel goede verbeteringen zichtbaar. De wijzigingen in de voordeuren (nissen), vides, beukmaten zijn waardevolle toevoegingen in stedenbouwkundige zin. Het is goed gelukt meer abstractie aan te brengen en de gespecificeerde plattegronden op specifieke plekken doen recht aan de context en de potentie van deze locatie. Het totaalbeeld spreekt bijzonder aan en deelgebied 3 vormt nu een mooie variant op deelgebied 1. De commissie ziet nog een aantal punten die nog geoptimaliseerd kunnen worden. Hiervoor verwijst ze naar haar reactie. De commissie reageert als volgt: • De commissie raadt aan vanuit een ecologisch perspectief goed te kijken naar de potentie van het groen voor diersoorten. Het integreren van nestkasten wordt ook bij de gegrondgebonden worden aangeraden (+ onderzoek naar doelsoorten), niet alleen bij de appartementen die gaan volgen. De binnenwereld vraagt aandacht in ecologische zin in het kader van de doorwaadbaarheid voor de kleinere diersoorten (volledig dichtgetimmerde binnenplaatsjes moeten vermeden worden). • Om de geveltuinen te laten slagen moeten doordachte beheerafspraken gemaakt worden. Aandacht vraagt ook de afstemming tussen architectuur en gevelgroen (bedrading moet worden meegenomen in de architectuur). Baksteen leent zich beter voor gevelgroen dan gevels met beplating. • De commissie raadt aan om waar mogelijk het bestaande overwoekerde hek zoveel mogelijk te behouden. De sociale veiligheid in het park is nu nog lastig te beoordelen (er kan een spanningveld zijn tussen de struiken en hagen en de sociale veiligheid). • Het is positief dat ervaringen uit fase 1 betrokken worden in de uitwerking. De commissie zal nog separaat reageren op het meest actuele ontwerp. • De commissie adviseert in blok 4D nog een slag te slaan. Deze gestaffelde woningen ogen wat ‘plat’ en ‘braaf’, en de hoeken worden nog niet optimaal benut. Er zijn verschillende manieren om het blok meer expressie te geven (een special met meer kleur of een sterker afwijkend materiaal toevoegen, meer overhoeks werken (hoekramen toevoegen, zeker bij de eindwoning), D1a spiegelen zodat er meer diversiteit ontstaat, de eindwoning wat rijker maken etc.). De technische uitwerking van deze blokjes luistert nauw (hoe werken de overgangen tussen de gedeelde bouwmuren?). De verbeelding van de individuele woningen moet in de technische uitwerking worden waargemaakt. Door de verschillen iets groter te maken zijn technische issues veelal beter oplosbaar. • Wat algemene aandachtspunten zijn: de kaprichting van de sheddaken (gebruikelijk op noord waardoor ook de zonnepanelen beter uitkomen), de verbijzondering van de kopgevel van blok 5 E (woning F2), de toepassing van blauw keimwerk (bij vrijstaande objecten gaat dit goed, in andere situaties wordt aangeraden materiaaleigen kleuren toe te passen). De kopgevel van 5 E heeft relatie met het landschapsplan. • De commissie adviseert om samen met de supervisoren en NS na te gaan of de eenlaagse aanbouw van het bestaande gebouw in veld 5 B behouden moet blijven. Het verwijderen van deze aanbouw zou de beleving van het pocketpark zeer ten goede kunnen komen. De uitbouw heeft geen bijzondere cultuurhistorische waarde. • Vanuit duurzaamheidsoptiek is het positief dat er aandacht is voor energiezuinigheid. De commissie ziet bij de verdere uitwerking in het DO ook graag een paragraaf over duurzaamheid tegemoet. Ze vraagt aandacht voor het hergebruik van materialen (bijvoorbeeld de stelconplaten), de losmaakbaarheid van materialen (staal en aluminiumgevels zo detailleren dat ze herbruikbaar zijn) en de oriëntatie van de PV-panelen (nu nog niet allemaal zo gelegen dat ze het meeste nut hebben). De commissie ziet de vervolgstappen met belangstelling tegemoet.
    Kenmerk (deze vergadering)
    geen
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    vrijdagoverleg 24 april 2026 en verslagen 19/12 2025, 17/02 en 31/03 2026
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/2298
  2. 31 mrt. 2026

    Verslag, pagina 2

    Vooroverleg gebiedsontwikkeling Wisselspoor deelgebied 3 betreffende de laagbouw.

    Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
    Samenvatting door AI

    De architecten en projectleiders presenteerden het aangepaste plan voor de laagbouw. Er is gezocht naar meer abstractie op basis van lessen uit fase 1, met aandacht voor hoofdvormen, contrast, hoekaccenten en raamtypen.

    Conclusie: Te herzien. Het aangepaste voorstel is op veel vlakken geen verbetering; er is sprake van versobering en verarming in plaats van verrijking door vereenvoudiging, en er is te veel repetitie in de typologie.

    Brontekst
    2. Wisselspoor deelgebied 3 CvB Vooroverleg gebiedsontwikkeling Wisselspoor Aanvraag : Gemeente Utrecht Ontwerp en toelichting : LEVS EN DELVA, BGSV Aanwezig Gemeente : Joris van Haaften, Fred van Eeden en Geert van Veen (zie verslag 17/02 2026) Gespreksverslag De architecten en projectleiders zijn in de vergadering aanwezig om het aangepaste plan te presenteren aan de commissie. Het voorstel betreft de laagbouw. De hoogbouw zit in de volgende fase. Voor beide fasen is het beeldkwaliteitsplan het kader en de gemeente en de supervisoren toetsen ook de onderlinge samenhang. Voor de commissie is de samenhang belangrijk om e.e.a. te kunnen beoordelen. De architecten hebben op basis van de lessen van fase 1 gezocht naar meer abstractie in de ontwerpen. Eerdere aandachtspunten zijn onderzocht: zuiverheid in hoofdvormen, contrast tussen de verschillende gebouwen, accenten op de hoeken, raamtypen etc. Per gebouw worden de wijzigingen toegelicht. Conclusie: te herzien
    Kenmerk (deze vergadering)
    geen
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    verslag 17/02 2026
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/2067
  3. 17 feb. 2026

    Verslag, pagina 1

    Vooroverleg gebiedsontwikkeling Wisselspoor voor grondgebonden woningen in deelgebied 3.

    Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
    Samenvatting door AI

    De architecten lichten het voorlopig ontwerp toe. De commissie kan zich vinden in de stedenbouwkundige hoofdopzet en structuur van het inrichtingsplan, maar heeft diverse op- en aanmerkingen op de architectonische uitwerking en mist een overtuigende aansluiting op deelgebied 1.

    Conclusie: Te herzien

    Brontekst
    1. Wisselspoor deelgebied 3 CvB Vooroverleg gebiedsontwikkeling Wisselspoor Aanvraag : Gemeente Utrecht Ontwerp en toelichting : LEVS EN DELVA Aanwezig Gemeente : Philippe Thijssen, Joris van Haaften, Fred van Eeden en Geert van Veen (zie verslag vrijdagoverleg 19/12 2025) Gespreksverslag De architecten geven een toelichting op het voorlopig ontwerp voor de grondgebonden woningen in deelgebied 3 (de appartementenblokken volgen later). Er wordt inzicht gegeven in de stedenbouwkundige uitgangspunten: in het verloop in gradiënt, de hoogteopbouw, de iconische elementen aan het spoor en in de materialisatie - en architectenverdeling. Deelgebied 3 borduurt voort op deelgebied 1. Ook wordt de schetsmatige oorspronkelijke visie getoond (tender). Architectonische uitgangspunten zijn: een optimistische stedelijke architectuur, rationele en functionele gevelbeelden, tijdloze architectuur (niet nostalgisch), uniforme materialisering per gebouw, industriële en karakteristieke dakvormen en nooit dezelfde dakvormen naast elkaar. Er worden natuurlijke materialen en kleuraccenten toegepast. Ook is er bijzondere aandacht besteed aan de verbijzonderingen op ooghoogte (detailniveau in de plintlaag, zitelementen etc.). Tuinmuren worden mee-ontworpen met de bebouwing. Verschillende gebouwen hebben een expressieve kroon. De blokken zijn alzijdig gematerialiseerd. Vervolgens lichten de verschillende architecten hun ontwerpen toe. Het inrichtingsplan openbare ruimte wordt gepresenteerd. De inrichting voor deelgebied 3 wijkt af van de Utrechtse standaard qua verhardingen en bankjes etc. De inrichting sluit logischerwijs aan op deelgebied 1 en doet recht aan het NS-verleden. Wisselspoor wordt vormgegeven als één identiteit. Er zijn vier verschillende sferen (Daalsedijk, binnenwereld, pocketpark en spoorpark) en per zone worden de uitgangspunten toegelicht. De route van Dom tot Dam gaat door het plangebied. De supervisoren hebben aangegeven dat het inrichtingsplan er goed in elkaar zit en dat met het voorstel de gewenste continuïteit wordt gewaarborgd. Op stedenbouwkundig niveau is het plan ook op hoofdlijnen wenselijk. De kracht zit in het grotere geheel, in het industriële erfgoed en het behoud van de grotere historische panden. Op het uitwerkingsniveau zijn er nog belangrijke aandachtspunten m.b.t. de hoofdvormen van de gebouwen, de zuiverheid van de gekozen oplossingen en de architectonische uitwerking. Conclusie: te herzien De commissie kan zich vinden in de stedenbouwkundige hoofdopzet en in de structuur van het inrichtingsplan. Er is een veelbelovend stuk stad in wording. M.b.t. de architectonische uitwerking heeft de commissie meerdere op- en aanmerkingen. Ze mist een overtuigende aansluiting op de kwaliteiten van deelgebied 1. Ze adviseert echte daken en zuivere hoofdvormen toe te passen (geen schijngevels) of andere manieren te onderzoeken om de verschillende korrels voldoende helder en onderscheidend te maken. Ze raadt aan nog goed te kijken naar de abstractie in de uitwerking (wel kleinschalig, speels en expressief, maar niet tuttig). De accenten mogen contrastrijker. De commissie waardeert dat met het inrichtingsplan wordt aangesloten op deelgebied 1. Het gepresenteerde inrichtingsplan is een goede basis voor de verdere uitwerking. Voor een toelichting op deze punten verwijst de commissie naar haar reactie. De commissie reageert als volgt: • De commissie volgt de adviezen van de supervisoren en ze gaat in op de genoemde aandachtspunten. Ze is van mening dat met het ontwerp nog onvoldoende recht wordt gedaan aan de kwaliteiten van deelgebied 1, aan het concept voor dit gebied en aan de handschetsen (visie) van de tender. Er liggen fantastische kansen om hier een zeer hoogwaardig stuk stad te maken en om goed aan te sluiten op deelgebied 1. • Op stedenbouwkundig niveau is de commissie niet akkoord met de op sommige plekken voorgestelde schijngevels. In deelgebied 1 zijn alle daken functioneel (c.q. echt). De expressieve daken zoals die zijn weergegeven in de tender zijn ook functioneel. Aangegeven wordt dat er sprake is van een doorontwikkeling en dat niet alle dakvormen mogelijk zijn. De commissie verzoekt onderzoek te doen om de verschillende karakters sterker tot uitdrukking te laten komen, mede door de toepassing van echte kappen. De industriële referenties spreken in dit verband bijzonder aan. • De commissie volgt de beschreven conceptuele architectonische uitgangspunten, maar ze ziet deze onvoldoende terug in de voorlopige ontwerpen. Hier is nog een ontwerpslag nodig. Er is een hoge mate van repetitie in de typologie en dat is funest voor de afleesbaarheid van de verschillende korrels. De korrels zijn gaandeweg te veel naar elkaar gegroeid. De kleuren zijn te verzadigd en het bijzondere springt er onvoldoende uit. De referentiebeelden zijn fantastisch, maar worden hier anders ingezet in de architectuur. De uitwerking van plattegronden en gevels mist diversiteit en beweegt te veel richting standaardisatie. • De commissie adviseert meer abstractie in de architectonische uitwerking aan te brengen. De elementen die genoemd worden (bankjes, luifels, diverse raamindelingen/raamvormen etc.) gaan bijvoorbeeld tegen die abstractie in. Bankjes dragen bij aan de menselijke maat, maar dat kan wellicht op manieren die in deelgebied 1 zijn toegepast. Gevelopeningen moeten meer zijn dan raampjes en architectonisch meewerken op de schaal van de gebouwen. Ook de paarsgewijze spiegeling van de woningplattegronden gaat tegen de gewenste abstractie in. • De geschakelde rand met tweekappers oogt vooralsnog te sober en mist pit. Het stalen gebouw is zeer overtuigend, maar de overige panden zijn te veel naar elkaar toegetrokken. Er zijn sterkere accenten nodig. Ook hier is het de vraag of de spiegeling van de woningen het beste resultaat oplevert. Met een ander ritme kunnen de hoeken verbijzonderd worden (het onderscheid tussen voor- en zijgevel is nu ook nog te groot). In de uitwerking is het straks belangrijk dat panden koud tegen elkaar aan staan en niet in elkaar grijpen. • Groen en grijs zijn in de optiek van de commissie niet de beste accentkleuren. Groen kan als accent, maar niet in de gedekte kleur zoals die nu wordt voorgesteld. Ze adviseert de kleurstelling van de accenten te heroverwegen. De accenten van deelgebied 1 kunnen helpen om meer verbinding tussen de deelgebieden aan te brengen. Met betrekking tot het landschapsplan: • Het uitwerkingsniveau van dit schetsontwerp is indrukwekkend. Op structuurniveau is het plan zorgvuldig gedetailleerd en er ligt een goede basis, maar veel hangt nog af van de exacte uitwerking. Het is positief dat het ‘tapijt’ van deelgebied 1 wordt doorgezet en ook dat de elementen die daarbij horen weer in hun kracht worden gezet (waaronder de rails). Het stoere en robuuste moet in de uitwerking voor ogen gehouden worden. • Er is nog onvoldoende gevoel bij de identiteit c.q. het karakter van het groen, de ecologische waarde en de biodiversiteit. Op conceptueel niveau mist de commissie een uitspraak over waar welke condities gelden. • De afstemming tussen architectuur en beplanting roept nog vragen op. Dit gaat bijvoorbeeld over de toepassing van de plantsoorten. Stoere gebouwen vragen een daarbij passende beplanting. • De in dit deelgebied voorgestelde geveltuinen roepen vragen op, ook ten aanzien van de eerdergenoemde stoerheid en abstractie. De commissie wenst hier meer inzicht in. Privacyaspecten (de te openen ramen) vormen hierin ook een belangrijk onderdeel. • Bijzondere aandacht wordt gevraagd voor een goede balans tussen gecultiveerde ‘wildernis’ en sociale veiligheid. Het profiel van de route moet goed uitgewerkt worden zodat de sociale veiligheid gewaarborgd kan worden. • Het is niet goed zichtbaar hoe de overgangen gaan werken (blokje in park (onderkant links). Het is belangrijk om te zorgen voor een gevoel van privacy. • Aandacht wordt gevraagd voor de binnenwereld en bij 5a voor de randen van de binnenwereld. De commissie ziet de verdere uitwerking met belangstelling en vertrouwen tegemoet. Met een gewetensvolle doorwerking zal hier een prachtig stuk Utrecht ontstaan.
    Kenmerk (deze vergadering)
    geen
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    zie verslag vrijdagoverleg 19/12 2025
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/1802