Lange Nieuwstraat 38 / Nieuwegracht 63 A
Voorlopig ontwerp uitbreiding serre (bij ‘Stratenmakershuisje’)
- Gevonden adres
- lange nieuwstraat 38
- Locatie
- exact adres Toon op kaart
- Coördinaten
- 52.08728915, 5.12392418
Vergaderingen (7)
-
16 sep. 2025
Verslag, pagina 3Aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen van een museum
Samenvatting door AIDe commissie bespreekt de aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen van het museum door Kaan Architecten. Onderwerpen die aan bod komen zijn de gewijzigde hoofdentree, de doorgangen en hekwerken in de pandhof, de uitwerking en kleurstelling van de travertin natuursteen, duurzaamheidsaspecten en de omgang met het kunstwerk van Max Bill.
Conclusie: Voldoet onder voorwaarden. De commissie complimenteert de architect met het zorgvuldig ontworpen geheel en de goede balans tussen monumentwaarden en functionaliteit, en stelt enkele nadere voorwaarden en aandachtspunten voor.
Brontekst2. Lange Nieuwstraat 38, Nieuwegracht 63 RT / 0011870 Aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen van een museum Aanvraag : Stichting Museum Catharijneconvent Ontwerp en toelichting : Kaan Architecten Aanwezig Gemeente : Greetje de Jager (zie verslag 01/04 en 19/08 2025) Gespreksverslag In de vorige planbehandeling is het principe van de hoofdentree besproken en akkoord bevonden. Het betreft een aanvraag Omgevingsvergunning en het gehele plan ligt vandaag voor. De architecten nemen de commissie mee in de oorspronkelijke uitgangspunten van het ontwerp en hoe dit tot op detailniveau is doorgewerkt. De presentatie is in zes delen opgedeeld, te noemen de entree, de noordelijke kloostergang, de overige kloostergangen, het tentoonstellingsgebouw, de auditoriumfoyer en een hoofdstuk over duurzaamheid. Ten opzichte van eerdere behandelingen is het plan op een aantal punten gewijzigd. De taatsdeur bij de hoofdentree is komen te vervallen en in plaats daarvan komen er aan de zijde van de Lange Nieuwstraat drie getoogde openingen met een stalen sierhek die de hoofdentree vormen. Op het plein komt een terrazzo loper die tot in de pandhof wordt doorgezet. Aan de zijde van de pandhof komen twee hoge openingen met een verticaal gebogen sierhekwerk om de binnentuin te bereiken. Hiertoe wordt bestaand traceerwerk verwijderd. De noordelijke kloostergang is uitgedetailleerd, waarbij wordt gestreefd naar een zo zwaar en stevig mogelijk volume. De bemonstering van de beoogde travertin is getoond. De architect geeft aan dat alle natuursteen elementen eerst worden uitgelegd, voordat ze worden gemonteerd om een zo evenwichtig mogelijk patroon te krijgen. De kloostergangen krijgen een vloer en plint van terrazzo beton. Het kunstwerk van Marc Mulders op de zijgevel van het tentoonstellingsgebouw zou vanuit de nauwe steeg onvoldoende zichtbaar zijn en krijgt in overleg met de kunstenaar een andere plek in zijn het gebouw. De gevel wordt nu volledig gemetseld. Er is afgezien van de goot bij de knik met het dakvlak en het metselwerk loopt door. De dakinstallaties zijn verscholen achter de verhoogde dakrand en zijn niet zichtbaar vanaf de straat. Voor wat duurzaamheid betreft wordt de visie op levensduur, welzijn, gezondheid, luchtkwaliteit, water, energie en materiaalgebruik toegelicht. Conclusie: voldoet onder voorwaarden De commissie complimenteert de architect met het zorgvuldig ontworpen geheel. Het is een bijzondere en overtuigende ingreep die door het complex heen leesbaar is en waardoor het museum als meer toegankelijk wordt ervaren. Het is een mooi plan in wording. De afdeling Erfgoed geeft aan dat er een goede balans is gevonden tussen het behoud van de monumentwaarden, de ruimtelijke cultuurhistorische waarde van de omgeving en het verbeteren van de functionaliteit van het museum. De commissie reageert als volgt: • Zoals afgelopen keer al is opgemerkt is de nieuwe entree sterker geworden. Het vormt een subtiele maar heldere voortzetting van het boogconcept dat verweven is in het plan. De commissie vraagt nog inzicht in de aansluiting van de nieuwe loper naar de entree ter plaatse van de bogen, waarbij een vanzelfsprekende en respectvolle interactie tussen de historische gevel en de nieuwe vloer wordt bereikt. • De commissie is niet unaniem in haar oordeel over de omgang met de doorgangen in de pandhof. Door de toevoeging van de hoge hekwerken gaat traceerwerk verloren en verliest de pandhof een deel van zijn beslotenheid. De oplossing die 19 augustus werd gepresenteerd was in dit opzicht passender. De architect argumenteert dat alle nieuwe toevoegingen in het project ook herkenbaar zijn als een nieuwe toevoeging; de eerder getoonde oplossing is daarmee minder consequent. De commissie vraagt om de argumenten nogmaals met een frisse blik te wegen, daarbij aangevende dat beide oplossingen denkbaar zijn. • De travertin natuursteen is een zeer gemêleerde steen. In de renders wordt een rustig beeld getoond, maar de commissie uit haar zorgen of dit ook wordt bereikt. Er is een risico dat het pand erg druk zal worden. Ook is er de zorg dat het geheel wat te licht zal ogen. Ze vraagt darom om een mock-up te maken en de commissie hierin mee te nemen. • De landschappelijke inrichting van het binnenterrein en het voorplein ziet de commissie in een latere fase tegemoet. • Voor wat betreft duurzaamheidsaspecten zijn er complimenten over de integrale aanpak. In het bijgevoegde intentiedocument zit een hoofdstuk over de methodiek bij de materiaalkeuze, waarbij duurzaamheid een belangrijk ingrediënt is. Er wordt niet beschreven wat de uitkomst van deze methodiek is en waarom er voor de geselecteerde materialen is gekozen. De commissie vraagt om inzicht te krijgen in hoe de keuze voor duurzame materialen geborgd kan worden tijdens het aanbestedingsproces. • De commissie betreurt dat er in de nieuwe situatie in de pandhof geen plaats meer is voor het kunstwerk van Max Bill. Het museum wil deze ruimte voor evenementen gebruiken en het beeld, dat eigendom is van de gemeente, zal daarom worden verwijderd. De commissie verneemt graag wat er met het beeld zal gebeuren en roept op tot het vinden van een goede nieuwe plek. • Tot slot roept de commissie op om het hek in de steeg tussen het tentoonstellingsgebouw en de auditoriumfoyer ook te vernieuwen.- Kenmerk (deze vergadering)
- 0011870
- Verwijzing naar eerdere vergadering
- 01/04 en 19/08 2025
- Brondocument
- https://welstandutrecht.nl/documenten/1673
-
19 aug. 2025
Verslag, pagina 5Het verbouwen van een museum, specifiek het wijzigen van de entree met drie getoogde doorgangen uitgespaard in het metselwerk en afgesloten met metalen hekwerken.
Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
Samenvatting door AIDe commissie en de afdeling Erfgoed zijn positief over de wijziging van de entree met het boogconcept. Er worden aanbevelingen gedaan over het zichtbaar houden van het metselwerk in de negges, het eventueel dichtzetten van de open hekwerken aan de achterzijde met glas, en het betrekken van het inrichtingsplan voor de hoven bij een volgende bespreking.
Conclusie: Volledig advies volgt. In de volgende vergadering zal de gehele aanvraag omgevingsvergunning behandeld worden. Dit advies betreft enkel het principe van het wijzigen van de entree en is positief.
BrontekstSecretariaatsplannen 1. Lange Nieuwstraat 38, Nieuwegracht 63 RT / 0011870 Aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen van een museum. Principe entree ligt ter beoordeling (zie verslag 1 april 2025) Conclusie: Volledig advies volgt In de volgende vergadering zal de gehele aanvraag omgevingsvergunning behandeld worden en hierop worden geadviseerd. Dit advies betreft enkel het principe van het wijzigen van de entree. Er is afgezien van de taatsdeur en de nieuwe entree bestaat uit drie getoogde doorgangen, uitgespaard in het metselwerk. De vorm van de togen is een voortzetting van de togen in het pandhof en het tentoonstellingsgebouw. Ze worden dichtgezet met een metalen hekwerk. De commissie is, in overeenstemming met de afdeling Erfgoed, positief over de wijziging. De vormgeving is sterk en vormt een heldere voortzetting van het boogconcept dat verweven is in het plan. Het monument wordt er minder mee aangetast. Bij voorkeur blijft het metselwerk in de negges zichtbaar en wordt dit niet afgesmeerd. De open hekwerken zijn kwetsbaar in binnenstedelijk gebied en de commissie raadt aan om deze aan de achterzijde met glas dicht te zetten. De belijning in de bestrating op het voorplein vormt een passende begeleiding naar de toegang. De inrichting van de hoven luistert nauw en bij de bespreking van het plan ziet de commissie graag het inrichtingsplan voor de hoven ter beoordeling tegemoet.- Kenmerk (deze vergadering)
- RT / 0011870
- Verwijzing naar eerdere vergadering
- zie verslag 1 april 2025
- Brondocument
- https://welstandutrecht.nl/documenten/1637
-
1 apr. 2025
Verslag, pagina 1Tentoonstellingsgebouw en voorplein, ter voorbereiding op de omgevingsvergunning aanvraag
Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
Samenvatting door AIMevrouw de Jager en de heer Geers geven een toelichting op een wijziging t.a.v. het tentoonstellingsgebouw en een mogelijk ontwerp voor de inrichting van het voorplein. Het ontwerp voor het tentoonstellingsgebouw is conceptueel gewijzigd met een kap en goot in beide langsgevels en een rechthoekige westgevel. Het voorplein wordt alleen aangepakt op plekken die geraakt worden door het ontwerp, met stroken travertin.
Conclusie: De commissie kan zich vinden in het principe van een gebouw met een kap, goot en pronkgevel aan de westzijde, maar vindt het architectonisch concept nog niet sterk verankerd en mist raffinement in de pronkgevel. Wat betreft het voorplein vindt de commissie dat het gehele plein bekeken zou moeten worden en heeft zij twijfels over de toevoeging van travertin.
Brontekst1. Catharijneconvent CvB Tentoonstellingsgebouw en voorplein, ter voorbereiding op de omgevingsvergunning aanvraag Aanvraag : Gemeente Utrecht Aanwezig : Jona Geers (landschap), Richard Rodenburg (Erfgoed) en Greetje de Jager Gespreksverslag Mevrouw de Jager en de heer Geers (gemeente Utrecht) geven een toelichting op een wijziging t.a.v. het tentoonstellingsgebouw en een mogelijk ontwerp voor de inrichting van het voorplein. Het museum is voornemens in april de aanvraag omgevingsvergunning in te dienen. Het ontwerp voor het tentoonstellingsgebouw is op conceptueel wezenlijk gewijzigd. Vanwege planologische aspecten is het gebouw niet meer rechthoekig, maar heeft het een ‘kap’ in beide langsgevels. De dakhelling van de kap is 85 graden. De westgevel is rechthoekig. De komst van een goot heeft ook gevolgen voor de indeling, de verdiepingshoogten en de gevelindeling (westgevel). Het voorplein is gemeentelijk eigendom. Afspraak is dat deze niet in zijn geheel opnieuw wordt ingericht. Uitgangspunt is dat alleen de plekken die geraakt worden door het ontwerp opnieuw bekeken worden. In het schetsontwerp is aandacht besteed aan de museumentree, het kunsttransport, het fietsparkeren en de verlichting/reclame. In het ontwerp wordt het voorplein voorzien van stroken travertin in verschillende diepte/dikte. De stroken zijn breder dan de taatswand (breedte publieke zone). De gemeente en de RCE kunnen zich vinden in het voorstel. De commissie reageert als volgt: Tentoonstellingsgebouw • De commissie kan zich vinden in het principe van een gebouw met een kap en een goot en een pronkgevel aan de westzijde. Het principe is in haar optiek denkbaar en de aansluiting van het volume op de context wordt verbeterd. De komst van een gootlijn is een waardevolle toevoeging en de komst van de ‘kap’ is een erkenning van het binnenterrein waar kappen veelvoorkomend zijn. • Het aangepaste voorstel betekent een wijziging op conceptueel niveau. De commissie is van mening dat het architectonisch concept er vooralsnog niet sterker van is geworden. Ze vindt de consequenties van de wijziging in de zijgevel nog niet goed verankerd in de voorgevel. De materialisering van de kappen is nog niet inzichtelijk. De ‘pronkgevel’ staat nu los van het verhaal van de ‘kap’. De voorgestelde oplossing oogt onvoldoende doorwrocht; aandacht wordt gevraagd voor aansluitingen (is een vertanding nog het juiste middel?) en overgangen. • De commissie is minder gecharmeerd van de nieuwe pronkgevel. De nieuwe kleurstelling is weliswaar een verbetering, maar de nieuwe gevelindeling, die meer de randen van het vlak opzoekt, oogt minder harmonieus. Ook de toevoeging van een deur in de pronkgevel wordt niet als een verbetering gezien. De commissie merkt nog op dat ze gecharmeerd was van de referentie naar de kerkgevel met de afgeschuinde onderdorpels. Die subtiliteit werd gewaardeerd. Aansluiting op de context is een belangrijk onderdeel van de toekomstige toetsing. Voorplein • De commissie is van mening dat het gehele plein bekeken zou moeten worden bij de herinrichting (ze begrijpt het kader van de opdracht, maar ze geeft het mee). • Vanuit het concept bezien vindt de commissie het niet nodig dat er travertin op het voorplein komt. Er wordt veel moeite gedaan om een onzichtbare deur te maken (taatswand in de materialisering van de kloostermuur). De gedachte daarachter was de beslotenheid van het klooster benadrukken buiten de openingstijden. Om bij de inrichting van het voorplein de deur alsnog te benadrukken is tegenstrijdig. De commissie zou het niet erg vinden als de travertin er niet komt. Ze adviseert ook de avondsituatie in beeld te brengen (wand in gesloten toestand). In de avondsituatie zijn de stroken travertin lastig te begrijpen c.q. plaatsen. • In het nieuwe voorstel wordt de diepte naar de straatzijde als verbetering gezien, maar de toegenomen breedte niet. Als travertin op het voorplein gewenst is, vindt de commissie aansluiting bij de breedte van de taats een logischer keuze. Het positioneren van de fietsnietjes is verder aan de gemeente.- Kenmerk (deze vergadering)
- geen
- Verwijzing naar eerdere vergadering
- onbekend
- Brondocument
- https://welstandutrecht.nl/documenten/1539
-
9 jul. 2024
Verslag, pagina 2Verbouwing van het Catharijneconvent (Rijksmonument)
Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
Samenvatting door AIArchitect Dikkie Scipio presenteert het gewijzigde voorstel waarin het stratenmakershuisje behouden blijft, een nieuw volume voor de auditoriumfoyer (compositie B) is gekozen, en latere aanbouwen worden verwijderd. Er wordt ingegaan op de hulpconstructie voor de taatswand, de raamopeningen van het tentoonstellingsgebouw, en een kleur- en materiaalstudie ('Travertin Silver' en hergebruikte bakstenen). De commissie is positief over de grote verbetering ten opzichte van het eerdere voorstel en de inzet van de architect.
Conclusie: De commissie reageert positief en ondersteunt de ingeslagen richting, maar vraagt bij de verdere uitwerking aandacht voor de vormgeving van de puien bij de entree, de uitwerking van de ronding/nis, de naden rondom de taatswand en de bekleding daarvan, de inrichting van het voorplein (geen accentuering van de footprint), de exacte werking van de natuursteen en het hergebruik.
Brontekst2. Verbouwing Catharijneconvent (Rijksmonument) CvB Vooroverleg over de verbouwing van het Catharijneconvent Aanvraag : Catharijneconvent Ontwerp : Kaan Architecten Toelichting : architect Scipio Aanwezigen : Luuk Dietz (KAAN Architecten) Pieterjan Franck (Origin) Josien Paulides (Museum Catharijneconvent) Boukje Schaap (Museum Catharijneconvent) Jacques Webbers (Webbers Bouwmanagement) (zie verslag 23/01 en 16/04 2024) Gespreksverslag Architect Dikkie Scipio gaat met een presentatie in op de vragen die de commissie in een eerdere vergadering heeft gesteld. In het gewijzigde voorstel wordt het stratenmakershuisje behouden. Het huisje is hoogstwaarschijnlijk gebouwd in 1893 en de voorgevel heeft een positieve monumentwaarde. Voor de auditoriumfoyer wordt een nieuw volume voorgesteld (compositie B). Bij de hoofdentree is de opgave een nieuwe zichtbaarheid te introduceren. Latere aanbouwen worden verwijderd en de kruisgewelven worden zoveel mogelijk intact gelaten. Er wordt inzicht gegeven in de hulpconstructie die nodig is om de taatswand te laten functioneren. Voor het tentoonstellingsgebouw wordt een studie naar de positie van de raamopeningen getoond. Gekozen wordt voor het centreren van de rechterraamstrook op de as van de lichtstraat. Met een kleur- en materiaalstudie wordt ingegaan op de vraag van de commissie om het gevelbeeld te verzachten. Het aangepaste voorstel gaat uit van ‘Travertin Silver’ in lagen met verschillende hoogten. Hierdoor ontstaat een hogere verfijndheid. Het gaat om een ‘steen die alle stenen bindt’. Het voorstel is getest naast het bestaande metselwerk. Ook het ophangsysteem is veranderd. Het is de bedoeling ‘massa’ te verbeelden (geen beplating). Behoudens de gevel die gekeerd is naar de binnenhof wordt het tentoonstellingsgebouw bekleed met gevels uit hergebruikte bakstenen. De ‘kloostergang’ wordt aan de kant van de kerk iets verlaagd waardoor de afzaten van de ramen van de kerk vrij blijven. De leden van de commissie hebben vooraf kennisgenomen van de aanvullende onderzoeken, de technische tekeningen en de detailuitwerkingen. Ook heeft ze kennisgenomen van het standpunt van de projectgroep waarin ook een vertegenwoordiger van de RCE zitting heeft. Aangegeven is dat huidige voorstel als een grote verbetering wordt gezien ten opzichte van het eerdere voorstel. Het inrichtingsplan voor de hoven zal in een volgende sessie worden behandeld. De commissie reageert als volgt: De presentatie is helder en de aangeleverde stukken zijn heel inzichtelijk. Er is duidelijk hard doorgewerkt aan het plan en er is tegemoetgekomen aan de eerdere bezwaarpunten. Door het stratenmakershuisje te behouden wordt recht gedaan aan de betekenis van de plek en de gelaagdheid daarvan. Ook de compositie van de auditoriumfoyer is goed gekozen. De technische werking van de taatswand ter plaatse van de entree is onderbouwd, maar blijft ingewikkeld en rigoureus. De commissie staat echter achter de ingeslagen richting en heeft ook vertrouwen in de uitwerking. De taatswand blijft binnen de bestaande wanddikte en monumentwaarden worden zoveel als mogelijk behouden. Het hergebruik van metselwerk voor het tentoonstellingsgebouw zal een harmonischer geheel gaan opleveren en de vertanding in de overgang tussen natuursteen en metselwerk zorgt voor meer samenhang. Het voorstel voor de gevelindeling wordt gevolgd en komt voort uit de logica van het gebouw. Het gewijzigde kleur- en materiaalvoorstel zal tot gevolg hebben dat er minder ongenaakbare vlakken ontstaan. Bij de nieuw voorgestelde natuursteen is het wel nog wat onvoorspelbaar wat voor beeld dit op grotere vlakken oplevert. Dit vergt nog onderzoek en goede begeleiding in de uitvoering. Het voorstel komt echter tegemoet aan de verfijning die werd verwacht. Het is een goede verbetering dat de pandgang los blijft van de vensters van de kerk. Bij de verdere uitwerking vraagt de commissie aandacht voor: • De vormgeving van de puien bij de entree Bij het grote gebaar van de entreedeuren worden zo groot en transparant mogelijke openingen verwacht. De deuren ogen in het huidige voorstel nog te weinig bijzonder. De architect geeft aan nog te zoeken naar manieren om de deuren eleganter te maken ( binnen de regelgeving en de technische uitvoerbaarheid). • De uitwerking van de ronding (de nis). Hierbij is het de vraag hoe de ronding werkt in de gang en wat de nis betekent aan de zijde van de openbare ruimte. De architect geeft aan dat met licht van boven een donkere hoek wordt voorkomen, maar dat de exacte afwerking nog in ontwikkeling is. • De naden rondom de taatswand en de bekleding ervan. Aandacht wordt gevraagd voor de detaillering van de naad rondom de taatswand. De architect geeft aan dat het niet de wens is deze te laten aftekenen. Daarnaast wordt nog gestudeerd op de afwerking van de taatswand. Het is de bedoeling het verloop van het metselwerk van de bestaande metselwerkgevel te volgen. De commissie ziet deze uitwerking tegemoet. De binnenzijde van de taatswand is in geopende toestand beeldbepalend. Materialisering en gebruik voor bijvoorbeeld signing wordt nader onderzocht. • De inrichting van het voorplein. De commissie merkt op dat de essentie van de taatswand is dat het introverte karakter van het klooster terugkeert zodra de wand gesloten is. In die zin ziet ze geen aanleiding om met een bijzondere bestrating de footprint van de taatswand zichtbaar te maken. De commissie ontraadt het voorstel de bestrating door middel van natuursteen te accentueren en adviseert consistent te zijn in de keuzes (in avonduren dichte wand en de suggestie dat daarachter iets plaatsvindt is niet nodig). • De exacte werking van de natuursteen De voorgestelde natuursteen en de combinatie met het patroon roept nog vragen op over de werking van het materiaal in grotere vlakken. In de doorontwikkeling is het noodzakelijk hier aandacht aan te besteden (ook aan de manier hoe de kozijnen precies worden opgenomen in de natuursteen). • Hergebruik Vanuit duurzaamheidsoogpunt wordt zorgvuldig en effectief omgegaan met het bestaande. Het hergebruik van materialen kan spanning gaan geven in de kosten. De commissie wijst op het belang van hergebruik. De commissie ziet de vervolgstappen met belangstelling tegemoet. Het is een bijzondere opgave en het is duidelijk dat er met veel passie aan gewerkt wordt.- Kenmerk (deze vergadering)
- geen
- Verwijzing naar eerdere vergadering
- verslag 23/01 en 16/04 2024
- Brondocument
- https://welstandutrecht.nl/documenten/1243
-
16 apr. 2024
Verslag, pagina 3Verbouwing Catharijneconvent (Rijksmonument)
Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
Samenvatting door AIVooroverleg over de verbouwing. De commissie bespreekt de minimimumwijzigingen ten opzichte van het eerdere voorstel en stelt dat op alle fronten de nieuwe ingrepen de confrontatie zoeken in materiaal, kleur, vorm, bogen en abstractie, waardoor ze te hard en dominant overkomen.
Conclusie: Niet akkoord, tenzij. De commissie ziet in het huidige voorstel geen goede basis voor verdere uitwerking.
BrontekstVerbouwing Catharijneconvent (Rijksmonument) CvB Vooroverleg over de verbouwing van het Catharijneconvent Aanvraag : Catharijneconvent Ontwerp : Kaan architecten Toelichting : architect Scipio Aanwezigen : - Arjan Boekel – Boekel Tuin en Landschap - Jacques Webbers – projectmanager, Webbers Bouwmanagement - Joesien Paulides – directeur, Museum Catharijneconvent - Prof. Dikkie Scipio - medeoprichter, KAAN Architecten - Luuk Dietz - senior architect, KAAN Architecten - PieterJan Franck – project coordinator, Origin Architecture & Engineering (zie verslag 23/01 2024) RX.Mission Niet akkoord, tenzij De commissie is van mening dat met de voorgestelde minimale wijzingen onvoldoende tegemoet is gekomen aan de kern van haar eerdere opmerkingen/bedenkingen/vragen. Het gaat hier niet om nog meer toelichting op de gemaakte keuzes, maar om wijziging van het plan waardoor de ingrepen zich beter gaan verhouden tot de monumentale omgeving. De commissie ziet in het huidige voorstel geen goede basis voor verdere uitwerking. Op alle fronten zoeken de nieuwe ingrepen de confrontatie (materiaal, kleur, vorm, bogen, abstractie). Het gaat om de opstapeling van deze aspecten die maakt dat de ingrepen ten opzichte van de historische context te hard en dominant overkomen. De commissie adviseert met meer terughoudendheid te werk te gaan en per ingreep een meer locatie-specifieke oplossing te kiezen, waarbij de ingrepen vanzelfsprekend wel duidelijk verwant kunnen zijn. Op het landschapsplan is zij nu nog niet ingegaan. Ze verwijst voor de onderbouwing van haar reactie naar het gespreksverslag. Gespreksverslag Mevrouw Scipio gaat met een presentatie in op de vragen die de commissie in een eerdere vergadering heeft gesteld. Bij de taatswand op het voorplein is een suggestie te zien van de pleininrichting (in relatie met de taatswand). Daarnaast is zichtbaar dat er een pui wordt geplaatst aan de binnenzijde van de bogen. In de ingreep in het Pandhof is in de galerij een lijn aangebracht en met enkele inkepingen wordt relatie gelegd met de vormgeving van de steunberen (penanten). Bij het tentoonstellingsgebouw wordt met het afschuinen van de onderzijden van de gevelopeningen relatie gelegd met het monument. De principes die ten grondslag liggen aan de paraboolvorm van de ramen worden ook toegelicht. De installaties zijn zo ver mogelijk naar de achterzijde geplaatst. In deze sessie wordt dieper ingegaan op de nieuwe auditoriumfoyer. Om deze te kunnen plaatsen is sloop van het stratenmakershuisje noodzakelijk. Het gebouw wordt voorgesteld als een monoliet met een reeks openingen in de lange gevel. Aangegeven wordt dat de steeg vooral een stedenbouwkundige waarde heeft. Vervolgens wordt het inrichtingsplan voor de hoven gepresenteerd. Voor de Pandhof is het thema ‘geboorte’ gekozen, voor de binnentuin ‘de eeuwigheid’ en voor de verborgen tuin ‘de weg’. De commissie reageert als volgt: Ze constateert dat de wijzigingen t.o.v. het eerdere voorstel minimaal zijn. De hele kleine wijzingen (lijn, afschuining, hapje in gevellijn) dragen niet wezenlijk bij aan de gevraagde evenwichtige balans tussen bestaand en nieuw. De commissie ziet de gewenste verfijning niet in deze ontwerpslag. Er zijn weliswaar bouwsporen in beeld gebracht, maar de consequenties daarvan zijn verder niet opgepakt. De grote aanwezigheid van bouwsporen uit verschillende bouwfasen betekent niet dat er vrij spel is een grote nieuwe ingreep te doen, maar zou juist moeten aanmoedigen met nieuwe ingrepen alle verhalen van het complex te respecteren en meer inzichtelijk te maken. De essentie van het eerdere advies van de commissie was dat nieuwe ingrepen niet mogen gaan domineren. Voor de commissie geldt het uitgangspunt dat de toevoeging ‘moet harmoniëren en niet moet overstemmen’. Daarnaast heeft de commissie aangegeven dat bij de verschillende ingrepen een meer locatie-specifieke aanpak wordt verwacht. De verschillende plekken waar gewerkt gaat worden hebben een zeer eigen en onderling verschillend karakter (de ‘binnenvoering’ van de taatswand is iets anders dan de 3D galerij en de galerij is weer iets anders dan het blokvormige tentoonstellingsgebouw). Eerder is aangegeven dat de verschillende historische karakters de voornaamste kwaliteit van het complex moeten blijven. Ook is destijds het risico benoemd dat het bestaande door het nieuwe wordt overstemd als de nieuwe ‘huisstijl’ te dominant aanwezig is. De commissie is van mening dat hiervan sprake is. Ze heeft dat in het eerdere gesprek omzichtig geprobeerd te benoemen, maar dat heeft kennelijk niet geleid tot andere ontwerpkeuzen. De voorgestelde ingrepen domineren en de eerdere bedenkingen van de commissie zijn verder niet geadresseerd. De commissie snapt de behoefte aan een herkenbare beeldtaal en de wens om een zekere eenduidigheid aan te brengen in de ingrepen. Ook kan ze zich vinden in de voorgestelde structuur. Het gaat hier echter om de expressie, de hardheid en de mate waarin de beschikbare ingrediënten per ingreep worden ingezet. Het beeld wordt gedomineerd door de combinatie van een nieuw, contrasterend materiaal en de nieuwe bogen die uniform worden ingezet. De commissie kan zich daar vooralsnog niet in vinden. De architect geeft hierop aan dat het een wezenlijk onderdeel van de uitvraag was om het museum een herkenbare identiteit te geven en dat gekozen wordt voor consistentie. Het gaat hier om een methodiek/strategie en bij veel onderdelen is het nog niet zeker wat het definitieve voorstel wordt. Ook de materialisering/kleurstelling zijn nog in onderzoek. De ingrepen zijn niet in één beeld zichtbaar en met de toelichting staat de architect op het standpunt dat in voldoende mate gereageerd is op het eerdere verslag. Daarnaast wordt aangegeven dat het hier om een gewonnen prijsvraag gaat en dat de commissie eerder aangaf zich te kunnen vinden in de hoofdopzet. Het is wel degelijk de intentie om naast een krachtige nieuwe beeldtaal de monumentale bebouwing te respecteren. Per onderdeel geeft de commissie de volgende opmerkingen: Concept De commissie heeft de locatie bezocht, de stukken bestudeerd en de toelichting van de architect gehoord. Ze kan zich vinden in de functionele opzet van het plan, maar adviseert dringend meer terughoudendheid in de architectonische expressie aan te brengen. De voorgestelde ‘hardheid’ wordt niet als passend gezien op deze zeer bijzondere plek. Elke keuze dient op de weegschaal te worden gelegd en elk onderdeel vraagt om een weloverwogen en mogelijk specifieke aanpak zodat meer recht wordt gedaan aan de diversiteit in en de verfijning van het complex. Bij een volgende zitting worden ook beter uitgewerkte (bouwkundige) tekeningen verwacht. Het gaat hier om specifieke invullingen die veel precisie vergen. Het Kloostergebouw is het belangrijkste museumstuk. In het eerdere gesprek is aangegeven dat het helpt om cultuurhistorische kwaliteiten als kernwaarden te benoemen. Die staan naast de benoemde kernwaarden van het museum ‘openheid en aandacht’. Materialisering Eerder is gezegd dat de toepassing van natuursteen een denkbare keuze is (al zijn ook duurzamere alternatieven denkbaar). De kleurstelling en de bewerking daarvan luisteren echter nauw. Een lichte kleurstelling vergroot het contrast. Dat wordt juist ontraden (het voorstel zet zich duidelijk af tegen de roodtinten van de alomtegenwoordige metselwerkgevels). Dat er zandkleurige elementen in het gebouw voorkomen (dorpels, accenten etc.) is geen legitimatie voor het bekleden van volledige gevels in een vergelijkbare lichte tint. De architect geeft aan te zoeken naar nuance. Taatswand en voorplein De eerdere zorgen m.b.t. de werking van de taatswand zijn niet weggenomen. Dit gaat over de technische maakbaarheid, het integreren van de bestaande poort en de consequenties van het naar binnen taatsende wanddeel in het interieur. Er is hier sprake van een stapeling van elementen: de gemetselde buitenschil, de binnenwand in natuursteen, de paraboolbogen en de binnenpuien. De optelsom van deze elementen conflicteert met de monumentenwaarden (hoofdrol voor de kruisgewelven en oorspronkelijke gesloten karakteristiek). Daarnaast is de impact van de wand op de kruisgewelven is op basis van de getoonde renderings niet volledig en goed te beoordelen. De taatswand vergt een vlak voorplein en de vraag rijst of een bestaande boom gehandhaafd kan blijven. Ook het sociale aspect van de dode hoek die ontstaat achter de wand is een belangrijk aandachtspunt. Dit alles dient goed te worden onderzocht en in beeld te worden gebracht. De taatswand oogt als een vrij agressieve noodgreep om de zichtbaarheid van het museum te versterken. De commissie adviseert hiervoor ook alternatieven te onderzoeken. Auditoriumfoyer De commissie benadrukt dat de bestaande bebouwing aan het binnenplein een stedenbouwkundige kwaliteit heeft. In de vorige bijeenkomst is de sloop van het stratenmakershuisje onvoldoende aan de orde gesteld. Sloop binnen het rijksbeschermde stadsgezicht vraagt om een belangenafweging. Omdat het pand zelf geen beschermde status heeft is hiervoor in de vorige bijeenkomst onvoldoende aandacht geweest. De commissie wijst alsnog op de bestaande kwaliteiten. De compositie van verschillende gebouwen uit verschillende tijden hoort bij de stad. Ze ziet potentie in het bestaande gebouw. Er is hier sprake van een typisch Utrechts hofje waar van alles bij elkaar komt in een informele sfeer. Het bestaande gebouw heeft een zekere alzijdigheid. Het nieuwe volume heeft dat niet en benadrukt vooral de lengterichting. In de huidige abstracte uitwerking past dit grote gebaar nog niet overtuigend bij de compositie van de plek en de typologie daarvan. Dit vergt nadere studie naar de betekenis van de ruimtes en het stedelijk belang. Tentoonstellingsgebouw De uitwerking van het tentoonstellingsgebouw is gedurende het ontwerpproces steeds abstracter geworden. Verwezen wordt naar de eerdere, enigszins gevarieerde raamopeningen. Met de toegenomen abstractie verhoudt het gebouw zich moeizamer tot de omgeving. De gewenste verfijningsslag is nog niet aangebracht. Bij een vervolggesprek wil de commissie ook meer inzicht in de werking (materialisering/kleurstelling/betekenis) van de zijgevel. In het eerdere verslag is aangegeven dat de commissie zich niet kan vinden in de ‘harde demarcatielijn’ in het grachtenpand/tentoonstellingsgebouw. Destijds werd aangegeven dat nog onderzocht wordt welke delen hergebruikt kunnen worden. Op die manier zou een ‘vingerlas’ ontstaan tussen oud en nieuw. De commissie adviseerde voort te bouwen op de aanwezige gelaagdheid. Inrichtingsplan Met betrekking tot het landschapsontwerp zijn er - net als voor het architectonische basis concept - bedenkingen over de uitgangspunten en de abstracte vormgeving. Er ligt nu vooral een esthetisch verhaal dat nog niet overtuigt. Het is positief als het resultaat eenvoudig en rustig is, maar het concept zou gelaagder mogen zijn. Dat gaat over aspecten als ontstaansgeschiedenis en karakter van de verschillende ruimtes, gebruik, (inheemse) biodiversiteit, water (opvang, zuivering, berging), maar ook de relatie met de binnenruimte en de ondergrondse verdieping. Deze plek verdient een integraal ontwerp dat een relatie heeft tot het museum en de stedelijke omgeving. In de inrichting van de voorruimte ligt een mogelijke sleutel voor een uitnodigende entree én een subtielere omgang met de gesloten muur. Hier ligt ook een rol voor de gemeente. Dat er niets aan het voorplein mag veranderen snijdt geen hout want om de taatsdeur te kunnen realiseren moet immers het halve plein op de schop (minimaal egaliseren plein en wellicht verplaatsen boom). Afsluitend De commissie vraagt oor te hebben voor wat ze aandraagt. Vanuit haar rol brengt ze een onafhankelijk advies uit aan het stadsbestuur. Een gewonnen prijsvraag is geen vrijbrief voor een positieve beoordeling. Bij een vervolggesprek is meer inzicht nodig, zowel in bouwkundige zin als ook in materialen en kleuren.- Kenmerk (deze vergadering)
- geen
- Verwijzing naar eerdere vergadering
- verslag 23/01 2024
- Brondocument
- https://welstandutrecht.nl/documenten/1099
-
23 jan. 2024
Verslag, pagina 2Vooroverleg over de verbouwing van het Catharijneconvent (rijksmonument), omvattende het creëren van een uitnodigende entree, een nieuwe overdekte galerij aan de noordzijde van het Pandhof en een hernieuwd tentoonstellingsgebouw aan het Binnenplein.
Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
Samenvatting door AIDe commissie waardeert het conceptuele niveau en de terughoudendheid in het monument, maar uit grote twijfels over onder andere de paraboolvorm van de ramen, de harde demarcatielijn in het grachtenpand, en de zichtbaarheid van installaties.
Conclusie: Bespreekstuk vooroverleg; de commissie ziet de vervolgstappen met grote interesse tegemoet en geeft diverse adviezen mee voor de verdere uitwerking.
Brontekst2. Verbouwing Catharijneconvent (Rijksmonument) CvB Vooroverleg over de verbouwing van het Catharijneconvent Aanvraag : Catharijneconvent Ontwerp : Kaan Architecten Toelichting : architect Scipio Aanwezigen : In de vergadering zijn aanwezig mevrouw Scipio en de heer Dietz (KAAN Architecten), mevrouw De Kruijf en de heer Webbers (Museum Catharijneconvent) en de heer Rodenburg (Erfgoed). Mevrouw Scipio geeft aan de hand van een film een inleiding op de opgave. De opgave betreft het creëren van een uitnodigende entree, een nieuwe overdekte galerij aan de noordzijde van het Pandhof en een hernieuwd tentoonstellingsgebouw aan het Binnenplein. Op conceptueel niveau hebben de toevoegingen één herkenbare identiteit en een zelfde architectonische taal. De nieuwe publieke route die ontstaat verbindt het gehele museumcomplex. De voorgestelde entree is op conceptueel niveau een spel tussen de geslotenheid van het klooster en groot verwelkomend gebaar tijdens de openingsuren van het museum (taatswand). Het huidige Pandhof heeft drie galerijen. Voor de toe te voegen noordelijke galerij is onderzocht hoe deze past bij het totaal en toch een eigen uitstraling heeft. Om verbinding te maken zijn doorbraken nodig (verwijderen van invullingen en borstweringen). Het Pandhof is de ‘schat’ van het museum en heeft een hoge monumentwaarde. Om het tentoonstellingsgebouw te realiseren wordt een deel van de achteraanbouw van het grachtenpand vervangen. Het achterhuis al veelvuldig verbouwd en het voorhuis zal zo goed mogelijk worden geconserveerd. Er is gestudeerd op de hoogte van het nieuwe volume, gevelverhoudingen en op de raamtypologie. De boogvorm komt voort uit de zoektocht naar een maximale perforatie in de kloostergalerij (‘hoe maak je die zonder dat het kruisgewelf instort’). Er is intensief gestudeerd op de verhoudingen van de nieuwe paraboolvorm. De materialisering en kleurstelling zijn nog in onderzoek (zandkleurige steen). Het is de bedoeling de interactie tussen gebouwdelen steeds zichtbaar en voelbaar maken. Het complex bestaat uit gebouwen en gebouwdelen uit verschillende tijden en verschillende karakteristieken. Er is veel studie gedaan naar de bouwhistorie en er zijn veel bouwhistorische sporen aangetroffen. De huidige situatie is te beschouwen als een reconstructie van hoe men dacht dat het klooster ‘had moeten zijn’. De commissie reageert als volgt (algemeen, samenvattend) • Het is positief dat het plan door een kwaliteitsteam en de RCE wordt begeleid. De commissie constateert dat in formele zin de toetsingsverantwoordelijkheden niet aan dit kwaliteitsteam zijn gedelegeerd. De commissie toetst het bouwplan en brengt advies uit over de aanvraag aan het college. Het kwaliteitsteam heeft een begeleidende rol en zorgt voor een vroegtijdige afstemming tussen verschillende disciplines. • Er is waardering voor het plan op conceptueel niveau en de ingrepen zijn voorstelbaar in het monument. De nieuwe structuur geeft een nieuwe helderheid en er is waardering voor de terughoudendheid die betracht wordt. Er wordt bewust gezocht naar de precaire balans tussen ‘duidelijk nieuw’ en ‘respectvol bestaand’. Dit luistert zeer nauw. De commissie doet de oproep om de dialoog aan te gaan tussen perfectie en de imperfecties die inherent zijn aan dit historische complex. Het is essentieel de boogvorm van de voorgestelde ramen nog kritisch onder de loep te nemen. Bij de vervolgstappen ziet de commissie graag de eerste aanzet voor het landschapsplan tegemoet en ze wil graag inzicht in de manier waarop de duurzaamheidsambities worden waargemaakt. Het is van groot belang dat dit een fantastisch plan wordt en de ingrediënten daarvoor zijn aanwezig. Voor de verdere uitwerking adviseert de commissie als volgt Stedenbouw Er is sprake van drie ruimtes en de ingrepen zijn gekoppeld aan de verschillende ruimtes. De functie van de voorhof c.q. het entreeplein is duidelijk en er wordt meer betekenis toegekend aan de entree. Dat is positief. Ook de betekenis van de Pandhof wordt versterkt doordat de route hier doorheen wordt gebracht. Bij het Binnenplein wordt bij een vervolgsessie meer duiding gevraagd van de originele betekenis van deze ruimte en de bedoeling voor de nieuwe fase. Hoe is de interactie tussen binnen en buiten, hoe wordt deze ruimte ingericht, is het bij die inrichting mogelijk de gelaagdheid van de plek in beeld te brengen etc. Het huidige voorstel is leesbaar als een ‘palazzo met een nieuwe voorkant’. Hierin zit de belangrijkste transitie die goed moet worden gemotiveerd. Cultuurhistorie Er is veel waardering voor het voorstel en het filmpje is zeer inzichtelijk. De commissie heeft kennisgenomen van de historische onderzoeken die tonen dat hier sprake is van een rijk en gelaagd ensemble. Het museum gaat over geschiedenis en dat wordt ook verbeeld met de gebouwen. Het nieuwe ontwerp borduurt daarop voort. Ondanks het vele onderzoek wordt in de transformatie naar nieuw museum een zekere verfijning gemist. Het helpt om cultuurhistorische kwaliteiten als kernwaarden te benoemen. Het is belangrijk dat ingrepen zich verhouden tot wat er nu staat. De ‘perfect imperfections’ vertellen een verhaal over de geschiedenis van het complex. De commissie raadt aan om met die bril nog goed naar de ingrepen te kijken. Bouwsporen zijn toevallige geschenken en het loont om door te borduren op de ‘wonden’ die er in de wanden zitten. De commissie kan zich niet vinden in de ‘harde demarcatielijn’ in het grachtenpand/tentoonstellingsgebouw. In het gesprek wordt aangegeven dat onderzocht wordt welke delen nog wel hergebruikt kunnen worden. Op die manier kan een ‘vingerlas’ ontstaan tussen oud en nieuw. De lijn zal minder ‘strak’ worden dan eerder werd gedacht. De commissie kan zich vinden in die aanpak en ze raadt aan het verschil in verdiepingshoogten juist zichtbaar te maken in de nieuwbouw. Op die manier kan bijvoorbeeld worden voortgebouwd op de aanwezige gelaagdheid. Het zal de kunst zijn kleine nuances aan te brengen waardoor het beter op zijn plek valt. De ingrepen raken het wezen van de geschiedenis van het complex. Architectuur Zoals gezegd kan de commissie zich vinden in de hoofdopzet. M.b.t. de architectonische uitwerking heeft ze echter grote twijfels bij de betekenis van de paraboolvorm van de ramen. Venstervormen hebben een grote betekenis binnen een kloostercomplex met religieuze kunst. De vorm heeft betekenis als inzet van wat je binnen wilt laten zien. De commissie adviseert de essentie van de vorm en de betekenis daarvan opnieuw te bekijken. Ze is van mening dat bijvoorbeeld een spitsboogvorm passender is in de voorgevel in en pandgang. De nieuwbouw kan een eigen betekenis krijgen (geïnspireerd op). Uit de huidige ramen spreekt een zekere dominantie van de nieuwe vorm en het is de vraag of er nog sprake is van een juiste balans. Bij ‘kunst en religie’ wordt toch een andere vorm verwacht dan een paraboolvorm. De architect geeft aan dat historiserend ontwerpen niet het uitgangspunt is. Maar dat er wel gezocht wordt naar de goede balans tussen bestaan en nieuw. Er is gezocht naar een herkenbaar thema dat alle gebouwedelen kenmerkt. De vorm komt letterlijk voort uit de perforatie van de galerij en het handhaven van het kruisgewelf. Om die reden is geen spitsboog toegepast. Er is gezocht naar een goede verhouding en een bruikbare gevelopening. In de optiek van de architect verhoudt de raamvorm zich tot de traditie, maar is nadrukkelijk geen citaat. Het uitgangspunt is de nieuwe toevoegingen in bestaande configuratie net zo sterk laten zijn als wat er is. De toevoeging met matchen, niet overstemmen. De architect geeft aan dat er nog gezocht wordt naar een zekere zachtheid in de detaillering en de materialisering. Het huidige voorstel is nog niet af. De commissie begrijpt de intentie van eenduidigheid in vormgeving van de diverse ingrepen, maar constateert ook dat deze zich manifesteren op plekken met een zeer eigen en onderling verschillend karakter. Die verschillende historische karakters moeten de voornaamste kwaliteit van het complex blijven. Dat vraagt van de nieuwe ingrepen dat ze zich daartoe op een smaakvolle en evenwichtige manier verhouden. Zodra nieuw bestaand gaat overstemmen, en de nieuwe ‘huisstijl’ te dominant Aanwezig is, wordt het doel niet bereikt. Hierin schuilt met dit ontwerp een risico. Overig • Het opensnijden van de muur is een sterk thema, maar technisch een hele uitdaging. De commissie geeft in overweging ook de bestaande deur te behouden naast de taatsdeur (nu aan doodlopend stuk). • De toepassing van een nieuw soort natuursteen is een denkbare keuze. Hierin is dan ook de ontwikkeling van het pand te zien (en de eenheid van de ingrepen). • Het is essentieel dat installaties zo min mogelijk zichtbaar zijn. De commissie begrijpt dat hier al studie naar gedaan is, maar ze merkt op dat de installaties behoorlijk storend ogen op het voorhuis van het grachtenpand. Dit vergt nog een optimalisatie. • De nieuwbouw met het zadeldak aan de rechterzijde van de nieuwbouw is qua volume goed denkbaar. Het is alleen niet goed zichtbaar wat de bedoeling is met dit gebouw. Dit vergt meer informatie bij een vervolgsessie. • De duurzaamheidsintenties zijn veelbelovend. De commissie ziet de meer concrete aanpak met belangstelling tegemoet. • Bij de verdere uitwerking wordt ook het concept inrichtingsplan van de buitenruimte tegemoet gezien. De drie buitenruimtes hebben een eigen karakter. Wat is het beoogde gebruik van de ruimtes en kan dat bijdragen aan het inhoudelijke verhaal van het museum? Het gaat hier over de interactie tussen binnen en buiten, het benutten van uitnodigende elementen, het gebruiken van onderdelen van de gevel bij de invulling van de buitenruimte etc. Aangegeven wordt dat een landschapsarchitect wordt betrokken bij de opgave. De commissie ziet de vervolgstappen met grote interesse tegemoet.- Kenmerk (deze vergadering)
- geen
- Verwijzing naar eerdere vergadering
- onbekend
- Brondocument
- https://welstandutrecht.nl/documenten/1049
-
17 okt. 2017
Verslag, pagina 4Voorlopig ontwerp uitbreiding serre (bij ‘Stratenmakershuisje’)
Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
Samenvatting door AIHet 'Stratenmakershuisje' wordt verbouwd waarbij de huidige serre wordt verlengd voor bezoekersopvang met aanhouding van de detaillering van de bestaande luifel.
Conclusie: De commissie acht het een zorgvuldig en sympathiek plan. De aanvraag omgevingsvergunning inclusief details wordt afgewacht.
BrontekstD4 Lange Nieuwstraat 38 / Nieuwegracht 63 A [Binnenstad] (B) Voorlopig ontwerp uitbreiding serre (bij ‘Stratenmakershuisje’) Aanvraag : Museum Catharijneconvent Ontwerp : Hoek architectuur en restauratie Het ‘Stratenmakershuisje’ op het binnenterrein van het Catharijneconvent wordt verbouwd, waarbij de huidige serre wordt verlengd voor de opvang van bezoekers. Voor deze verlenging houdt architect Hoek de detaillering, profielen en de glassoort van de bestaande luifel aan. Het achterste vlak van de nieuwe luifel krijgt halverwege een knik naar beneden. In de bestaande muur komt een extra poortfunctie. Conclusie De commissie meent dat er sprake is van een zorgvuldig en sympathiek plan. Geadviseerd wordt om bij de gerende muren de buitenlijn, gootlijn en geerlijn door te laten lopen, waarbij de aansluiting op de muur uit technisch oogpunt extra aandacht vraagt. De voorkeur wordt uitgesproken om de luifel aan beide zijden gelijk te laten landen. De aanvraag omgevingsvergunning, inclusief de details, wordt afgewacht.- Kenmerk (deze vergadering)
- geen
- Verwijzing naar eerdere vergadering
- onbekend
- Brondocument
- https://welstandutrecht.nl/documenten/663