← Alle projecten

Berlijnplein Plein R

Informeren van de COU door het VO voor het Cultuurcluster op het Berlijnplein in Leidsche Rijn Centrum

Gevonden adres
berlijnplein
Locatie
locatie bij benadering — alleen straat Toon op kaart
Coördinaten
52.09769176, 5.06902439

Vergaderingen (1)

  1. 3 feb. 2026

    Verslag, pagina 3

    Informeren van de COU door het VO voor het Cultuurcluster op het Berlijnplein in Leidsche Rijn Centrum

    Samenvatting door AI

    Supervisoren, architecten en projectleiders informeren de commissie over het VO. De commissie waardeert het plan, maar adviseert om meer eigenzinnigheid en expressie in de gebouwvormen (met name de ateliertoren) aan te brengen en de drager in de derde dimensie beter te benutten.

    Conclusie: Geen formele beslissing (informerende status), de commissie ziet de vervolgstappen in de DO-fase tegemoet.

    Brontekst
    2. Berlijnplein Plein R CvB Informeren van de COU door de supervisoren Aanvraag : Gemeente Utrecht Ontwerp en toelichting : Bureau SLA, BOOM Landschapsarchitecten en Inbo Architecten Supervisoren : JCAU en Baljon Landschapsarchitecten Aanwezig Gemeente : Jeen Kootstra en Jeroen Meijer Gespreksverslag De supervisoren, architecten en projectleiders zijn in de vergadering aanwezig om de commissie te informeren over het VO voor het Cultuurcluster op het Berlijnplein in Leidsche Rijn Centrum. De supervisor schetst de context en de kaders vanuit het masterplan van Jo Coenen. De cultuuras is een netwerk van openbare ruimtes en publieke gebouwen waar wordt gestuurd op een functiemix en een hoge kwaliteit van de openbare ruimte. Het Cultuurcluster heeft een uniek programma, er is een hoge ambitie betreffende circulair en duurzaam bouwen en in het ontwerpproces speelt co-creatie met de Pleingenoten een belangrijke rol. De architect ligt het ontwerp toe. Er is sprake van 6 losse gebouwen in 3 gebouwgroepen met elk een eigen identiteit en gebruik. De gebouwen zijn verbonden door een centrale drager. Deze drager vormt de ‘oerlaag'. Elk plein en gebouw moet zich verhouden tot die drager. Hierdoor ontstaan onverwachte en genereuze oplossingen. Gebouwen kunnen in de tijd komen en gaan, maar de drager is de continue factor. De gevels van de gebouwen variëren in kleur- en materiaalgebruik (Pretty plastics, glasbakglas, Nabasco en waste glaze). Hierdoor is elk gebouwensemble herkenbaar en eigenzinnig, maar niet losgezongen van de omgeving. Met een spel tussen mat/glans, reliëf en rijkdom ontstaat per gebouw een eigen karakteristiek. Vervolgens wordt het ontwerp voor de buitenruimte toegelicht. Door de stedenbouwkundige constellatie ontstaan er pleinachtige ruimtes met een menselijke maat. Ook is er ruimte voor grotere festiviteiten. Uniek aan de situatie is de waterhuishouding omdat het water niet in de bodem mag infiltreren. Het ontwerp wordt gekenmerkt door een verdraaiing in het patroon ten opzichte van het stedenbouwkundige grid. Dit visualiseert het eigenzinnige wat het Cultuurcluster mag uitstralen. De supervisoren geven een reflectie op de stand van zaken en delen de aandachtspunten voor de verdere uitwerking. Er is waardering voor het VO, voor het unieke programma en de uitgesproken duurzame ambities. Er zijn meerdere aandachtspunten, maar op hoofdlijn wordt aandacht wordt gevraagd voor de architectonische uitwerking van de ateliertoren (die sterker de identiteit van het Cultuurcluster zou kunnen uitstralen), de dichte geveldelen van het Danshuis, het uit zicht houden en/of integreren van alle installaties, de detaillering en de vormgeving van de fietsentree (in uitstraling en benadering). Met betrekking tot de inrichting van de buitenruimte is er ook een positieve grondhouding, maar wordt er nog bijzondere aandacht gevraagd voor het terugwinnen van het groen (principe ‘groen waar mogelijk’). Daarnaast mag het patroon nog eigenwijzer gemaakt worden, wordt er aandacht gevraagd voor logische routes, aansluitingen (keermuur Stadstuin), de komst van terrassen (en het toekomstig beeld daarvan) en de entree van de fietsenstalling (in de gebouwen). De commissie reageert als volgt • Het betreft een spannend en ook ingewikkeld plan dat belangrijk is voor de stad. Het is fijn dat de commissie in dit stadium wordt bijgepraat en de commissie onderschrijft de opmerkingen van de supervisoren zoals die zijn opgenomen in de adviezen van de supervisoren. • De commissie volgt de hoofdopzet en de uitgangspunten, maar ziet nog mogelijkheden onbenut om de gebouwen eigenzinniger en expressiever te maken. De vormen van de gebouwen zijn erg eenvoudig. De ateliertoren heeft de potentie een blikvanger te zijn. Het plan kan aan kracht winnen door enkele volumes sculpturaler te maken. De commissie adviseert om in ieder geval wat meer eigenheid aan te brengen in het volume van de ateliertoren, maar liefst ook op een of meer andere plekken. De vraag is op welke andere manieren meer contrast/spanning kan worden gemaakt. Het eigenwijze wordt nu vooral gezocht in de materialen, kleuren en details. En op detailniveau is het plan rijk. De commissie raadt aan om juist ook op het grotere schaalniveau wat meer eigenheid aan te brengen in de gebouwen (op conceptueel niveau). Het kernwoord is ‘eigenzinnigheid’ en het helpt om juist in de gebouwvormen, met grotere gebaren, meer structurele expressie in te bouwen. • De drager waaraan de gebouwen staan moet heel helder en autonoom zijn. De commissie constateert dat de pixels in de gevelbekleding en de gepixelde vorm van de drager te veel op elkaar lijken. Ze adviseert meer contrast aan te brengen. Het metaforische beeld van de ‘Inca-ruïne’ spreekt aan. • Met betrekking tot het inrichtingsplan adviseert de commissie de drager meer te benutten in de derde dimensie. De drager heeft veel potentie voor verschillend gebruik (balkon, vergroening, deel van de route). De drager geeft de mogelijkheid een 3D-spel te maken door bijvoorbeeld ook enkele daken via de drager toegankelijk te maken. Het huidige voorstel oogt in de optiek van de commissie nog wat te vlak. • De commissie sluit aan bij het advies van de supervisor. Het is nodig dat er meer samenhang en consistentie in het groen wordt aangebracht. De routing is belangrijk, het is belangrijk dat de pleinen karakter krijgen zodat er een mooie reeks van ruimte ontstaat. • De commissie complimenteert het ontwerpteam met het resultaat en is geïnteresseerd in de doorontwikkeling van het ontwerp in de DO-fase. Het toekomstige hoekvolume is nu nog onderbelicht en speelt een grote rol in de beleving van het ensemble. De commissie ziet de vervolgstappen tegemoet en wanneer de supervisoren de tijd rijp achten kan het ontwerp opnieuw geagendeerd worden. Het is majeur project op het stedelijke niveau. De commissie brengt uiteindelijk advies uit aan het stadsbestuur over de aanvraag om Omgevingsvergunning en wil om die reden tijdig betrokken worden.
    Kenmerk (deze vergadering)
    geen
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    onbekend
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/1779