← Alle projecten

Perronlaan o.a.

Voorlopig ontwerp 7 woongebouwen (258 woningen met gezamenlijke stallingskelder en binnengebied)

Gevonden adres
perronlaan
Locatie
locatie bij benadering — alleen straat Toon op kaart
Coördinaten
52.10046917, 5.08775546

Vergaderingen (5)

  1. 21 jan. 2020

    Verslag, pagina 2

    Aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van 242 woningen

    Samenvatting door AI

    Architect Lüger reageert op de eerder gemaakte commissieopmerkingen zoals over de dilataties, de uitwerking van de luchtbruggen en de kozijnverschillen tussen de blokken. De aangegeven installaties op het dak zijn definitief met voldoende capaciteit.

    Conclusie: De commissie kan op basis van de nader aangeleverde informatie de aanvraag omgevingsvergunning voorzien van een positief advies, met de kanttekening dat het gebruik van steenstrips jammer blijft en geen standaard mag worden.

    Brontekst
    D3 Cartesiusdriehoek tussen de Perronlaan en CAB-Rondom [Cartesiusdriehoek] (O) 19-03362 Aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van 242 woningen Aanvraag: Keystone Ontwerp: OPL (zie notulen 20/02, 20/03 2018 en 12/11 2019) Architect Lüger reageert op de eerder gemaakte commissieopmerkingen zoals over de dilataties, de uitwerking van de luchtbruggen en de kozijnverschillen tussen de blokken. De aangegeven installaties op het dak zijn definitief met voldoende capaciteit.
    Kenmerk (deze vergadering)
    19-03362
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    notulen 20/02, 20/03 2018 en 12/11 2019
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/562
  2. 12 nov. 2019

    Verslag, pagina 2

    Aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van 242 woningen

    Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
    Samenvatting door AI

    De commissie heeft waardering voor de uitwerking, maar plaatst kanttekeningen bij het gebruik van steenstrips en de prefab-uitstraling op de hoeken. Ook over de dakopbouw, luchtbruggen, hemelwaterafvoeren en de aansluiting op het maaiveld van de parkblokken en de binnenhof zijn opmerkingen gemaakt.

    Conclusie: De aanpassingen worden afgewacht, de aanvraag omgevingsvergunning wordt aangehouden.

    Brontekst
    D1 Cartesiusdriehoek tussen de Perronlaan en CAB-Rondom (Perronlaan) 19-03362 (O) [Cartesiusdriehoek] Aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van 242 woningen Aanvraag : Keystone Ontwerp : OPL (zie notulen 20/02, 20/03 en 12/06 2018) Ten opzichte van de eerdere planpresentatie is de aanvraag verder uitgewerkt, waarbij de voorstellen voor de architectuur nagenoeg gelijk zijn gebleven. Architect Lüger werkt de gevels af met minerale steenstrips die bij de hoeken worden omgezet. Voor de terreininrichting en het beplantingsplan is een voorstel bijgevoegd. Conclusie De commissie heeft waardering voor de uitwerking, waarbij wel wordt opgemerkt dat het jammer is dat de suggestie van steen wordt opgelost met steenstrips. Bij de uitwerking wordt het van groot belang geacht dat de prefab-wijze van bouwen niet zichtbaar is, o.a. bij de steenstripaansluitingen op de hoeken. Voor het afgeronde hoekblok wordt het verschuiven van plantenbakken en borstweringen niet als een verbetering beschouwd vanwege een te onrustig beeld, ook in relatie tot de overige blokken. De balans tussen de blokken is verder goed. De variatie onderling kan enigszins opgevoerd worden door de detailleringen van de blokken verschillend uit te voeren, zoals de kozijnen. Een heroverweging wordt gevraagd voor de dakopbouw op parkblok 1. Bij de parkblokken moet gewaakt worden voor een te massieve uitstraling in relatie tot de materiaalkeuze. Nadere informatie wordt gevraagd over de luchtbruggen, met bijbehorend verlichtingsplan. De hemelwaterafvoeren moeten beter in de ontwerpen ingepast worden. In het toekomstige inrichtingsplan aan de westzijde vraagt de aanlanding van de parkblokken om een andere oplossing dan getoond. Het voorstel voor de buitenruimte van de binnenhof met het beplantingsplan wordt gewaardeerd, maar ook hier is de overgang naar het maaiveld punt van aandacht. Het gevelgroen is in principe overwogen voorgesteld, behalve bij parkblok 2 is het ontwerp niet goed inzichtelijk. Gevelgroen moet realistisch zijn en een gekoppeld worden aan een beheerplan. De aanpassingen worden afgewacht, de aanvraag omgevingsvergunning wordt aangehouden.
    Kenmerk (deze vergadering)
    19-03362
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    notulen 20/02, 20/03 en 12/06 2018
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/566
  3. 12 jun. 2018

    Verslag, pagina 3

    Voorlopig ontwerp 7 woongebouwen (258 woningen met gezamenlijke stallingskelder en binnengebied)

    Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
    Samenvatting door AI

    De commissie is lofend over de gemaakte stappen en het maaiveldontwerp. Er zijn opmerkingen over de plantensoorten, bomen in volle grond, bekabeling van de wingerd, en enkele specifieke detailleringen per gebouw zoals Villa 2, het Parkblok en het Hoekblok.

    Conclusie: De aanvraag omgevingsvergunning voor dit cluster gebouwen wordt afgewacht.

    Brontekst
    D3 Perronlaan o.a. (O) Voorlopig ontwerp 7 woongebouwen (258 woningen met gezamenlijke stallingskelder en binnengebied) Aanvraag : Keystone Ontwerp : OPL (zie notulen 20/02 en 20/03 2018) Er is minder verhard oppervlak in de terreininrichting en de beplantingssoorten zijn bepaald. Voor het gevelgroen worden twee soorten wingerd met staalkabels met afstandhouders begeleid. Architect Lüger licht toe dat de balkons van het CAB blok ervoor zijn geplaatst en de ramen zijn vergroot. De sheddaken van Spoorblok 1 zijn doorgezet tot aan de zijgevel. Het skelet van Spoorblok 2 is gewijzigd van metselwerk naar schoon beton. De dakrand van het Hoekblok is uitgelijnd met de onderliggende balkons en de gedeelde entree krijgt een donkere kleurstelling. In het Parkblok zijn de groene neggen achterwege gelaten en groeit wingerd, net als bij Villa’s 1 en 2, tegen de gevel op. Enkele balkons van Villa 1 zijn van de parkgevel naar de zijgevel verplaatst ten behoeve van de alzijdigheid. Het metselwerk om Villa 2 wordt doorgezet tot het maaiveld en rondom toegepast in plaats van het meer gekaderde voorstel. Conclusie De commissie uit haar lof over de gemaakte stappen. Het maaiveldontwerp zet de toon voor de rest van de Cartesiusdriehoek wat betreft ondermeer vormgeving, plantensoorten en materialisering. De keuze voor een meer romantische en lichte inrichting moet doorgezet worden in het te plaatsen meubilair. De plantenkeuze zou wat specifieker kunnen en meer ecologische meerwaarde kunnen hebben. In de volle grond zijn eerste orde bomen gewenst ten behoeve van het microklimaat en de schaduwwerking. In de binnenruimte kan het aantal tweede orde bomen worden opgevoerd. Geadviseerd wordt om de bekabeling voor de wingerd achterwege te laten. Wingerd groeit ook zonder kabels tegen de gevel. In het geval deze niet aanslaat oogt de gevel armoedig met kale draden. Voor het groen in beheer van de bewoners wordt gesuggereerd contractueel e.e.a. vast te leggen. Bij Villa 2 moet een keuze gemaakt worden of de buitenruimte onderdeel uitmaakt van de architectuur of van de parkinrichting. Het verschil in toepassing van het gevelgroen bij de villa’s en het Parkblok dient opgevoerd te worden, door of meer groen bij de villa’s te ontwerpen of de groentoepassing bij het Parkblok achterwege te laten. Het Parkblok lijkt aan sculpturaliteit te hebben ingeboet, ten koste van de kracht van het plan. Bij de gedeelde entree bij het Hoekblok ontkracht het zwarte kader onder het balkon de ronding. Aandacht wordt gevraagd voor lichte kleurtoepassingen voor de doorgangen. De colorbellvloerranden in het CAB-blok kunnen ten koste gaan van de kwalitatieve uitstraling. De aanvraag omgevingsvergunning voor dit cluster gebouwen wordt afgewacht.
    Kenmerk (deze vergadering)
    geen
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    notulen 20/02 en 20/03 2018
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/623
  4. 20 mrt. 2018

    Verslag, pagina 2

    Voorlopig ontwerp 7 woongebouwen (258 woningen met gezamenlijke stallingskelder en binnengebied)

    Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
    Samenvatting door AI

    De hoofdopzet van de bouwblokken en de architectonische uitwerking zijn heroverwogen. Architect Lüger licht toe dat de ruimte tussen het CAB-blok en het Spoorblok vergroot is, met een toegang naar het binnenterrein door het CAB-blok. Spoorblok 1 en de Villa’s 1 en 2 zijn verkleind. Het CAB-blok, Spoorblok 2 en het Parkblok zijn zogenaamde ankerblokken, waar de naastliggende blokken in architectonische uitwerking op aansluiten. Een deel van het groene karakter wordt ingevuld met bloembakken op de balkons of in de neggen van de loggia’s, waarbij het beheer in handen is van de bewoners. Op het vierlaagse gemetselde Spoorblok 1 komt een terugliggende laag met sheddaken. Bij Villa I zijn de balkons vormgegeven als uitstekende delen van de vloerrand, vooral georiënteerd op de parkzijde. Villa II is een vijflaags gemetseld volume met een omkadering van de 2e tot en met 4e verdieping door een geperforeerd gemetseld raster.

    Conclusie: De commissie complimenteert de architecten met de gemaakte slag zowel op stedenbouwkundig als op architectonisch niveau. De commissie is niet unaniem over de keuze om het Hoekblok en Parkblok één entree te geven. Het leidt wel tot continuïteit in de haak, maar een appartementenblok zonder zelfstandige entree wordt tegelijkertijd als a-typisch ervaren. Bij het CAB-gebouw wordt de architect gevraagd om het grid een gevarieerdere invulling te geven dan het meer voorspelbare dambordpatroon. De balkons zouden ook uit het raster moeten komen en niet ervoor geplaatst. Bij het Hoekblok wordt geadviseerd om ter versterking van het concept de dakrand in vorm en diepte overeen te laten komen met de balkons. De loopbrug dient losser geplaatst te worden ten opzichte van de dakrand. Expliciet wordt opgemerkt dat er vanuit gegaan wordt dat de voorgestelde rondingen ook daadwerkelijk rond worden uitgevoerd. Voor beide villa’s is het wenselijk dat de alzijdigheid wordt op- en meer rust wordt doorgevoerd, evenals ze architectonisch meer naar elkaar toe te brengen. Het kader bij Villa II wordt als wezensvreemd ervaren. De gevelgeleding van Spoorblok II leent zich gezien haar ijlheid voor beton; gezien de maatvoeringen is baksteen geen logische materiaalkeuze. Over de extra laag in de vorm van sheddaken op Spoorblok I verschillen de meningen: zijn de verhoudingen goed en is de industriële verwijzing hier gepast? In ieder geval wordt om afstemming gevraagd van de gevelverhoudingen ten opzichte van de eronder gelegen structuur. In geval van de toepassing van loggia’s, wordt aandacht gevraagd voor de daglichttoetreding in de woningen. Het koersdocument noemt de ambitie van 15% groene gevels. Om dit te bereiken dient het groen meer ontworpen en geïntegreerd te worden in de architectuur. De particuliere bloembakken worden onderschreven, maar kunnen niet gezien worden als onderdeel van het 15% gestructureerde groen. Er dient ingezet te worden op duurzame, realistische beplanting. Ten aanzien van de inrichting kan de commissie instemmen met het principe publiek – collectief – privaat, uitgevoerd met geleidelijke overgangen, maar dit vraagt wel om maatwerk. Meer vergroening in de verharde delen is gewenst, maar ook meubilair zal een bepalende factor blijken. De commissie ziet de inrichtingsvoorstellen tegemoet. Daarnaast bestaat grote zorg over de levendigheid van het binnenterrein en de daaraan gelegen gevels: aan alle collectieve buitenruimtes liggen de slaapkamers met veelal een anonieme uitstraling. Er bestaat een groot risico op een levenloze binnenkant. Met aanpassing van de plattegronden kan de waarde van het verblijfsgebied eenvoudig verbeterd worden. Bij de eerdere planbehandeling is gesproken over de toekomstresistentie van het complex. Bij een volgende bespreking wordt de commissie hier graag nader over geïnformeerd. Zij ziet een volgende planbespreking tegemoet.

    Brontekst
    D2 Perronlaan o.a. [Cartesiusdriehoek] (O) Voorlopig ontwerp 7 woongebouwen (258 woningen met gezamenlijke stallingskelder en binnengebied) Aanvraag : Keystone Ontwerp : OPL (zie notulen 20/02 2018) De hoofdopzet van de bouwblokken en de architectonische uitwerking zijn heroverwogen. Architect Lüger licht toe dat de ruimte tussen het CAB-blok en het Spoorblok vergroot is, met een toegang naar het binnenterrein door het CAB-blok. Spoorblok 1 en de Villa’s 1 en 2 zijn verkleind. Het CAB-blok, Spoorblok 2 en het Parkblok zijn zogenaamde The rest of source_text for Perronlaan spans to page 3... ankerblokken, waar de naastliggende blokken in architectonische uitwerking op aansluiten. Een deel van het groene karakter wordt ingevuld met bloembakken op de balkons of in de neggen van de loggia’s, waarbij het beheer in handen is van de bewoners. Op het vierlaagse gemetselde Spoorblok 1 komt een terugliggende laag met sheddaken. Bij Villa I zijn de balkons vormgegeven als uitstekende delen van de vloerrand, vooral georiënteerd op de parkzijde. Villa II is een vijflaags gemetseld volume met een omkadering van de 2e tot en met 4e verdieping door een geperforeerd gemetseld raster. Conclusie De commissie complimenteert de architecten met de gemaakte slag zowel op stedenbouwkundig als op architectonisch niveau. De commissie is niet unaniem over de keuze om het Hoekblok en Parkblok één entree te geven. Het leidt wel tot continuïteit in de haak, maar een appartementenblok zonder zelfstandige entree wordt tegelijkertijd als a-typisch ervaren. Bij het CAB-gebouw wordt de architect gevraagd om het grid een gevarieerdere invulling te geven dan het meer voorspelbare dambordpatroon. De balkons zouden ook uit het raster moeten komen en niet ervoor geplaatst. Bij het Hoekblok wordt geadviseerd om ter versterking van het concept de dakrand in vorm en diepte overeen te laten komen met de balkons. De loopbrug dient losser geplaatst te worden ten opzichte van de dakrand. Expliciet wordt opgemerkt dat er vanuit gegaan wordt dat de voorgestelde rondingen ook daadwerkelijk rond worden uitgevoerd. Voor beide villa’s is het wenselijk dat de alzijdigheid wordt op- en meer rust wordt doorgevoerd, evenals ze architectonisch meer naar elkaar toe te brengen. Het kader bij Villa II wordt als wezensvreemd ervaren. De gevelgeleding van Spoorblok II leent zich gezien haar ijlheid voor beton; gezien de maatvoeringen is baksteen geen logische materiaalkeuze. Over de extra laag in de vorm van sheddaken op Spoorblok I verschillen de meningen: zijn de verhoudingen goed en is de industriële verwijzing hier gepast? In ieder geval wordt om afstemming gevraagd van de gevelverhoudingen ten opzichte van de eronder gelegen structuur. In geval van de toepassing van loggia’s, wordt aandacht gevraagd voor de daglichttoetreding in de woningen. Commissie Welstand en Monumenten d.d. 20 maart 2018 3 Het koersdocument noemt de ambitie van 15% groene gevels. Om dit te bereiken dient het groen meer ontworpen en geïntegreerd te worden in de architectuur. De particuliere bloembakken worden onderschreven, maar kunnen niet gezien worden als onderdeel van het 15% gestructureerde groen. Er dient ingezet te worden op duurzame, realistische beplanting. Ten aanzien van de inrichting kan de commissie instemmen met het principe publiek – collectief – privaat, uitgevoerd met geleidelijke overgangen, maar dit vraagt wel om maatwerk. Meer vergroening in de verharde delen is gewenst, maar ook meubilair zal een bepalende factor blijken. De commissie ziet de inrichtingsvoorstellen tegemoet. Daarnaast bestaat grote zorg over de levendigheid van het binnenterrein en de daaraan gelegen gevels: aan alle collectieve buitenruimtes liggen de slaapkamers met veelal een anonieme uitstraling. Er bestaat een groot risico op een levenloze binnenkant. Met aanpassing van de plattegronden kan de waarde van het verblijfsgebied eenvoudig verbeterd worden. Bij de eerdere planbehandeling is gesproken over de toekomstresistentie van het complex. Bij een volgende bespreking wordt de commissie hier graag nader over geïnformeerd. Zij ziet een volgende planbespreking tegemoet.
    Kenmerk (deze vergadering)
    geen
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    notulen 20/02 2018
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/628
  5. 20 feb. 2018

    Verslag, pagina 2

    Voorlopig ontwerp 7 woongebouwen (258 woningen met gezamenlijke stallingskelder en binnengebied)

    Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
    Samenvatting door AI

    Het gebied van de Cartesiusdriehoek wordt ontwikkeld tot een duurzame nieuwe stadswijk met circa 2400 woningen. In de noordoostzijde van het gebied, aan de rand van het spoor, komen zeven woonblokken. Deze vormen aan de spoorzijde een rij en zijn aan de parkzijde als losse volumes geplaatst. Onder het collectieve binnenterrein ligt de halfverdiepte fiets- en autoparkeergarage. Het halfverhoogde terrein is door taluds verbonden met het park. De vijflaagse woningblokken worden door vijf architecten van het bureau OPL ontworpen, onder regie van architect Lüger. Ieder blok krijgt zijn eigen identiteit, divers in architectonische uitwerking. De woningblokken zijn verbonden door een centrale gang. Groene gevels en daken zijn als terugkerend thema in ieder blok toegepast. Het noordwestelijk gelegen CAB-blok heeft een gemetselde rastergevel met vlakinvullingen van rood metselwerk, puien of een groene gevel. Spoorblok 1 aan de noordoostzijde kent een verticale geleding in de grijs gemetselde gevel, waarbij de balkons willekeurig in de verticale sparingen zijn geplaatst. Spoorblok 2 heeft een donker gemetselde plint, waarboven balkons door een verticaal raster zijn verbonden. Het Hoekblok heeft rondom afgeronde balkons met geïntegreerde bloembakken, waaromheen een kader het gebouw beëindigt. Tussen de gebouwdelen zijn groene gevels toegepast. Het Parkblok heeft een zware identiteit gekregen door de diepe gemetselde negges ter plaatse van de ramen en de balkons. Villa I en II zijn beide vrijstaande bouwdelen grenzend aan het park. Villa II is ingeklemd tussen twee gemetselde schijven en een groene gevel aan de kant van het binnenterrein. Groen is ook ingezet voor de dakrand en de balustrades. Villa I kenmerkt zich door de rondom doorgetrokken glazen balustrades en de gebogen verspringende balkons. Vanuit de stedenbouwkundigen (BGSV en gemeente) is meegegeven dat de voorgestelde plannen passen binnen de kaders van het Koersdocument voor het gebied.

    Conclusie: De commissie zal haar advies voor deze bespreking beperken tot de hoofdlijnen, waarbij wordt opgemerkt dat zij waardering heeft voor de getoonde ambitie. Er is overwegend sprake van eenzelfde woontypologie per blok: een gang met woonruimtes eraan gelegen. Mede hierdoor is het gewenst dat het totaal een eigen familiaire identiteit krijgt, maar met ruimte voor architectonische variatie per blok. Voor de stedenbouw, de architectuur en de beleving zou een meer gedifferentieerd woonprogramma beter zijn. Gezien het eenzijdige programma is zeker differentiatie gewenst, maar in het huidige voorstel is de diversiteit in gevelbeelden te ver doorgevoerd. De bedachte thema’s lijken te veel en zijn in de uitwerking niet herkenbaar. De blokken zijn alzijdig ontworpen, maar niet ieder blok leent zich hiervoor gezien zijn ligging. Het is wenselijk om meer wandvorming aan de spoorzijde te ontwikkelen ten behoeve van meer ruimtewerking richting park. Met name de hoek tussen het CAB-blok en het spoorblok vraagt om een heroverweging. Spoorblok 1 zou steviger kunnen en hier wordt meer afstemming gevraagd op Spoorblok 2. Ingezette karakteristieken, zoals bijvoorbeeld rondingen in de architectuur, kunnen consequenter worden doorgevoerd per blok. Tevens moet bij het ontwerp en de bouw meer rekening gehouden worden met toekomstige aanpassingen. De toepassing van groen in de architectuur kan alleen slagen indien er sprake is van een integrale architectonische aanpak. Daarnaast is de realiteitswaarde van groot belang, inclusief het onderhoud en beheer. De commissie is hiervan nog niet overtuigd o.a. bij de groenvoorstellen op het noorden, in de steeg of op de dakrand. Ook vraagt zij zich af of ieder gebouw in relatie tot zijn omgeving zich leent voor groentoepassingen. Het fietsparkeren onder de blokken wordt positief ontvangen, evenals de woningen gelegen aan het maaiveld en de royale entrees. Indien de parkeervoorzieningen nog verder onder de bebouwing kan worden opgelost, worden er meer kansen gecreëerd voor bomenaanplant in volle grond. De commissie is benieuwd naar de groenbeleving vanaf het maaiveld, in combinatie met de groenvoorstellen ‘de hoogte in’. Voor het binnengebied zijn eerste orde bomen wenselijk om de gewenste parkidentiteit te creëren. Geadviseerd wordt om de overgangen tussen openbaar en privé plus openbaar en collectief mee te nemen in de uitwerking. De aangepaste ontwerpen worden tegemoet gezien.

    Brontekst
    D1 Perronlaan o.a. [Cartesiusdriehoek] (O) Voorlopig ontwerp 7 woongebouwen (258 woningen met gezamenlijke stallingskelder en binnengebied) Aanvraag : Keystone Ontwerp : OPL Het gebied van de Cartesiusdriehoek wordt ontwikkeld tot een duurzame nieuwe stadswijk met circa 2400 woningen. In de noordoostzijde van het gebied, aan de rand van het spoor, komen zeven woonblokken. Deze vormen aan de spoorzijde een rij en zijn aan de parkzijde als losse volumes geplaatst. Onder het collectieve binnenterrein ligt de halfverdiepte fiets- en autoparkeergarage. Het halfverhoogde terrein is door taluds verbonden met het park. De vijflaagse woningblokken worden door vijf architecten van het bureau OPL ontworpen, onder regie van architect Lüger. Ieder blok krijgt zijn eigen identiteit, divers in architectonische uitwerking. De woningblokken zijn verbonden door een centrale gang. Groene gevels en daken zijn als terugkerend thema in ieder blok toegepast. Het noordwestelijk gelegen CAB-blok heeft een gemetselde rastergevel met vlakinvullingen van rood metselwerk, puien of een groene gevel. Spoorblok 1 aan de noordoostzijde kent een verticale geleding in de grijs gemetselde gevel, waarbij de balkons willekeurig in de verticale sparingen zijn geplaatst. Spoorblok 2 heeft een donker gemetselde plint, waarboven balkons door een verticaal raster zijn verbonden. Het Hoekblok heeft rondom afgeronde balkons met geïntegreerde bloembakken, waaromheen een kader het gebouw beëindigt. Tussen de gebouwdelen zijn groene gevels toegepast. Het Parkblok heeft een zware identiteit gekregen door de diepe gemetselde negges ter plaatse van de ramen en de balkons. Villa I en II zijn beide vrijstaande bouwdelen grenzend aan het park. Villa II is ingeklemd tussen twee gemetselde schijven en een groene gevel aan de kant van het binnenterrein. Groen is ook ingezet voor de dakrand en de balustrades. Villa I kenmerkt zich door de rondom doorgetrokken glazen balustrades en de gebogen verspringende balkons. Vanuit de stedenbouwkundigen (BGSV en gemeente) is meegegeven dat de voorgestelde plannen passen binnen de kaders van het Koersdocument voor het gebied. Conclusie De commissie zal haar advies voor deze bespreking beperken tot de hoofdlijnen, waarbij wordt opgemerkt dat zij waardering heeft voor de getoonde ambitie. Er is overwegend sprake van eenzelfde woontypologie per blok: een gang met woonruimtes eraan gelegen. Mede hierdoor is het gewenst dat het totaal een eigen familiaire identiteit krijgt, maar met ruimte voor architectonische variatie per blok. Voor de stedenbouw, de architectuur en de beleving zou een meer gedifferentieerd woonprogramma beter zijn. Gezien het eenzijdige programma is zeker differentiatie gewenst, maar in het huidige voorstel is de diversiteit in gevelbeelden te ver doorgevoerd. De bedachte thema’s lijken te veel en zijn in de uitwerking niet herkenbaar. De blokken zijn alzijdig ontworpen, maar niet ieder blok leent zich hiervoor gezien zijn ligging. Het is wenselijk om meer wandvorming aan de spoorzijde te ontwikkelen ten behoeve van meer ruimtewerking richting park. Met name de hoek tussen het CAB-blok en het spoorblok vraagt om een heroverweging. Spoorblok 1 zou steviger kunnen en hier wordt meer afstemming gevraagd op Spoorblok 2. Ingezette karakteristieken, zoals bijvoorbeeld rondingen in de architectuur, kunnen consequenter worden doorgevoerd per blok. Tevens moet bij het ontwerp en de bouw meer rekening gehouden worden met toekomstige aanpassingen. De toepassing van groen in de architectuur kan alleen slagen indien er sprake is van een integrale architectonische aanpak. Daarnaast is de realiteitswaarde van groot belang, inclusief het onderhoud en beheer. De commissie is hiervan nog niet overtuigd o.a. bij de groenvoorstellen op het noorden, in de steeg of op de dakrand. Ook vraagt zij zich af of ieder gebouw in relatie tot zijn omgeving zich leent voor groentoepassingen. Het fietsparkeren onder de blokken wordt positief ontvangen, evenals de woningen gelegen aan het maaiveld en de royale entrees. Indien de parkeervoorzieningen nog verder onder de bebouwing kan worden opgelost, worden er meer kansen gecreëerd voor bomenaanplant in volle grond. De commissie is benieuwd naar de groenbeleving vanaf het maaiveld, in combinatie met de groenvoorstellen ‘de hoogte in’. Voor het binnengebied zijn eerste orde bomen wenselijk om de gewenste parkidentiteit te creëren. Geadviseerd wordt om de overgangen tussen openbaar en privé plus openbaar en collectief mee te nemen in de uitwerking. De aangepaste ontwerpen worden tegemoet gezien.
    Kenmerk (deze vergadering)
    geen
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    onbekend
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/630