Van Sijpesteijnkade 25
Aanvraag omgevingsvergunning voor het restaureren van een rijksmonument
- Gevonden adres
- van sijpesteijnkade 25
- Locatie
- exact adres Toon op kaart
- Coördinaten
- 52.09102846, 5.10729623
Vergaderingen (2)
-
5 apr. 2016
Verslag, pagina 2Restaureren van een rijksmonument om functies ten behoeve van de bewoners van het complex onder te brengen en het maken van een buitenruimte op het dak.
Samenvatting door AIDe functie die aan het monument wordt toebedeeld is een verrijking voor het complex. Ook de toegankelijkheid van het dak wordt positief ontvangen. De keuze aan de rechterzijde om de kroonlijst de hoek om te zetten en de wand niet op te trekken wordt niet begrepen.
BrontekstD1.II Van Sijpesteijnkade 25 (Rijksmonument) 15-43124 (B) Aanvraag omgevingsvergunning voor het restaureren van een rijksmonument Aanvraag: Bouwbedrijf Wessels Zeist Ontwerp : OeverZaaijer (notulen 08/03 2016) Het streven is in het monument functies ten behoeve van de bewoners van het complex onder te brengen. Op het dak wordt een buitenruimte gemaakt. De rechterzijgevel, voormalige scheidingsmuur, is op dakniveau voorzien van een glazen balustrade langs het terras. Na sloop van de belending worden een nadere invulling en afwerking van deze nieuwe zijgevel voorgesteld. De gootlijst is in de dikte van de voorgevel de hoek omgezet. De trap naar het Forum wordt met een sponning vrij gehouden van de zijgevel.- Kenmerk (deze vergadering)
- 15-43124
- Verwijzing naar eerdere vergadering
- notulen 08/03 2016
- Brondocument
- https://welstandutrecht.nl/documenten/717
-
8 mrt. 2016
Verslag, pagina 3Aanvraag omgevingsvergunning voor het restaureren van een rijksmonument
Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
Samenvatting door AIVan de achteraanbouw wordt in het restauratieplan van architect Zaaijer het achterste deel gesloopt. Het tussenlid met hoge monumentwaarde blijft behouden. In de bestrating aan de achterzijde is de contour van de oorspronkelijke binnenplaats zichtbaar gemaakt. De schildkap wordt verwijderd. De daklijst van de voorgevel wordt symmetrisch beëindigd in de zijgevels. Aan de vensters in de linker zijgevel en achtergevel wordt brandwerende voorzetbeglazing toegevoegd. De kozijnen en balkons aan de binnenplaats worden gereconstrueerd. In de rechter zijgevel worden naast de terug te brengen openingen twee vensters toegevoegd in de vorm van bloemvensters. Het interieur wordt gerestaureerd en voor delen gereconstrueerd. De glazen pui rond het monument - onder de woontoren - sluit zoveel mogelijk profielloos aan op de monumentale zijgevels. De natuurstenen zittreden van de trap zijn met een sponning vrijgehouden van de zijgevel. Het platte dak, vanuit de toren bereikbaar met een diensttrap, biedt ruimte aan nader in te vullen kunstuitingen. Afdeling Erfgoed heeft ten aanzien van de aanpak van het monument geen opmerkingen.
Conclusie: De commissie is van mening dat de restauratieve aanpak van het monument ten behoeve van het behoud zorgvuldig is ingestoken. Wel wordt verzocht de detailleringen in overleg met de afdeling Erfgoed verder uit te werken. Echter, de restauratie van en omgang met het monument is niet los van de nieuwbouw te beoordelen en in dit verband mist de commissie een goede interactie tussen deze twee ontwikkelingen. Het monument wordt vooralsnog niet betrokken in de totale planontwikkeling, maar wordt als zelfstandige ontwikkeling benaderd: zowel programmatisch als ontwerptechnisch. Hierdoor worden grote kansen gemist en leidt de bijzonderheid van een monument in het complex niet tot de meerwaarde die het zou moeten opleveren. Of er kan gekozen worden voor meer interactie tussen oud en nieuw of er resteert een rudiment die ook als zodanig herkenbaar - bijvoorbeeld qua bouwsporen, de wijze waarop het dak zich manifesteert, etc. Het ‘verhaal’ van het gebouw moet afleesbaar zijn, zoals zijn oorspronkelijke positie in de gevelwand (behandeling zijgevels, daklijst, daklandschap etc.) Indien er gebruik gemaakt wordt van kunsttoepassingen, dienen deze een verbindende rol te spelen en niet – zoals in het huidige voorstel – het dak slechts te benutten als podium voor min of meer willekeurige kunst. De wijze waarop de onderhoudstrap en het spant (bijna) raken aan het monument in combinatie met de niet geïntegreerde kunst is exemplarisch voor het gebrek aan visie van de ‘plaats’ van het monument in het nieuwe project. De commissie houdt de aanvraag omgevingsvergunning aan op basis van de onvoldoende overtuigende interactie tussen nieuw- en oudbouw.
BrontekstD2 Van Sijpesteijnkade 25 15-43124 (B) Aanvraag omgevingsvergunning voor het restaureren van een rijksmonument Aanvraag: Bouwbedrijf Wessels Zeist Ontwerp : OeverZaaijer Van de achteraanbouw wordt in het restauratieplan van architect Zaaijer het achterste deel gesloopt. Het tussenlid met hoge monumentwaarde blijft behouden. In de bestrating aan de achterzijde is de contour van de oorspronkelijke binnenplaats zichtbaar gemaakt. De schildkap wordt verwijderd. De daklijst van de voorgevel wordt symmetrisch beëindigd in de zijgevels. Aan de vensters in de linker zijgevel en achtergevel wordt brandwerende voorzetbeglazing toegevoegd. De kozijnen en balkons aan de binnenplaats worden gereconstrueerd. In de rechter zijgevel worden naast de terug te brengen openingen twee vensters toegevoegd in de vorm van bloemvensters. Het interieur wordt gerestaureerd en voor delen gereconstrueerd. De glazen pui rond het monument - onder de woontoren - sluit zoveel mogelijk profielloos aan op de monumentale zijgevels. De natuurstenen zittreden van de trap zijn met een sponning vrijgehouden van de zijgevel. Het platte dak, vanuit de toren bereikbaar met een diensttrap, biedt ruimte aan nader in te vullen kunstuitingen. Afdeling Erfgoed heeft ten aanzien van de aanpak van het monument geen opmerkingen. Conclusie De commissie is van mening dat de restauratieve aanpak van het monument ten behoeve van het behoud zorgvuldig is ingestoken. Wel wordt verzocht de detailleringen in overleg met de afdeling Erfgoed verder uit te werken. Echter, de restauratie van en omgang met het monument is niet los van de nieuwbouw te beoordelen en in dit verband mist de commissie een goede interactie tussen deze twee ontwikkelingen. Het monument wordt vooralsnog niet betrokken in de totale planontwikkeling, maar wordt als zelfstandige ontwikkeling benaderd: zowel programmatisch als ontwerptechnisch. Hierdoor worden grote kansen gemist en leidt de bijzonderheid van een monument in het complex niet tot de meerwaarde die het zou moeten opleveren. Of er kan gekozen worden voor meer interactie tussen oud en nieuw of er resteert een rudiment die ook als zodanig herkenbaar - bijvoorbeeld qua bouwsporen, de wijze waarop het dak zich manifesteert, etc. Het ‘verhaal’ van het gebouw moet afleesbaar zijn, zoals zijn oorspronkelijke positie in de gevelwand (behandeling zijgevels, daklijst, daklandschap etc.) Indien er gebruik gemaakt wordt van kunsttoepassingen, dienen deze een verbindende rol te spelen en niet – zoals in het huidige voorstel – het dak slechts te benutten als podium voor min of meer willekeurige kunst. De wijze waarop de onderhoudstrap en het spant (bijna) raken aan het monument in combinatie met de niet geïntegreerde kunst is exemplarisch voor het gebrek aan visie van de ‘plaats’ van het monument in het nieuwe project. De commissie houdt de aanvraag omgevingsvergunning aan op basis van de onvoldoende overtuigende interactie tussen nieuw- en oudbouw.- Kenmerk (deze vergadering)
- 15-43124
- Verwijzing naar eerdere vergadering
- onbekend
- Brondocument
- https://welstandutrecht.nl/documenten/719