Cartesius deelgebied 4
Vooroverleg met supervisor over stedenbouwkundige opzet, plangebied, opdeling van het blok, setbacks, plasticiteit en programma.
- Gevonden adres
- helena mercierstraat 1015
- Locatie
- exact adres Toon op kaart
- Coördinaten
- 52.09998606, 5.09073275
Vergaderingen (4)
-
14 apr. 2026
Verslag, pagina 3Aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van 660 woningen.
Samenvatting door AIDe architecten lichten de wijzigingen toe naar aanleiding van eerdere besprekingen (meer rust in het inrichtingsplan, bomen in de volle grond, variatie in villa's aan de parkzijde, verbeteringen bij gebouw A, aangepaste horizontale banden bij gebouw C, vergroening van gebouw H, etc.). De commissie is enthousiast, maar maakt zich zorgen over de zichtbaarheid van dakinstallaties en vraagt om een betere weergave hiervan.
Conclusie: Voldoet onder voorwaarde. De commissie brengt een positief advies uit onder de voorwaarde dat het dakontwerp inclusief installaties nog ter beoordeling aan de commissie wordt voorgelegd en een reflectie op de overige bemerkingen wordt kortgesloten met het secretariaat.
Brontekst2. Cartesius Ikaria (deelgebied 4) CvB / 0041091 Aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van 660 woningen Aanvraag : Gemeente Utrecht Ontwerp en toelichting : Mecanoo Aanwezig Gemeente : Joris van Haaften (zie verslag 04/03, 13/05 en 30/09 2025) Gespreksverslag De architecten zijn in de vergadering aanwezig en geven een toelichting op de wijzigingen die naar aanleiding van de eerdere bespreking zijn aangebracht. In het inrichtingsplan is meer rust gebracht, er zijn bomen van de eerste orde in de volle grond voorzien en het groen is zo robuust mogelijk gemaakt. In de villa’s is meer variatie aan de parkzijde aangebracht (J met diepte en I met beplanting). Voor gebouw A zijn gelet op de woonkwaliteit - bezonning en privacy – betere oplossingen gevonden. De horizontale banden van gebouw C zijn aangepast (bredere balkons en spel open/dicht). Het dak van gebouw H wordt vergroend en zonnepalen komen alleen op de hogere daken. Er wordt gewerkt met zonwerend glas en ramen zijn van binnenuit bewasbaar. In de tennisering is aandacht besteed aan de onderzijden van balkons, de blinde bevestiging van plaatmaterialen en het zoveel mogelijk borgen dat dakinstallaties niet in het zicht komen. De supervisoren geven aan dat er zorgvuldig aan het plan gewerkt is. Conclusie: Voldoet onder voorwaarde De commissie is enthousiast over het plan en de wijzigingen ten opzichte van het eerdere ontwerp komen het plan ten goede. Er is veel vertrouwen in de architecten en het ontwerp is passend in Cartesius. Op basis van het huidige voorstel verwacht de commissie dat de installaties goed zichtbaar zullen zijn vanuit de openbare ruimte. De commissie verzoekt dit beter in beeld te brengen en staat op het standpunt dat installaties niet of nauwelijks zichtbaar moeten zijn. Het ontwerp is op dit aspect nog niet akkoord. Ze brengt daarom een positief advies uit onder de voorwaarde dat het dakontwerp inclusief installaties nog ter beoordeling aan de commissie wordt voorgelegd en een reflectie op de overige bemerkingen wordt kortgesloten met het secretariaat. De commissie reageert als volgt: • Er is waardering voor het plan. De gebouwen hebben gedurende het ontwerpproces aan kracht en kwaliteit gewonnen. De enorme hoeveelheid balkons blijft een zorgpunt van de commissie, maar binnen de mogelijkheden is er ingezet op differentiatie en rust in de gevelbeelden. • De wijziging van gebouw J spreekt aan. De commissie vraagt of ook bij I een vergelijkbare structurele aanpak mogelijk is om meer plasticiteit aan te brengen (wellicht op hoeken, of in één van de banden?). De commissie begrijpt dat er voor I op andere manieren naar variatie is gezocht, maar in haar optiek valt hier meer uit te halen. Mede gelet op de oriëntatie aan de parkzijde (de parkgevel oogt nog vrij vlak). • De installaties roepen vragen op (bij alle gebouwen, maar vooral bij gebouw E). De architect geeft aan dat dit onderdeel nog in ontwikkeling is en de huidige impressies zijn gebaseerd op de indicaties zoals die nu door de installateurs zijn meegegeven. De nadere (meer precieze) uitwerking zal ter beoordeling worden voorgelegd. De commissie pleit voor het zoveel mogelijk uit het zicht houden van installaties. De dakopstanden ogen vrij laag en wellicht is het nodig dakranden wat te verhogen (mits dit passend is in het Omgevingsplan). • De commissie pleit voor het zoveel mogelijk vergroenen van de passages door meer eerste orde bomen te plaatsen in de doorgangen en zoveel mogelijk verticaal groen te plaatsen. Hier is volle grond en een verbinding met het park met grote bomen biedt prachtige kansen. Het groen in de onderdoorgangen vraagt aandacht (beheer en onderhoud, water en licht). • Het ontwerp voldoet aan de vereisten vanuit de MPG en de BENG. De commissie stelt de gewetensvraag wat dit bouwblok bijzonder maakt gelet op de ambities voor de Blue zone. Aangegeven wordt dat het vooral gaat om de sociale aspecten en de collectiviteit, en dat het maximale eruit is gehaald. • In de technische uitwerking zijn er op detailniveau wat vragen en opmerkingen. Deze betreffen het wegwerken van de HWA’s in de plintlagen, het nadenpatroon van gebouw D, de privacyschermen van gebouw E (hoe bepalend zijn deze in het beeld?) en het uit beeld houden van aanzuigkokers van WTW-installaties. Een reflectie op deze punten kan worden voorgelegd aan het secretariaat. Het punt m.b.t. de installaties dient te worden voorgelegd aan de commissie.- Kenmerk (deze vergadering)
- CvB / 0041091
- Verwijzing naar eerdere vergadering
- verslag 04/03, 13/05 en 30/09 2025
- Brondocument
- https://welstandutrecht.nl/documenten/2100
-
30 sep. 2025
Verslag, pagina 2Vooroverleg voor de bouw en inrichting van Cartesius Deelgebied 4
Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
Samenvatting door AIDe architect licht de aangepaste gebouwen en het inrichtingsplan toe, inclusief variatie in materialen, kleuren, plinten en balkons, en de inrichting van de openbare ruimte met groene lobby's en ecologische maatregelen. De commissie reageert zeer enthousiast op de gemaakte stappen, maar geeft specifieke aandachtspunten mee voor de verdere uitwerking van onder meer de landschapsinrichting, de gevels van de stadsvilla's aan de parkzijde, twee kleine woningen op de overgang van gebouw A naar B, de horizontale banden van gebouw C en de vergroening van het dak van gebouw H.
Conclusie: Voldoet onder voorwaarden
Brontekst2. Cartesius Deelgebied 4 CvB Vooroverleg Aanvraag : Gemeente Utrecht Ontwerp en toelichting : Mecanoo Aanwezig Gemeente : Joris van Haaften (zie verslag 04/03 en 13/05 2025) Gespreksverslag De architect geeft een toelichting op de gebouwen en gaat in op de eerder gemaakte opmerkingen. Elk bouwveld heeft een eigen verhaal gekregen in materiaal, kleur en proportie. Op die manier ontstaan eigenstandige gebouwen die elk een eigen karakter krijgen. Ook de balkons spelen hierin een belangrijke rol. Per bouwdeel is veel variatie aangebracht en er is een slag geslagen in het ontwerp voor de plinten. Er is onderscheid aangebracht in de maat en betekenis van de entrees, het detailniveau op ooghoogte en er is veel groen aangebracht. De ontwerpers streven naar veel variatie in beleving op maaiveldniveau. Elk gebouw wordt vervolgens nader toegelicht en monsters van materialen en kleuren worden getoond. In de oksel van gebouw A, B, C zijn de plattegronden aangepast (fietsenstallingen zijn meer naar de hoeken verplaatst, woningen zijn verbreed of verticaal gekoppeld (maisonnettes)). Hierdoor is de kwaliteit van de woningen op deze plekken toegekomen en is er ook meer woonvariatie. Vervolgens worden de principes voor het inrichtingsplan toegelicht. De verschillende toegangen krijgen verschillende karakters. Elke entree en groene lobby wordt herkenbaar gemaakt door de aanplant van een karakteristieke boomsoort. De groene lobby’s worden als woonkamers ingericht als aangename gemeenschapsruimtes. Met speciale beplantingsmixen (klimmers) bevestigd aan de gevel worden ingangen gemarkeerd. De overgangszones tussen binnen-buiten en tussen de private- en collectieve zones zijn gedefinieerd en vormgegeven. Daarnaast is bijzondere aandacht besteed aan ecologie, plant- en boomsoorten, natuurinclusiviteit (natuurdaken, watersysteem), verlichting en spelen. Conclusie: Voldoet onder voorwaarden De commissie brengt, onder voorwaarde, een positief advies uit over het ontwerp. Met de opmerkingen van de vorige keer is goed omgegaan en het plan heeft aan kwaliteit gewonnen. Ze commissie spreekt de complimenten uit en heeft veel respect voor de gelegde puzzel. Er is sprake van een zeer goed doordacht plan, dat rijk gedetailleerd en spannend is. Er is veel aandacht aan de plinten besteed. De beelden van de gebouwen op ooghoogte zijn zeer overtuigend. De menselijke maat op maaiveldniveau spreekt aan, er is veel variatie, er is ruimte voor groen in de gevels en bewoners zullen zich hierdoor snel thuis voelen. De eerdere opmerkingen over de balkons zijn goed opgepakt. De balkons reageren op de gebouwen en geven de gebouwen karakter (passend bij de schaal van de bebouwing). De commissie stemt in onder de voorwaarde dat een aantal onderdelen nog nader bestudeerd en geoptimaliseerd wordt. Ze verwijst hiervoor naar de aandachtspunten. De commissie vraagt voor de verdere uitwerking aandacht voor de volgende punten: • Op het niveau van stedenbouw en landschap merkt de commissie op dat er over elk onderdeel goed is nagedacht. Er is sprake van een sterke basis met een rijke uitwerking en een mooie detaillering. Aangeraden wordt om waar mogelijk de inrichting van de tuin wat te vereenvoudigen, wat meer rust aan te brengen en ook ruimte voor ‘het toevallige’ toe te staan, zodat bewoners ook zelf nog iets kunnen inbrengen. M.b.t. het inrichtingsplan pleit de commissie voor de komst van bomen van de eerste orde in de volle grond (wellicht in een combinatie van boomsoorten). Bij het groen in de doorgangen is het de vraag of dit levensvatbaar is. Maak het groen zo robuust mogelijk en let daarbij op voldoende licht en water. • De woningen in de stadsvilla’s (de gebouwen I en J) zijn groter geworden en hierdoor zijn de gevels gewijzigd. De verrijking in woningtypologieën wordt gewaardeerd, maar in het eerdere voorstel hadden de villa’s aan de parkzijde meer karakter. De commissie is van mening dat daar de gevels nu te vlak ogen. Ze mist reliëf en een zekere plasticiteit. Ze adviezen de sculpturaliteit van de villa’s te versterken en ze geeft in overweging balkons aan de parkzijde toe te passen (wellicht kunnen balkons vanuit de binnenhof verplaatst worden zodat de binnenhof ook meer lucht krijgt). Gelet op de balkons bij de kopgebouwen (A en H, in dezelfde rooilijn) neemt de commissie aan dat er planologische ruimte is. • Op de overgang van gebouw A naar gebouw B bevinden zich nog twee hele kleine woningen waar de woonkwaliteit onder druk staat (bezonning en privacy). Op veel plekken is het gelukt om betere oplossingen te vinden en om die reden adviseert de commissie om ook voor deze woningen nog een slag te maken. Dit is de meest naar binnen gekeerde hoek van het gebouw en een lastige plek om te wonen. • De horizontale banden van gebouw C roepen vragen op. De variatie in het beeld wordt zeker gewaardeerd, maar de horizontale banden hebben impact op het zicht van binnen naar buiten toe. De commissie adviseert dit aspect nader te bestuderen. Ze geeft in overweging brede balkons te maken of wellicht de balustrades deels te openen. • De commissie verzoekt ook het dak van gebouw H te vergroenen en de zonnepanelen alleen aan te brengen op de hogere daken. Vanuit de hoogbouw is er zicht op het dak van gebouw H en om die reden vraagt de inrichting van het dak aandacht. Bij de aanvraag om omgevingsvergunning ziet de commissie de technische uitwerking en een reactie op deze punten tegemoet. In de uitwerking wordt (in het algemeen) aandacht gevraagd voor onderwerpen als: zonwering, hemelwaterafvoeren, onderkanten van balkons, een (blinde) bevestiging van plaatmaterialen, het uit het zicht houden van installaties etc. Het is van belang de nu gepresenteerde kwaliteit vast te houden en waar mogelijk nog aan te scherpen. De commissie heeft vertrouwen in de aanpak.- Kenmerk (deze vergadering)
- geen
- Verwijzing naar eerdere vergadering
- verslag 04/03 en 13/05 2025
- Brondocument
- https://welstandutrecht.nl/documenten/1706
-
13 mei 2025
Verslag, pagina 2Bespreking voorlopig ontwerp met architect en supervisor voor deelgebied 4 van Cartesius, bestaande uit 10 gebouwen
Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
Samenvatting door AIDe architect licht het voorlopig ontwerp toe dat bestaat uit een samenhangend ensemble van 10 gebouwen gebaseerd op het 'Utrechts ambacht'. De commissie geeft complimenten voor het zorgvuldige doordachte ontwerp, maar maakt grote ernstige zorgen over de hoge dichtheid, problematische bezonning en smalle eenzijdig georiënteerde maisonnette woningen aan de binnentuinzijde. Ook heeft de commissie moeite met de enorme hoeveelheid uitpandige balkons die de werking van de setbacks ontkrachten.
Conclusie: Geen formele goedkeuring; de commissie adviseert een bezonningsstudie te doen, binnen de kaders naar andere oplossingen te zoeken voor de kwetsbare hoeken, en de balkons te heroverwegen om een rommelig beeld te voorkomen. De commissie ziet de vervolgstappen met belangstelling tegemoet.
Brontekst2. Cartesius deelgebied 4 CvB Bespreking voorlopig ontwerp met architect en supervisor Aanvraag : Gemeente Utrecht Ontwerp : Mecanoo Toelichting : Armand Paardekooper Overman, Klaas de Jong, Pepijn Holthuis (Mecanoo) (zie verslag 04/03 2025) Gespreksverslag De architect geeft een toelichting op het voorlopig ontwerp voor deelgebied 4 van Cartesius. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de context, de stedenbouwkundige inpassing, het architectonisch ontwerp en het landschap. Deelgebied 4 bestaat uit 10 gebouwen (bouwdelen). Uitgangspunt is een samenhangend ensemble van gebouwen te maken dat tegelijkertijd gevarieerd is (een ‘kralenketting van verschillende identiteiten’). In de stedenbouwkundige opzet is er bijzondere aandacht besteed aan de entrees, de plinten, de randen, het parkeren, de collectieve ruimten en de verbindingen. Ook wordt inzicht gegeven in de aansluiting op de andere deelgebieden (omgeving, schaal en korrelgrootte). De basis voor de architectonische uitwerking is het ‘Utrechts ambacht’ met een rijke detaillering en ‘eerlijke’ materialen. Er wordt ingegaan op de strategie voor het gevelontwerp waarbij balkons een belangrijk onderdeel vormen. Daarnaast speelt groen een grote rol in het ontwerp (het deelgebied draagt bij aan de eis van 15% groene gevels). Architectuur en landschap worden integraal ontworpen. De eerste principes voor de inrichting van de binnentuin worden gepresenteerd en ook wordt ingegaan op de uitgangspunten voor ecologie. De commissie vraagt op welke manier is omgegaan met haar eerdere opmerkingen en zorgen m.b.t. het programma en de woningtypologie. De woningen op de begane grond aan de zijde van de binnentuin (noord, noord-west) zijn smal en hebben geen zon en nauwelijks licht. De architect geeft aan dat dit inderdaad een complexe hoek is en dat er binnen de kaders van het programma gekeken is hoe er kwaliteit gemaakt kan worden. De commissie reageert als volgt: • De commissie geeft enerzijds de complimenten. Heel veel aan het plan is heel goed. Binnen de kaders en uitgangspunten is het ontwerp goed doordacht en zeer zorgvuldig. Anderzijds heeft de commissie grote moeite met de hele hoge dichtheid, de problematische bezonning en de eenzijdig georiënteerde zeer smalle maisonnette woningen aan de zijde van het binnengebied. De commissie is van mening dat de leefkwaliteit op die plekken ernstig onder druk staat en ze kan dat nog niet verantwoorden. Er is echter nog niet veel inzicht in hoe groot het probleem is. De commissie adviseert een bezonningsstudie te doen en ze raadt aan om binnen de kaders van het programma te zoeken naar andere oplossingen (zit de juiste woningtypologie op de juiste plek en kunnen bijvoorbeeld in de meest kwetsbare hoeken woningen worden gekoppeld?). Er is veel variatie in het blok en er lijkt speelruimte aanwezig om het anders op te lossen. • Vanuit stedenbouwkundige optiek vindt de commissie het verhaal goed opgebouwd en ziet ze dat er logische keuzes gemaakt zijn. Benadrukt wordt dat, vanwege het forse programma, op alle schaalniveaus leefbaarheidsissues spelen. Dit verdient de hoogste aandacht in de verdere uitwerking. De commissie kan zich voorstellen dat de doorgang in gebouw E centraal gepositioneerd wordt. Dit is het belangrijkste en hoogste gebouw en een centrale positie geeft de doorgang meer alure. • Vanuit het landschap bezien wordt opgemerkt dat er een goede ontwikkeling in het plan is. Het groen dat doorloopt vanuit de omgeving is goed gekozen. De oriëntatie van het blok geeft echter beperkingen. De hoogste wanden van het blok zitten aan de zuidzijde waardoor er veel schaduw is in de binnentuinen. In alle onderdelen moet daarmee rekening worden gehouden (de positie van de speelplaatsen, de plantsoorten, de positie van grote bomen etc.). Licht en zonlicht moeten zo goed mogelijk worden benut. Het aanbrengen van hoogteverschillen met milieubelastende materialen wordt ontraden. Hoogteverschillen kunnen ook met plantsoorten of op een andere natuurlijke wijze tot stand worden gebracht. Ook raadt de commissie aan de margezones (ook rondom het blok) nog goed te bekijken. Is es nodig om langs alle woningen te kunnen lopen? Het is ook nodig rust en privacy te creëren. Dit hangt samen met de grote hoeveelheid smalle, hoge, woningen in de plintlaag. Rust in de uitwerking van de plintlaag is ook op architectonisch niveau een belangrijk uitgangspunt. • Er is veel vertrouwen in de architectonische uitwerking. De blokken zijn helder opgebouwd qua parcellering en setbacks. De commissie heeft echter grote moeite met de enorme hoeveelheid uitpandige balkons. Er is weliswaar veel variatie, maar de balkons ontkrachten de werking van de setbacks, er is veel repetitie en in het aanzicht van de gebouwen zullen de onderkanten van de balkons het beeld gaan domineren. De commissie adviseert hiervoor combinaties met andere oplossingen te zoeken en hierin nog een slag te slaan. Dat kan bijvoorbeeld door balkons te koppelen (ook in verticale zin), door op strategische posities loggia’s toe te passen, onderkanten af te werken, balkons meer onderdeel te maken van de hoofdmassa etc. De balkons dienen ‘toekomstbestendig’ te zijn. De woningen zijn klein en balkons worden daardoor ook gebruikt als bergruimte. Te allen tijde moet voorkomen worden dat een rommelig beeld gaat ontstaan (byvoorbeeld doordat bewoners rieten matten plaatsen). De opgave voor de verdere verdichting toont dat de woonkwaliteit nog meer onder druk komt te staan. Er is een spanning tussen kwaliteit en gewenste woningaantallen. Het gaat hier om de samenloop van omstandigheden en de combinatie van keuzes (woningvraag, schaarste aan bouwlokaties/middelen/materialen). In het algemeen vraagt de commissie aandacht voor de ontwerpproblematiek die voortkomt uit de wens om grote aantallen zeer kleine woningen te bouwen in stedelijke omgevingen met een hoge dichtheid. Biedt dit nog een aanvaardbare woon- en omgevingskwaliteit? Leidt dit tot andere stedenbouwkundige principes dan het recentelijk veelvuldig toegepaste concept van de samengestelde, nadrukkelijk hybride bouwblokken? Dit vraagt in haar optiek om een visie op het wonen in de toekomst (spreiding, woninggrootten etc.). De commissie ziet de vervolgstappen met belangstelling tegemoet.- Kenmerk (deze vergadering)
- geen
- Verwijzing naar eerdere vergadering
- verslag 04/03 2025
- Brondocument
- https://welstandutrecht.nl/documenten/1574
-
4 mrt. 2025
Verslag, pagina 1Vooroverleg met supervisor over stedenbouwkundige opzet, plangebied, opdeling van het blok, setbacks, plasticiteit en programma.
Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
Samenvatting door AIDe heer Van Haaften licht de werkwijze voor supervisie in het Cartesiusgebied toe. De commissie sluit zich aan bij de opmerkingen van de supervisor, maar benadrukt de noodzaak van een bezonningsstudie vanwege de enkelzijdige oriëntatie van veel woningen, met name op de noordelijke hoeken. Er wordt gewezen op de spanning tussen verdichting en woonkwaliteit. Verder vraagt de commissie aandacht voor de alzijdige benadering van het bouwblok, de maat van de setbacks op prominente hoeken, heldere onderdoorgangen en het inrichtingsplan.
Brontekst1. Cartesius deelgebied 4 CvB Vooroverleg met supervisor Aanvraag : Gemeente Utrecht Toelichting : Joris van Haaften (gemeente Utrecht) Aanwezig : Annemarie Derksen (gemeente Utrecht) Gespreksverslag De heer Van Haaften geeft een toelichting op de werkwijze voor Supervisie in het Cartesiusgebied. Supervisie is stedenbouwkundig van aard en de COU vervult haar rol op de reguliere manier. De supervisoren zitten niet op stoel welstand en dat vraagt afstemming en vooroverleg zodat de advisering op elkaar aansluit. In het gesprek wordt ingegaan op de ‘blue zone gedachten’ voor dit plangebied, de opdeling van het blok, de setbacks, de plasticiteit (sculpturale accenten), het programma (en de eventuele verdichtingsopgave) en de positie van de huiskamer. Supervisie heeft op het voorliggende SO een verslag uitgebracht met reacties en aanbevelingen. In het algemeen wordt gesteld dat er met veel kunde en aandacht aan het plan wordt gewerkt. De commissie reageert als volgt: • Ze kan zich vinden in de opmerkingen die gemaakt zijn voor supervisie en ze volgt deze. • De commissie wijst daarbij nadrukkelijk op de noodzaak van een bezonningsstudie (schaduwstudie). Er zijn heel veel woningen met een enkelzijdige oriëntatie. Bij de enkelzijdig georiënteerde woningen op de hoeken aan de noordzijden staat de woonkwaliteit ernstig onder druk. Dit is een groot dilemma en dat dient expliciet gemaakt te worden. Het zou wenselijk zijn dat elke woning een gevel heeft aan de bezonde kant. Dit vraagt ook om en studie naar de woningtypen. • Met de discussie over verdichting komt de woonkwaliteit vermoedelijk nog meer onder druk te staan. Er is een spanning tussen kwaliteit en gewenste woningaantallen. • Bij de toepassing van setbacks is het onderscheid tussen de buiten- en de binnenkant feitelijk niet aan de orde. Die terminologie lijkt een hiërarchie in de verwachte kwaliteit te suggereren. Het betreft echter een halfopen bouwblok en alle zijden zijn belangrijk (een alzijdige benadering wordt verwacht). • Bij de prominente hoeken van de blokken (noordwest en noordoost) wordt aangeraden de setbacks aan minimaal twee zijden toe te passen. Het voorgestelde volume oogt op dit moment te fors. • Bij de onderdoorgangen wordt aandacht gevraagd voor de helderheid van de ingreep. Het uitgangspunt moet ‘een royaal gat in het blok’ zijn (niet op de overgang van twee bouwdelen). • De commissie wil graag in een vervolgstadium in gesprek over het inrichtingsplan en over de duurzaamheidsaspecten. Op voorhand vraagt ze zich af of het geitenveld op de beoogde plek goed zal werken. In het algemeen vraagt de commissie aandacht voor de ontwerpproblematiek die voortkomt uit de wens om grote aantallen zeer kleine woningen te bouwen in stedelijke omgevingen met een hoge dichtheid. Biedt dit nog een aanvaardbare woon- en omgevingskwaliteit? Leidt dit tot andere stedenbouwkundige principes dan het recentelijk veelvuldig toegepaste concept van de samengestelde, nadrukkelijk hybride bouwblokken? Daarnaast merkt de commissie op dat bij komende ontwikkelingen in haar optiek dit concept sowieso vaker mag worden losgelaten.- Kenmerk (deze vergadering)
- geen
- Verwijzing naar eerdere vergadering
- onbekend
- Brondocument
- https://welstandutrecht.nl/documenten/1481