← Alle projecten

Cartesius deelgebieden 7 en 8

Aanvraag vooroverleg voor deelgebied 7 en 8 in gebiedsontwikkeling Cartesius

Gevonden adres
bielsstraat 3
Locatie
exact adres Toon op kaart
Coördinaten
52.09864264, 5.09456259

Vergaderingen (1)

  1. 9 jun. 2026

    Verslag, pagina 1

    Aanvraag vooroverleg voor deelgebied 7 en 8 in gebiedsontwikkeling Cartesius

    Samenvatting door AI

    De commissie heeft het vooroverleg voor deelgebied 7 en 8 (KCAP) behandeld. Deelgebied 7 vormt de 'kop van Cartesius' met kloeke volumes, een getrapte opbouw en een prominente toren, voorzien van een harde rand en een groen binnengebied. Deelgebied 8 bestaat uit 10 gebouwen door 10 verschillende architecten van KCAP, met een generiekere hoogte en een landschap geënt op bezonning.

    Conclusie: Deelgebied 7 betreft een beloftevol VO met opmerkingen per onderdeel (stedenbouw, blok A/B/C/D/F, installaties, duurzaamheid en landschap). Deelgebied 8 kan zich vinden in de hoofdopzet en uitgangspunten, met aandachtspunten over hoogtevariatie, materialisatie, installaties en het schaduwrijke landschap.

    Brontekst
    1. Cartesius deelgebieden 7 en 8 CvB Aanvraag vooroverleg voor deelgebied 7 en 8 in gebiedsontwikkeling Cartesius Ontwerp en toelichting : KCAP (architectuur en landschap) Aanwezig Gemeente : Joris van Haaften Gespreksverslag De architecten, opdrachtgevers en supervisoren zijn in de vergadering aanwezig voor de behandeling van het VO van deelgebied 7 en 8. In de voorbespreking is de commissie geïnformeerd over de reactie van de supervisoren. Deelgebied 7 vormt de ‘kop van Cartesius’ als tegenhanger van het CAB-gebouw met gebouw Solo. Op stedenbouwkundig niveau bestaat het gebied uit kloeke bouwvolumes (korrels) met elk een uitgesproken karakter. Het blok heeft een getrapte opbouw met een prominente toren. Op conceptueel is er sprake van een ‘harde rand’ en een zachte, groene binnenkant. Er is variatie in het kleur- en materialenpalet (tint, textuur, reliëf). De basis kleurtoon is aards. Bemonstering zal in een later stadium plaatsvinden. Voor de inrichting van het binnengebied wordt een weelderige, bosachtige beplanting voorgesteld met een meanderende padenstructuur. Er is veel aandacht besteed aan de entrees en aan de overgangen naar de openbare ruimte. Het ruimtelijk plan is sterk omkarderd en er zijn veel regels waarmee rekening gehouden is. Deelgebied 8 is qua gebouwhoogten het meest generieke blok van Cartesius. De breedte van de blokken is vergelijkbaar met die van de andere deelgebieden. Er zijn 10 gebouwen en 10 verschillende architecten van KCAP. Elke architect heeft een eigen aanpak en de verschillende ideeën genereren een heel bijzonder blok. De coördinerend architect gaat in op de gevelprincipes en de specifieke onderdelen die de verschillen tussen de gebouwen betekenis geven. Er wordt een verscheidenheid aan materialen voorgesteld (de bemonstering volgt). De inrichting van het landschap is geënt op de bezonning. Er is een dynamisch stelsel van paden en bewegen en ontmoeten worden gestimuleerd. Het beplantingspalet is gebaseerd op groengrijze tinten (grassiger dan deelgebied 7 met een mix van vaste planten). Met grafische objecten worden centrale plekken gemarkeerd. Het overkoepelende verhaal voor Cartesius (de belofte voor de Blue Zone) zal op een ander moment separaat geagendeerd worden. Conclusie deelgebied 7: Het betreft een beloftevol VO en een goede basis voor de vervolgstappen. De wijze waarop met de plinten wordt omgegaan spreekt aan (de dieptewerking en het spel met wisselende hoogten), de diversiteit wordt gewaardeerd en er is waardering voor de balkonoplossingen waarbij veel balkons geïntegreerd zijn in de gebouwen. Ook het inrichtingsplan spreekt aan. Er wordt zoveel mogelijk robuust groen toegepast en bomen van de eerste orde in de volle grond. Het betreft hier een VO en de commissie heeft per onderdeel (en ook per gebouw) haar reactie gegeven. De commissie reageert als volgt m.b.t. deelgebied 7: • Het betreft een bijzonder blok. De commissie geeft op stedenbouwkundig niveau in overweging om in de architectonische uitwerking van blok A en B te reageren op de specifieke stedenbouwkundige setting. Ze wijst op de lange ‘arm’ die nu ontstaat bij de binnengevel van gebouw A. De omarming van het hoogteaccent (gebouw C) zou geoptimaliseerd kunnen worden. Ook een strategische positionering van eerste orde bomen kan helpen de relatief lange wand te breken. • De gesloten gevelvlakken (zowel in de plint als op de verdieping) bij gebouw B ogen onaangenaam. Dit verdient een ontwerpslag in de volgende fase. • Gebouw C maakt zijn bevoorrechte positie in het blok op de centrale zichtlijn vanuit het park nog niet waar in de architectonische uitwerking. Het gebouw oogt wat te regulier om als hoofdmoment te kunnen fungeren. Het gebouw zou daarvoor specifieker moeten zijn. De bovenzijde (de bekroning) vraagt aandacht, er zijn gesloten zijgevels en de gewenste alzijdige uitstraling wordt onvoldoende herkend. De commissie twijfelt aan de setback aan de binnenzijde. Deze biedt weliswaar ruimte voor vergroening maar helpt niet mee in de gewenste krachtige uitstraling van het gebouw. Door de afwijkende hoogte is hier ook eigenlijk geen sprake van een binnenzijde. De commissie ziet meerdere opties het gebouw te verbeteren. • Bij gebouw D roept de voorgestelde poort veel vragen op. De poort oogt nu als een te terloops onderdeel van een grote blok (een ‘muizengaatje’). Doordat de poort opgenomen is in het gebouw is er minder aanleiding er iets bijzonders van te maken. De commissie adviseert de poort een meer eigenstandige kwaliteit te geven, maar ziet ook het risico dat de supervisoren signaleren wanneer de poort een zelfstandige korrel wordt. De commissie staat er echter voor open om anders naar het poortgebouw te kijken. • De commissie kan zich nog niet geheel vinden in het voorstel voor gebouw F. Ze raadt aan het gebouw te visualiseren vanuit de centrale as. Door de asymmetrische positie van het gebouw is een (eveneens asymmetrische) architectonische verbijzondering van de noordwestelijke hoek van het gebouw goed denkbaar en ook welkom. Er is aanleiding het gevelontwerp minder symmetrisch te maken en juist die hoek te accentueren in de architectuur. Het gaat hier niet over een verplaatsing van het paviljoen. Het paviljoen kan daarnaast aan kracht winnen door bijvoorbeeld meer onderscheidend te zijn in het materiaalgebruik (meer ‘special’, als tegenhanger van Solo). De nu voorgestelde gesloten hoge plint is nog niet akkoord. Zie ook landschap. • Bij de volgende bespreking wil de commissie graag inzicht in de installaties. Het algemene uitgangspunt is dat dakinstallaties zo min mogelijk zichtbaar zijn. Voor de hogere gebouwen kan er aanleiding zijn om een randbeëindiging te maken als meer sprekende bovenzijde om dan gelijktijdig de installaties weg te werken. Nadrukkelijke kronen komen in het plangebied niet voor maar het is wel voorstelbaar dat hogere gebouwen worden verbijzonderd in de beëindiging. • Vanuit duurzaamheidsoptiek wordt opgemerkt dat het hier een gebied betreft met bijzondere duurzaamheidsambities. Vanuit die optiek adviseert de commissie bio-verantwoorde materialen of eventueel hergebruikte materialen toe te passen (bijvoorbeeld voor de tactiele materialen in de plint). M.b.t het triple glas is het de vraag of dit per saldo allemaal nodig en verstandig is (hoe minder materiaal, hoe beter). De commissie ziet het overkoepelende verhaal (‘de beloftes van Cartesius’) tegemoet. • Het landschapsplan oogt logisch en overtuigend. In de verdere uitwerking wordt aandacht gevraagd voor gevelbeplanting. De verticale geveldelen lenen zich daar goed voor (gevelmaterialen kiezen in relatie tot het gevelgroen). Het plaatsen van eerste orde bomen in de volle grond, op strategische plekken, wordt gestimuleerd. Op of naast het terras van de buurtkamer lijkt ook nog een plek beschikbaar voor een grote boom. De commissie adviseert de tuinkwaliteit omhoog te halen bij de trap. De overgang tussen gebouw F naar de buitenruimte vraagt nog een ontwerpslag. De nu voorgestelde (relatief) hoge en gesloten plint wringt in relatie tot het park. Bij de volgende bespreking ziet de commissie ook graag de bemonstering van kleuren en materialen tegemoet. De commissie heeft de indruk dat iets meer verzadiging in het kleurgebruik het plan ten goede zal komen. Ze ziet de vervolgstappen tegemoet. Conclusie deelgebied 8: De commissie kan zich vinden in de hoofdopzet en de architectonische uitgangspunten. Er is een mooi blok in wording en het werken met 10 verschillende architecten met verschillende signaturen werkt goed. Het deelgebied is een verrijking voor Cartesius. Dat de parkpaviljoens zoveel mogelijk in hout worden uitgevoerd wordt zeer gewaardeerd. Het gebruik van hout wordt aangemoedigd. Het poortgebouw spreekt aan. Er is een goede basis voor de verdere uitwerking. Het betreft hier een VO en de commissie heeft per onderdeel (waar nodig ook per gebouw) haar reactie gegeven. De commissie reageert als volgt: • Op stedenbouwkundig niveau werkt de verdeling in 10 korrels heel goed. De aanpak met 10 architecten wordt ook gewaardeerd. De commissie mist echter enige variatie in de hoogte. Iets meer variatie in de daklaag is gewenst. Mocht het bijvoorbeeld mogelijk zijn om een hoogtesprong te maken adviseert ze daarvoor te kiezen. Wellicht kan bijvoorbeeld voor een verhoging van het poortgebouw (gebouw C1) ontheffing van het Omgevingsplan verleend worden. Ook verlagingen zijn uiteraard denkbaar (en zonder meer passend in het Omgevingsplan). • In de architectonische uitwerking is het essentieel dat de mooie referenties worden waargemaakt. Het idee van de 10 concepten wordt omarmd en het is van belang dat op detailniveau de diversiteit van de concepten overeind gehouden wordt. De verdere architectonische uitwerking luistert nauw. • Gebouw E2 roept vragen op in de materialisatie. De referenties en de eigen signatuur spreken zeer aan, maar het is de vraag of het voorgestelde aluminium niet te afstandelijk is. De commissie adviseert het kleur- en materiaalgebruik te bestuderen. • De uitvoering van de paviljoens (F en G) in zoveel mogelijk hout wordt omarmd. Deze gebouwen lenen zich uitstekend voor houttoepassingen. Een betonnen liftschacht is uiteraard denkbaar, maar voor het overige adviseert de commissie de toepassing van hout zoveel mogelijk vast te houden. • Bij de volgende behandeling wordt informatie m.b.t. de installaties tegemoet gezien. Het uit het zicht houden van installaties kan ook aanleiding bieden om hoogtesprongen te generen (mits dit hoogwaardig architectonisch wordt opgelost). • Vanuit duurzaamheidsperspectief verwijst de commissie naar haar opmerking in blok 7. Een zo duurzaam mogelijk materiaalgebruik en een centrale rol voor de duurzaamheidsambities worden aanbevolen. • Ten aanzien van het landschapsontwerp wijst de commissie erop dat blok 8 qua bezonning vervelend gelegen is. Zelfs de avondzon zal de buitenruimte slechts minimaal bereiken. Het is essentieel dat het beplantingsplan wordt afgestemd op de schaduwrijke positie van het bouwblok. Het zal nog veel werk betekenen om dit goed te krijgen. De commissie heeft ook twijfels bij de toevoeging van architectonische elementen om de binnenruimte te activeren. De ruimte is beperkt, overlast moet worden voorkomen en het oogt al druk genoeg. De toegevoegde waarde van deze elementen wordt niet direct gezien (rust in de binnentuin, reuring in het park?). De bomen zijn voorzien op de juiste plekken. • De commissie blijft moeite houden met de eenzijdig georiënteerde woningen bij de inwendige hoeken van de blokken (op het noordoosten). Zij heeft daarover eerder haar zorgen uitgesproken (ook bij andere bouwblokken). Bij de volgende bespreking ziet de commissie de vervolgstappen en de bemonstering van kleuren en materialen met belangstelling tegemoet.
    Kenmerk (deze vergadering)
    geen
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    onbekend
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/2266