← Alle projecten

Achter Sint Pieter 200

Voorlopig ontwerp voor het renoveren en uitbreiden van een universiteitscomplex aan de Achter Sint Pieter 200 (Rijksmonument) [Binnenstad] in het kader van routing, werkplekken en verduurzaming, inclusief een glazen hoofdtoegang op het binnenplein en diverse dakopbouwen.

Gevonden adres
achter de dom 20
Locatie
exact adres Toon op kaart
Coördinaten
52.09091768, 5.12355527

Vergaderingen (11)

  1. 14 okt. 2025

    Verslag, pagina 5

    Aanvraag omgevingsvergunning voor het realiseren van een onderwijscentrum en het kappen van 6 bomen

    Samenvatting door AI

    Bespreking van de steenkeuze (maatvaste 'strakkere' steen in Waalformaat met rollaag) en het landschapsplan (inheemse boom, herschikking van heesters, vergroting plantvakken en de omgang met het middengebied en de bruine beuk).

    Conclusie: Advies m.b.t. steenkeuze: voldoet. Advies m.b.t. landschapsplan: voldoet onder voorwaarde (twee scenario's op inrichtingsplan vermelden m.b.t. wel/niet behouden beuk).

    Brontekst
    3. Achter de Dom (UU), GU-Z2025-0021782 Aanvraag omgevingsvergunning voor het realiseren van een onderwijscentrum en het kappen van 6 bomen Advies m.b.t. steenkeuze: voldoet De architecten geven aan dat het een maatvaste ‘strakkere’ steen is waarmee het metselwerkpatroon zo optimaal mogelijk gerealiseerd kan worden. Aangegeven wordt dat de steen een iets diepere ondertoon heeft door het ontbreken van de bezanding en dat door het bakken van de steen in een vlamoven de steen een nuance krijgt die de gevel een geschakeerde uitstraling geeft. De stenen zullen in Waalformaat worden toegepast. Daarnaast wordt aangegeven dat een rollaag wordt toegepast in het randdetail van de kopgevel. De commissie kan zich vinden het gewijzigde voorstel voor het metselwerk en in de komst van de rollaag. De voorgestelde gevelsteen is een verbetering en een goede bemiddeling tussen de bestaande bebouwing en de nieuwe toevoeging. Ook de voegkleur betekent een verbetering. Advies m.b.t. landschapsplan: voldoet onder voorwaarde De commissie kan zich grotendeels vinden in het aangepaste voorstel. Ze waardeert de inzet van extra groen. Het is positief dat in de zone langs het hek de heesters in het brede deel vervangen worden door een inheemse boom (Amelanchier lamarkii) die 6-9 m hoog kan worden. De commissie kan zich vinden in de voorgestelde herschikking van heesters (het laten vervallen van de kleinste van de gekozen soorten, zodat de overige soorten kunnen uitgroeien tot 2-4 m waarmee ze vergelijkbaar zijn met de huidige heesterbeplanting). Dit geeft meer ‘groenmassa’ aan de straatzijde en een beter buffer t.o.v. de fietsen. Ook de vergroting van de plantvakken tot aan het hek betekent een verbetering (groen tot aan de straatzijde). De manier waarop met het middengebied wordt omgegaan is nog onzeker gelet op het wel/niet kunnen behouden van de bruine beuk (wat uiteraard de voorkeur heeft van de commissie). Mocht het niet mogelijk zijn de beuk te behouden is zoveel mogelijk groen nodig om de tuinkarakteristiek te behouden zodat de fietsen het beeld niet domineren. De commissie vond het eerdere voorstel met de twee bomen (Amberboom en Gleditsia) beter dan het huidige voorstel met 1 boom. Deze bomen kunnen in haar optiek samen in de grotere boomspiegel van 10 m². Op dit punt volgt ze de redenering niet. Ze stelt de voorwaarde dat twee scenario’s op het inrichtingsplan worden vermeld (‘als de beuk behouden blijft dan:…, als de beuk niet behouden blijft dan:…’). En ze verwijst daarbij naar haar aanbeveling het middendeel zo groen mogelijk te maken. De commissie verwijst nog naar haar overige voorwaarden (kleuren en afstemming met Erfgoed).
    Kenmerk (deze vergadering)
    GU-Z2025-0021782
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    onbekend
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/1711
  2. 5 aug. 2025

    Verslag, pagina 5

    Aanvraag omgevingsvergunning voor het realiseren van een onderwijscentrum

    Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
    Samenvatting door AI

    Het betreft een zorgvuldig plan dat aan kracht en kwaliteit heeft gewonnen in navolging van eerdere adviezen. Wel wordt de steenkeuze kritisch bekeken en wordt een proefmuur geadviseerd.

    Conclusie: voldoet onder voorwaarden

    Brontekst
    5. Achter de Dom 20, en 22-24, Achter St.-Pieter 25 en 27 RT / 0021782 Aanvraag omgevingsvergunning voor het realiseren van een onderwijscentrum (zie verslag 10/06 2025) Conclusie: voldoet onder voorwaarden Het betreft een zorgvuldig plan en in navolging op de eerdere adviezen brengt de commissie een positief advies onder voorwaarden uit. Gedurende het ontwerpproces heeft het plan aan kracht en kwaliteit gewonnen. Aan veel van de gestelde vragen en opmerkingen is op overtuigende wijze tegemoetgekomen. De commissie stemt in onder de voorwaarden dat: - De steenkeuze wordt heroverwogen en een proefmuur van de gekozen steen wordt gemaakt. - Het concept landschapsplan nog bekeken kan worden door de landschapsarchitect van de commissie. - De kleurhistorische inventarisatie (februari 2025 Bureau Vlaardingerbroek) wordt toegevoegd aan de aanvraag en ter beoordeling wordt voorgelegd aan Erfgoed. Met name de omgang met het pand Achter de Dom 20 roept nog vragen op (kleur en een krijtmatte afwerking voorgevel en de kleur van de plint (waarbij de onbeschilderde hardstenen onderdelen onbeschilderd moeten blijven)). Ook voor het houtwerk in de gevel geldt dat het goed is de kleurkeuze te onderbouwen vanuit de inventarisatie. - Proefstukken (conform materiaalstaat ‘proefstuk ihw’) in samenspraak met Erfgoed worden beoordeeld. Argumentatie commissie m.b.t. de steen: De commissie is er zeker nog niet van overtuigd dat de voorgestelde steen de juiste is. Het betreft hier een zeer prominente locatie in het rijksbeschermde stadsgezicht dus het moet 100% zeker zijn dat hier de juiste keuzes worden gemaakt. Dit vergt bewijslast en onderbouwing van de architect. De commissie raadt aan zo snel mogelijk een proefmuur (inclusief voegwerk en representatief baksteenreliëf) te maken om deze ter plekke te beoordelen. De commissie heeft eerder geadviseerd een wat strakkere (frissere) steen te kiezen. Het reliëf in de gevels komt met een strakkere steen beter naar voren. De voorgestelde gevelsteen is niet wat verwacht wordt bij deze architectuur (roept een wederopbouw-gevoel op). De handvorm is kwetsbaar voor vervuiling en veel te poreus voor reliëfmetselwerk. Ook het voegwerk speelt een heel belangrijke rol en gaat bij deze steen snel overheersen. De nu voorgestelde steen ondersteunt de aanwezige kwaliteit in het plan niet.
    Kenmerk (deze vergadering)
    0021782
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    verslag 10/06 2025
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/1616
  3. 10 jun. 2025

    Verslag, pagina 1

    Aanvraag omgevingsvergunning voor de sloop en nieuwbouw van een 3-laags gebouw voor onderwijsfunctie en de renovatie van een bestaand gebouw

    Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
    Samenvatting door AI

    Architecten Van Yperen en De Jong lichten het nieuwe ontwerp toe voor het hekwerk en de gevelwijzigingen van het nieuwe bouwdeel parallel aan de straat. De commissie waardeert de aanpassingen en geeft specifieke aandachtspunten mee over onder andere de steenkeuze, het bankje, de integratie van zonnepanelen en de kleur van de vluchttrap.

    Conclusie: voldoet in principe

    Brontekst
    1. Achter de Dom 20 RT / GU-Z2024-0023608 Aanvraag omgevingsvergunning voor de sloop en nieuwbouw van een 3-laags gebouw voor onderwijsfunctie en de renovatie van een bestaand gebouw Aanvraag : Universiteitsbibliotheek Ontwerp : DP6 Toelichting : Rosanne van Yperen (DP6) Gespreksverslag Architecten Van Yperen en De Jong informeren de commissie over het nieuwe ontwerp voor het hekwerk en de gevelwijzigingen van het nieuwe bouwdeel parallel aan de straat. Het tuinontwerp komt in een latere fase aan bod. Voor het hekwerk is in aansluiting op het paviljoen een ontwerp met een boogmotief gekozen, bestaande uit drie lagen stripstaal. Het linkerdeel van het bestaande hekwerk blijft behouden. Het hek is naar voren geplaatst, tot aan de stoep. De kopgevel is verder omhoog doorgetrokken, om de installaties uit het zicht te laten. Een bankje markeert de verdiepte boog in het metselwerk aan de kopse kant. Bemonstering van de steen is per foto getoond. De dakramen aan de straatzijde zijn verkleind. Aan de achtergevel is een tweede dichte dakkapel met daklicht gekomen ter plaatse van het interne trappenhuis. De verzinkt stalen vluchttrap is uitgebreid, maar komt weinig in het zicht, aldus de architecten. Het dak wordt volledig bedekt met zonnepanelen. Conclusie: voldoet in principe De commissie waardeert de aanpassingen die tot een beter en rustiger plan hebben geleid. De kopgevel en hekwerk concurreren nu minder met elkaar en het totaalbeeld is overtuigend. De opmerkingen gaan over details, wat een goed teken is. Onderstaand puntsgewijs de aandachtspunten. De commissie reageert als volgt: • Het hekwerk is fraai vormgegeven en de commissie waardeert de subtiele toepassing van het boog-principe in het hek. Ook de lichtheid en transparantie worden gewaardeerd. • De commissie kan zich vinden in het verhogen van het dak ten behoeve van de binnen geplaatste luchtbehandelingskast. • De ruwe handvormsteen is wellicht niet de beste keuze gezien de grote hoeveelheid detail in de gevel. Hoe ruwer de steen, hoe minder de details zullen opvallen. De commissie adviseert daarom om een strakkere steen te kiezen, die mogelijk ook iets voller is qua kleur, zodat het gebouw wat moderner gaat ogen. De aansluiting op de dakrand van de kopgevel verdient nog aandacht. Wellicht is een rollaag nodig om het randdetail goed vorm te geven. Dit vergt nog nader onderzoek. • Het bankje op de kopgevel vormt een goede accentuering van de boog, maar het is niet duidelijk waar hij nu bij hoort. Is het onderdeel van de plint of van de gemetselde boog? • Voor het zonnedak geeft de commissie mee om de elementen zoals dakramen en dakkapellen goed te integreren in het patroon van de pv-panelen. • De vluchttrap is in de render erg licht, waardoor hij te veel opvalt. Een donkere tint zal hem minder doen opvallen, wat de voorkeur heeft. • De commissie geeft op voorhand mee om bestaande waardevolle bomen zoveel mogelijk te behouden en de bouwlogistiek daarop af te stemmen. Het groen op het voorplein wordt bij voorkeur zoveel mogelijk naar de straat getrokken, voor een betere groenbeleving vanaf de straat. De commissie ziet het tuinontwerp in combinatie met de bemonstering van de steen in het echt tegemoet.
    Kenmerk (deze vergadering)
    GU-Z2024-0023608
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    onbekend
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/1581
  4. 1 okt. 2024

    Verslag, pagina 3

    Vooroverleg voor de bouw van een onderwijslocatie (Onderwijscentrum binnenstad UU) in bestaande en nieuwe panden, inclusief de inrichting van de buitenruimte en fietsparkeren voor het Anna Maria van Schuurmangebouw.

    Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
    Samenvatting door AI

    De commissie merkt op dat de fietsparkeeropgave de kavel overstijgt en dat fietsparkeren ten koste van de historisch gegroeide tuin het allerlaatste redmiddel moet zijn. Ze stelt vragen over de bomen (beuk), de hekwerken, de openbaarheid en het gebruik van de ondergrondse stalling. Bij verdere uitwerking wordt gevraagd aandacht te besteden aan waterberging, dierverbindingen en verplaatsbare fietsenrekken.

    Conclusie: De commissie stelt dat het doodzonde is om de historisch gegroeide tuin te transformeren naar fietsparkeerplaats en heeft twijfels. Als het echter echt moet, is het plan binnen de opgave op zichzelf te snappen en te waarderen.

    Brontekst
    3. Onderwijscentrum binnenstad UU (Achter de Dom – Achter St.-Pieter) CvB Vooroverleg voor de bouw van een onderwijslocatie in bestaande en nieuwe panden Aanvraag : UU Ontwerp : DP6 Architecten en Copijn Toelichting : architect Van Yperen (DP6 Architecten) en landschapsarchitect Ketner (Copijn) (zie notulen 15/03, 28/05 en 03/09 2024) Gespreksverslag De landschapsarchitecten van Copijn geven een toelichting op het ontwerp voor de buitenruimte van het Anna Maria van Schuurmangebouw. De opgave is te komen tot een passende inrichting voor inpassing van het gewenste programma voor logistiek en fietsparkeren. Het fietsparkeren vindt deels ondergronds en deels bovengronds plaats. Er zijn 240 á 250 fietsparkeerplaatsen nodig. De helft daarvan is ondergronds (dubbellaags onder het atriumgebouw). Het gebruik van de bestaande monumentale kelders voor het stallen van fietsen is onderzocht maar deze zijn slecht bereikbaar en onbruikbaar qua indeling (verhokt en daardoor (sociaal) onveilig) en beperkt qua hoogte. Het dieper uitgraven van deze kelders is vanuit monumentenoptiek en vanuit archeologische optiek niet wenselijk. De uitgangspunten voor de buitenruimte worden toegelicht (o.a. aandacht voor historie van de plek, rekening houden met archeologische waarden en het behouden of verplaatsen van waardevolle bomen en de bestaande bossfeer (sfeer Arboretum)). De modellenstudie wordt toegelicht en vervolgens wordt het voorkeursmodel getoond. In dit model worden de beuk en de jeneverbes verplant naar buiten het gebied, het groen aan de randen blijft bewaard en er wordt een centrale plek gecreëerd voor twee nieuwe bomen met daar omheen ruimte voor het stallen van fietsen. Bij de conciërgewoning wordt een droge bostuin aangelegd. De architecten onderschrijven de bestaande kwaliteiten van deze historische tuin. De commissie reageert als volgt:  Ze constateert dat de opgave de kavel overstijgt. Er zou op gemeentelijk niveau op een meer integrale manier nagedacht moeten worden over het fietsparkeren in de binnenstad en het gebrek aan fietsenstallingen. De eis het fietsparkeren op eigen terrein op te lossen heeft voor deze tuin, een van de weinige resterende groene plekken in de binnenstad, grote consequenties. Fietsparkeren ten koste van de tuin zou het allerlaatste redmiddel moeten zijn. De architecten geven aan dat het inderdaad pijn doet, maar dat er veel studies gedaan zijn en dat er geen betere alternatieven beschikbaar zijn. Ook wordt aangegeven dat het fietsparkeren in de straat voor omwonenden niet acceptabel is en dat de druk op de binnenstad groot is. De commissie doet de oproep aan de gemeente en UU om over de grenzen van het plangebied heen te kijken.  De commissie vraagt of de beuk überhaupt op deze locatie bewaard kan blijven vanwege de plaatsing van de bouwkraan. Aangegeven wordt dat de groeiruimte voor de beuk beperkt is en dat er concurrentie is met andere bomen. Het plaatsen van de kraan op straat is in theorie mogelijk, maar stuit op andere knelpunten.  Voortbordurend op het voorkeursmodel heeft de commissie vragen over de hekwerken en de openbaarheid van het voorterrein. Ze betwijfelt daarnaast of de ondergrondse stallingsruimte gebruikt wordt door de studenten. De UU zal fietscoaches inzetten om dit te reguleren (voorkomen dat tuinruimte helemaal wordt vol gezet met fietsen; ook buiten de rekken).  Bij de verdere uitwerking (als deze richting een gegeven is...) vraagt de commissie aandacht voor de waterbergingsopgave (het creëren van nattere condities) en de uitwisseling tussen de twee tuinen (verbinding voor dieren). Ook geeft ze de suggestie om verplaatsbare fietsenrekken toe te passen zodat dubbelgebruik van de ruimte mogelijk is (zoals bijvoorbeeld een boekenmarktje in het weekend). Concluderend stelt de commissie dat het doodzonde is om de historisch gegroeide tuin te transformeren naar fietsparkeerplaats. Zoals gezegd heeft ze twijfels dat dit binnen de gestelde kaders op te lossen is. Als het echter echt moet, dan is dit plan binnen de opgave, op zichzelf te snappen en te waarderen.
    Kenmerk (deze vergadering)
    geen
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    notulen 15/03, 28/05 en 03/09 2024
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/1375
  5. 3 sep. 2024

    Verslag, pagina 3

    Vooroverleg voor de bouw van een onderwijslocatie in bestaande en nieuwe panden

    Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
    Samenvatting door AI

    De commissie bespreekt het gewijzigde ontwerp voor de UU-onderwijslocatie en is van mening dat er een prachtig plan in wording is. Ze geeft adviezen over de optimalisering van de voorgevel, het heroverwegen van de boogpoorten aan de straatzijde en het nader bestuderen van de kopgevel.

    Conclusie: De commissie ziet de vervolgstappen en het voorstel voor het terreinontwerp met belangstelling tegemoet, evenals de gehele achtergevel bij een volgende bespreking.

    Brontekst
    3. Onderwijscentrum binnenstad UU (Achter de Dom – Achter St.-Pieter) CvB Vooroverleg voor de bouw van een onderwijslocatie in bestaande en nieuwe panden Aanvraag : UU Ontwerp : DP6 Architecten Toelichting : architecten De Jong en Van Yperen (DP6 Architecten) Aanwezig : Eric Emmen (gemeente Utrecht), Hans Vlaardingerbroek (adviseur restauratie) (zie notulen 05/03 2024) Gespreksverslag De architect geeft een toelichting op het gewijzigde ontwerp. In het aangepaste gevelontwerp is teruggegrepen naar de heldere stramienen van het gebouw uit 1958 (dat op zijn beurt weer naar de daarvoor aanwezige gevels verwees). Het gebouw heeft een meer eigentijdse uitstraling gekregen, meer cachet en meer de uitstraling van een universiteitsgebouw. Dakkapellen zijn verwijderd en de dakvorm is puurder gemaakt. De ambities voor de verbijzondering van het metselwerk (verbanden etc.) blijven overeind. In de orangerie is gekozen voor een houten constructie met een heldere orthogonale draagstructuur. De structuur is enkel verbijzonderd met bogen ter plaatse van de verbindende route via de receptie naar de omliggende gebouwen. De poorten aan de straatzijde zijn verlaagd en versmald. De afsluitbaarheid van het terrein is een belangrijk uitgangspunt. Bestaande hekwerken worden behouden. Bij een volgende sessie zal het tuinontwerp gepresenteerd worden. Uitgangspunten zijn: het behoud van de bestaande bomen, zo min mogelijk verharding, het hergebruik van materialen en creëren van plekken voor het stallen van fietsen. De commissie is van mening dat er een prachtig plan in wording is. De vervangende nieuwbouw aan de straatzijde is een grote stap voorwaarts en een goede verwijzing naar de bestaande bebouwing. Het achterwege laten van de dakkappelen wordt gewaardeerd. Ook de opzet van de orangerie is verbeterd. De houten constructie spreekt aan en de bogen zijn veel helderder. Bijzondere aandacht wordt nog gevraagd voor de expressie van de kopgevel en voor de positie van de boogpoorten. Voor de verdere uitwerking adviseert de commissie: De voorgevel nog te optimaliseren Bij het trappenhuis worden kleine ramen toegepast en bij de toiletten grotere. De commissie raadt aan hierin meer logica aan te brengen. Daarnaast mist ze een helder overgangsdetail tussen dak en gevel. De voorgestelde randdetaillering vraagt nog om een nadere studie en om meer helderheid. De boogpoorten aan de straatzijde te heroverwegen De commissie blijft moeite houden met de boogpoorten aan de straatzijde. De poorten onttrekken deels het zicht op het pand Achter de St Pieter 27 en de kopgevel. Daarnaast is er een problematische stapeling van hekwerken. Meer zicht op de bebouwing is gewenst in vanuit dat perspectief kan de commissie zich eventueel poorten voorstellen in de lijn van de voorgevel van nummer 27. Ze merkt daarbij op dat de orangerie een krachtige uitstraling heeft. Het uitgangspunt van de Universiteit om de zichtbaarheid te vergroten wordt volgens de commissie al heel goed waargemaakt met de nieuwbouw en de orangerie. Ze vertrouwt erop dat het paviljoen al voldoende aandacht gaat opleveren. Dit roept de vraag op of de poorten nodig zijn om de zichtbaarheid te vergroten. De mening dat deze ondiepe ruimte afsluitbaar moet zijn wordt niet gedeeld. De commissie houdt de optie open om het hek ter discussie te stellen indien er geen bevredigende oplossing komt. De kopgevel nader te bestuderen De commissie kan zich vinden in de hoofdvorm. Ze volgt de argumentatie en onderbouwing van de architect. De stad is een aaneenknoping van ingrepen en daarin is het passend. De commissie is daarbij echter van mening dat nog niet alle kansen benut worden. Hier liggen kansen een karakteristieke, bijzondere gevel te maken, die intrigeert. Het huidige voorstel doet dat nog niet voldoende. Feitelijk is deze gevel het belangrijkste visitekaartje voor de Universiteit (zodra de poorten een stapje terug kunnen doen). Er zijn twee denkrichtingen: de gevel eigenzinniger maken, bijvoorbeeld door deze meer te openen (met royale ramen die de trap begeleiden) of de gevel juist nog abstracter te maken. Afsluitend De commissie ziet de vervolgstappen en het voorstel voor het terreinontwerp met belangstelling tegemoet. Vanuit duurzaamheidsperspectief is het positief dat de bestaande fundering wordt hergebruikt. Aangeven wordt dat er nog onderzocht wordt of er meer elementen kunnen worden hergebruikt (waaronder het glaskunstwerk). Bij een volgende bespreking ziet de commissie graag ook de gehele achtergevel in beeld gebracht (inclusief de aansluiting op de belendende bebouwing).
    Kenmerk (deze vergadering)
    geen
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    notulen 05/03 2024
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/1343
  6. 28 mei 2024

    Verslag, pagina 2

    Vooroverleg voor de bouw van een onderwijslocatie in bestaande en nieuwe panden

    Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
    Samenvatting door AI

    De architect licht het voorlopig ontwerp toe, inclusief de onderbouwing voor de sloop van panden aan Achter Sint Pieter 23-25 en de aanpassing van het bouwvolume in drie bouwlagen.

    Conclusie: De sloop is voldoende onderbouwd en het nieuwe volume is een verbetering, maar de commissie adviseert op punten als de kopgevel en kap, gevelcompositie, het gevelconcept, de orangerie en de buitenruimte/tuin nog aanpassingen te doen.

    Brontekst
    2. Onderwijscentrum binnenstad UU (Achter de Dom – Achter St.-Pieter) CvB Vooroverleg voor de bouw van een onderwijslocatie in bestaande en nieuwe panden Aanvraag : UU Ontwerp : DP6 Architecten Toelichting : Architecten De Jong en Van Yperen (DP6 Architecten) Aanwezig : Eric Emmen (gemeente Utrecht), Hans Vlaardingerbroek (adviseur restauratie) (zie notulen 15/03 2024) Gespreksverslag Mevrouw De Jong geeft een toelichting op het voorlopig ontwerp (halverwege DO). Puntsgewijs wordt ingegaan op de vragen en opmerkingen uit de vorige vergadering. M.b.t. de sloop van de panden op het adres Achter Sint Pieter 23-25 is er een vervolgstudie gedaan. Meerdere scenario’s zijn onderzocht (behoud casco, behoud gevels/casco, behoud gevels). De conclusie is dat grotere werkgroepruimtes (die noodzakelijk zijn) niet goed inpasbaar zijn in het bestaande gebouw. De colommen en de beperkte vrije hoogte hebben een negatieve invloed op het beoogde gebruik. Met een ruimtelijke onderbouwing heeft de Universiteit van Utrecht de argumentatie voor sloop en vervangende nieuwbouw geleverd. De monumentale kelders blijven behouden. Voor de nieuwbouw wordt een ten opzichte van het vorige voorstel aangepast volume in drie bouwlagen voorgesteld (binnen het bestemmingsplan). Het programma is verkleind en hierdoor kan één bouwlaag minder worden gebouwd. Het volume voegt zich hierdoor beter in de straatwand (lagere goothoogte). In de architectonische uitwerking van de gevels is meer rust aangebracht. Het onderzoek naar gevelstenen, verbanden en kleuren is nog in volle gang. Het is de bedoeling zowel het voor- als het achterdakvlak te voorzien van geïntegreerde zonnepanelen (als leien in het dakvlak). In de orangerie c.q. het paviljoen zijn veel bogen achterwege gelaten. Per plek is bekeken of een boog nodig is en met de bogen wordt de route gemarkeerd. In de tuin worden alle bomen gehandhaafd en bij de entree wordt de Taxus vervangen door een kleinere boom. De architect ziet de tuinpoorten als verwelkomend gebaar. Het ontwerp voor de tuin en de laad- en loszone zijn verder nog in studie. Besloten is de ramen in de voorgevel van 22-24 niet te verlagen en nader kleur historisch onderzoek voor de monumenten volgt nog. De commissie reageert als volgt Sloop en nieuwbouw De commissie voegt zich naar de conclusie van de architect en de onderbouwing vanuit de Universiteit. De sloop is op basis hiervan voor de commissie voldoende onderbouwd. Het nieuwe bouwvolume betekent een verbetering. Het volume voegt zich veel beter in de straatwand. Ook de voorgestelde verfijning in de gevel is meer in samenhang met de context. In de verdere uitwerking adviseert de commissie: • De kopgevel en de kap te versterken. In de directe omgeving zijn steile zadeldaken gebruikelijk (soms asymmetrisch). Het dakenlandschap vormt een ruimtelijke kwaliteit op zichzelf. Als teruggegrepen wordt op de omgeving is een puntdak passender in de totaalcompositie. Het huidige beeld oogt afgeknot en de kopgevel vergt nadere studie en een aanpassing. De architect geeft aan dat zicht op de Dom en de Pieterskerk doorslaggevend geweest zijn in de keuze voor de voorgestelde nokhoogte. De commissie adviseert binnen het bestemmingsplan de mogelijkheden te onderzoeken voor een kopgevel en/of kapvorm die passend is in deze context. De kapvorm kan ook helpen het gebouw meer expressie te geven. Het gaat om een zadeldak of iets anders dat op een vergelijkbare natuurlijke manier in de omgeving past. • De gevelcompositie te versterken. De functies die zich achter de gevel bevinden mogen zichtbaar zijn in de gevels (trappenhuis etc.). Het programma biedt meer aanleiding om in de gevel verbijzonderingen aan te brengen. De verschillende ruimtelijke elementen in het gebouw geven aanleiding om incidenteel grotere of bredere ramen te maken. Al te veel gesloten geveldelen worden ontraden. Voor de achtergevel wordt aangeraden de dakopeningen conform de voorzijde vorm te geven. Dit komt de samenhang in het gebouw ten goede. Ook wordt geadviseerd de lift verder uit de hoek te plaatsen. De hal lijkt hiervoor mogelijkheden te bieden. • Het gevelconcept te verhelderen Met de sloop gaat een tijdlaag verloren. In de nieuwbouwoplossing wordt gekozen voor een verwijzing naar de geschiedenis en de omgeving. De commissie vraagt zich hardop af of de nieuwbouw voldoende cachet heeft. Gelet op de bijzondere functie als universiteitsgebouw mag de nieuwe tijdlaag zich zelfbewust presenteren. De architect geeft aan te kiezen voor verbinding en aansluiting op de omgeving. Met nieuwe materialen zal het gebouw zeker herkenbaar zijn. De commissie heeft het gevoel dat het gebouw nog wat te veel op twee gedachten – eigentijds of historiserend – hinkt. Ze raadt aan heldere keuzes te maken. Orangerie De commissie heeft eerder gevraagd meer helderheid en rust aan te brengen in het raster. Hoewel er in het nieuwe voorstel minder bogen aanwezig zijn blijven er toch lastige aansluitingen aanwezig. In deze ruimte komt van alles bij elkaar en met verkeersbewegingen en studenten zal er sprake zijn van veel reuring. Om dit reden is de ruimte gebaat bij rust. De commissie adviseert bijvoorbeeld alleen haaks op de route bogen toe te passen. Ze ziet nog steeds mogelijkheden voor een helderheidsslag. De architect benoemt het karakter dat de bogen geven. De orangerie mag een eigen karakter zijn tussen de gebouwen. De commissie geeft aan dat bogen mogelijk zijn, maar dat de helderheid kan worden vergroot. Ook vraagt ze aandacht voor de verhouding tussen interieur en exterieur, een ontwerpthema dat bij de typologie van de orangerie per definitie centraal moet staan. Tuin en poort De commissie constateert dat het buitenruimteontwerp nog te veel onderbelicht is. Het gaat om de vraag hoe de buitenruimte te ontwerpen is als onderdeel van de architectuur. De tuin dient net zo zorgvuldig ontworpen te worden als de gevels. De poorten moeten hierin als onderdelen te worden meegenomen. Daarbij is ook essentieel hoe tuin en poorten zich verhouden tot de orangerie. Deze worden vaak in relatie ontworpen. Poort en hek kunnen (en moeten) meer worden dan een gimmick. Het huidige voorstel met de bogen en de losse hekwerken in de bogen is nog niet voldragen. Het stallen van de fietsen in de tuin is een zeer belangrijk aandachtspunt. Het blijft de vraag of de fietsen elders gestald kunnen worden. Ze adviseert de gemeente om mee te denken in het vinden of een overkoepelende oplossing voor het stallen van de fietsen. De commissie ziet in de doorwerking dat veel onderdelen op hun plek beginnen te vallen. Anderzijds is er op de genoemde punten nog een ontwerpslag nodig. Er is vertrouwen in het vervolg.
    Kenmerk (deze vergadering)
    geen
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    notulen 15/03 2024
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/1106
  7. 5 mrt. 2024

    Verslag, pagina 2

    Vooroverleg voor de bouw van een onderwijslocatie in bestaande en nieuwe panden

    Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
    Samenvatting door AI

    De commissie waardeert de zorgvuldige aanpak en het inzetten op verbindingen op deze gevoelige plek, maar uit grote twijfels over de voorgestelde sloop van volume, de hoofdvorm van de nieuwbouw, de overmaat aan bogen in de orangerie/paviljoen, het verlies aan groen en de ingrepen in de monumentale gevels.

    Conclusie: Geen harde conclusie geformuleerd, maar de commissie adviseert grondig onderzoek te doen naar hergebruik, het ontwerp fundamenteel te herzien op diverse punten en vervolgstappen en aanpassingen (zoals de tuin en monumenten) ter beoordeling voor te leggen.

    Brontekst
    2. Onderwijscentrum binnenstad UU (Achter de Dom – Achter St.-Pieter) CvB Vooroverleg voor de bouw van een onderwijslocatie in bestaande en nieuwe panden Aanvraag : UU Ontwerp : DP6 Architecten Toelichting : architecten De Jong en Van Yperen (DP6 Architecten) Aanwezig : Greetje de Jager en Eric Emmen (gemeente Utrecht) Mevrouw De Jong geeft een toelichting op het voorlopig ontwerp. De opgave bestaat uit meerdere delen. De sloop van de panden op het adres Achter Sint Pieter 23-25 en de nieuwbouw van een nieuw volume. De sloop van het bestaande eenlaagse volume in het binnengebied en de introductie van een orangerie/serre die verbinding legt tussen de verschillende gebouwen. De herinirichting van de tuin met daarin een zone voor het stallen van fietsen. De renovatie van de monumenten en de introductie van een poort (afscheiding) in boogvorm. Het hoofduitgangspunt is het maken van verbindingen. Het centrale, verbindende ontwerpthema voor het paviljoen en de entreepoorten is de boogvorm. Voor het paviljoen zijn de uitgangspunten: circulair, demontabel en klimaat adaptief. Ook voor de omgang met de historische bebouwing zijn regels en uitgangspunten opgesteld. Bij de nieuwbouw spelen er nog kwesties m.b.t. het bestemmingsplan. Het ontwerp betreft een spel met metselwerkverbanden en boogvormen. De commissie constateert dat er met zorg aan de opgave wordt gewerkt en dat er een bijzonder plan in wording is op een uiterst gevoelige plek. Het leggen van verbindingen is een goed uitgangspunt en op meerdere punten wordt een juiste snaar geraakt. De kwaliteitsimpuls is positief. De architectonische uitwerking van de verschillende onderdelen roept echter ook nog vragen en bedenkingen op. De commissie reageert als volgt: Sloop en nieuwbouw Het is in deze tijd niet goed te verantwoorden dat zoveel volume gesloopt wordt terwijl er een zelfde soort volume wordt teruggebouwd. De commissie adviseert een grondig onderzoek te doen naar hergebruiksmogelijkheden. Het argument dat verdiepingshoogte niet toereikend is voor het anbrengen van nieuwe installaties acht de commissie niet sterk. In dat geval zou ze aanraden hedendaagse, innovatieve, installatietechnieken nader te onderzoeken. Het is de vraag of de tandtechnische issues en de dilemma’s vanuit het gebruik op te lossen zijn. De commissie bepleit ook vanuit cultuurhistorisch oogpunt het hergebruik van de gebouwen. Ook deze tijdlaag hoort bij de stad. Het zou ontzettend zonde zijn als het gebouw gesloopt moet worden. Het gebouw voegt zich goed naar de oorspronkelijke structuur en de zijmuur in natuursteen vormt automatisch de entree naar het binnengebied. Het gebouw vertelt iets over de gebruiksgeschiedenis van de plek en over hoe de plek is gegroeid. Op voorhand merkt de commissie over de nieuwbouw het volgende op: De commissie kan zich niet vinden in de voorgestelde hoofdvorm. De kopgevel lijkt een residu tussen praktische en esthetische overwegingen (combinatie kopgevel- liftschacht en te sterke asymmetrie). Een heldere hoofdvorm is essentieel omdat het hier een duidelijk zichtbare kopgevel is die de entree van het complex vormt. In de voorgevel wordt gesuggereerd dat het om twee panden gaat terwijl op de grote ontwerpbeslissingen heel veel overeenkomst zichtbaar is. Op detailniveau (de kleinere ontwerpbeslissingen) is juist te veel contrast zichtbaar. De nieuwbouw hinkt daardoor vooralsnog op twee gedachten. Ook de achtergevel roept vragen op (hier geen tweedeling?). De orangerie/het paviljoen De conceptuele benadering spreekt aan, maar de commissie is van mening dat er een discrepantie is tussen de helderheid van het schema en de vertaling in het plan. Het gaat hier om een neutraal grid met bogen als een belangrijk thema. De commissie adviseert terug te gaan naar meer eenvoud en eenduidigheid. Een transparant volume dat verbindingen legt is hier prima inpasbaar. Het is alleen de vraag hoeveel toegevoegde vormentaal dat nog nodig heeft. De vele bogen gaan ten koste van de helderheid. Er zijn al zoveel bogen in het monument, in de gangen etc. dat het te overwegen is de bogen alleen in te zetten op plekken waar ze betekenis hebben. In het binnengebied is een zekere rust gewenst waardoor de aandacht vooral gaat naar de bebouwing die rondom het paviljoen staat. Inrichting tuin en poorten De typologie van de boog wordt op verschillende manieren ingezet. Op conceptueel niveau is een poort een boog in een wand. In het huidige voorstel is de poort een constructie. De poort is een losstaand inrichtingselement geworden. Het ontwerp verliest daardoor aan spanning. De commissie begrijpt de knipoog, maar ze raadt aan dit nog nader te bestuderen en te heroverwegen. Met betrekking tot de inrichting van de tuin wordt opgemerkt dat er veel groen verloren gaat. Het is een bijzondere groene plek in de binnenstad en de commissie adviseert al het groen te behouden. Ze adviseert de gemeente om mee te denken in het vinden van een overkoepelende oplossing voor het stallen van de fietsen. Ze ziet bij de vervolgstappen het inrichtingsplan ter beoordeling tegemoet. Voor de ingrepen in de monumenten wordt aanbevolen deze af te stemmen met Erfgoed. De omgang met bestaande monumenten is in beginsel goed en ook de bouwhistorische onderzoeken zijn duidelijk. Het doorbreken/vergroten van de ramen in de voorgevel van 22-24 wordt ontraden. Het is een prachtig gebouw en de winst van het vergroten van de ramen voor het leggen van sterkere relaties is zeer beperkt. De commissie raadt aan de voortuin mooi in te richten en raadt voor het overige aan terughoudend te zijn. Afsluitend adviseert ze kleur historisch onderzoek te doen naar binnenkant (pleisterwerk van nummer 20 ook onderzoeken).
    Kenmerk (deze vergadering)
    geen
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    onbekend
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/1058
  8. 9 jul. 2019

    Verslag, pagina 5

    Voorlopig ontwerp voor het renoveren en uitbreiden van een universiteitscomplex

    Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
    Samenvatting door AI

    Door af te zien van spreekkamers op de verdiepingen is het mogelijk geworden de gevel naar achteren te verplaatsen en een transparanter entreegebied te realiseren.

    Conclusie: De commissie meent dat de voorgestelde aanpassing tot verbetering heeft geleid en ziet de aanvraag omgevingsvergunning tegemoet.

    Brontekst
    E Nagekomen plannen E1 Achter Sint Pieter 200 (Rijksmonument) [Binnenstad] (B) Voorlopig ontwerp voor het renoveren en uitbreiden van een universiteitscomplex Aanvraag : Universiteit Utrecht Ontwerp : JHK / Verlaan & Bouwstra architecten (zie notulen 05/03, 14/05 en 25/06 2019) Door af te zien van de spreekkamers op de verdiepingen, is het mogelijk geworden de gevel naar achteren te verplaatsen en een transparanter entreegebied te realiseren. Conclusie De commissie meent dat de voorgestelde aanpassing tot verbetering heeft geleid en ziet de aanvraag omgevingsvergunning tegemoet.
    Kenmerk (deze vergadering)
    geen
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    notulen 05/03, 14/05 en 25/06 2019
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/574
  9. 25 jun. 2019

    Verslag, pagina 4

    Voorlopig ontwerp voor het renoveren en uitbreiden van een universiteitscomplex

    Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
    Samenvatting door AI

    Architect Letteboer heeft afgezien van de dakopbouw om de lantaarn. De centrale toegang is naar voren geschoven om ruimte te maken voor een spreekkamer die op de verdiepingen links voor de lift is geplaatst. Boven de grote schuifpui komt in stalen letters de naamsaanduiding. De gebogen vliesgevel links van de hoofdingang wordt vervangen door een rechte glazen gevel, gelijk aan de bovenliggende glazen gevel van de doorloop van het zeventiende-eeuwse deel.

    Conclusie: De commissie is van mening dat door de andere plattegrondinvulling achter de entree de helderheid verloren gaat. De architectuur van de pui en de markering stuiten niet op bezwaren, maar het toevoegen van programma erachter wordt betreurd (van ‘monumentaal’ trappenhuis naar vergadertoren). Daarnaast worden door de naar voren geschoven entreepui de belendende bestaande volumes minder zelfstandig. Het effect van een glazen scherm als tussenlid is afgenomen, omdat het een dominanter volume is geworden. Over de voorgestelde uitbouw zijn geen opmerkingen. Een aangepast plan wordt afgewacht.

    Brontekst
    D5 Achter Sint Pieter 200 (Rijksmonument) [Binnenstad] (B) Voorlopig ontwerp voor het renoveren en uitbreiden van een universiteitscomplex Aanvraag : Universiteit Utrecht Ontwerp : JHK / Verlaan & Bouwstra architecten (zie notulen 05/03 en 14/05 2019) Architect Letteboer heeft afgezien van de dakopbouw om de lantaarn. De centrale toegang is naar voren geschoven om ruimte te maken voor een spreekkamer die op de verdiepingen links voor de lift is geplaatst. Boven de grote schuifpui komt in stalen letters de naamsaanduiding. De gebogen vliesgevel links van de hoofdingang wordt vervangen door een rechte glazen gevel, gelijk aan de bovenliggende glazen gevel van de doorloop van het zeventiende-eeuwse deel. Conclusie De commissie is van mening dat door de andere plattegrondinvulling achter de entree de helderheid verloren gaat. De architectuur van de pui en de markering stuiten niet op bezwaren, maar het toevoegen van programma erachter wordt betreurd (van ‘monumentaal’ trappenhuis naar vergadertoren). Daarnaast worden door de naar voren geschoven entreepui de belendende bestaande volumes minder zelfstandig. Het effect van een glazen scherm als tussenlid is afgenomen, omdat het een dominanter volume is geworden. Over de voorgestelde uitbouw zijn geen opmerkingen. Een aangepast plan wordt afgewacht.
    Kenmerk (deze vergadering)
    geen
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    notulen 05/03 en 14/05 2019
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/575
  10. 14 mei 2019

    Verslag, pagina 2

    Voorlopig ontwerp voor het renoveren en uitbreiden van een universiteitscomplex

    Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
    Samenvatting door AI

    De dakopbouw om de lantaarn is in hoogte gereduceerd en teruggelegd ten opzichte van de oostgevel. Architect Letteboer heeft de metalen afwerking vervangen door glas, van beneden naar boven verlopend van wit naar doorzichtig. In de oksel aan de noordwestzijde van het binnenplein is de centrale toegang transparant en abstract vormgegeven.

    Conclusie: De commissie waardeert de zoektocht naar een oplossing voor de dakopbouw rond de lantaarn, maar constateert dat ook dit voorstel niet leidt tot een goede verhouding tussen bestaand en nieuw. Zowel de zichtbaarheid van de opbouw vanaf het Pieterskerkhof als de aantasting van de belevingswaarde van de lantaarn stuiten op bezwaar. De dakopbouw is te veel als dakopbouw en te weinig als eigentijdse toevoeging vormgegeven. Programmatisch is het primair een verbindingsruimte waar de verblijfsplekken slecht inpasbaar lijken. Vanwege de omvang van het complex wordt voor de hoofdentree geadviseerd deze met meer allure en als genereuzer gebaar vorm te geven. Het behoud van de glazen kopgeven op het archiefgebouw wordt gewaardeerd. De inrichting van het binnenterrein wordt tegemoet gezien, waarin de entreefunctie én de geschiedenis een rol spelen.

    Brontekst
    D2 Achter Sint Pieter 200 (Rijksmonument) [Binnenstad] (B) Voorlopig ontwerp voor het renoveren en uitbreiden van een universiteitscomplex Aanvraag : Universiteit Utrecht Ontwerp : JHK / Verlaan & Bouwstra architecten (zie notulen 05/03 2019) De dakopbouw om de lantaarn is in hoogte gereduceerd en teruggelegd ten opzichte van de oostgevel. Architect Letteboer heeft de metalen afwerking vervangen door glas, van beneden naar boven verlopend van wit naar doorzichtig. In de oksel aan de noordwestzijde van het binnenplein is de centrale toegang transparant en abstract vormgegeven. Conclusie De commissie waardeert de zoektocht naar een oplossing voor de dakopbouw rond de lantaarn, maar constateert dat ook dit voorstel niet leidt tot een goede verhouding tussen bestaand en nieuw. Zowel de zichtbaarheid van de opbouw vanaf het Pieterskerkhof als de aantasting van de belevingswaarde van de lantaarn stuiten op bezwaar. De dakopbouw is te veel als dakopbouw en te weinig als eigentijdse toevoeging vormgegeven. Programmatisch is het primair een verbindingsruimte waar de verblijfsplekken slecht inpasbaar lijken. Vanwege de omvang van het complex wordt voor de hoofdentree geadviseerd deze met meer allure en als genereuzer gebaar vorm te gegeven. Het behoud van de glazen kopgeven op het archiefgebouw wordt gewaardeerd. De inrichting van het binnenterrein wordt tegemoet gezien, waarin de entreefunctie én de geschiedenis een rol spelen.
    Kenmerk (deze vergadering)
    geen
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    notulen 05/03 2019
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/578
  11. 5 mrt. 2019

    Verslag, pagina 3

    Voorlopig ontwerp voor het renoveren en uitbreiden van een universiteitscomplex aan de Achter Sint Pieter 200 (Rijksmonument) [Binnenstad] in het kader van routing, werkplekken en verduurzaming, inclusief een glazen hoofdtoegang op het binnenplein en diverse dakopbouwen.

    Toon deze vergaderingVerberg deze vergadering
    Samenvatting door AI

    De commissie is positief over de aanpak, maar deelt de bezwaren van Erfgoed en Stedenbouw tegen de opbouw rond de lantaarn. Ook over de dakomloop, de metalen schil op het archiefgebouw en de historiserende restauratie worden aanbevelingen gedaan.

    Conclusie: Een aangepast ontwerp wordt tegemoet gezien.

    Brontekst
    D4 Achter Sint Pieter 200 (Rijksmonument) [Binnenstad] (O) Voorlopig ontwerp voor het renoveren en uitbreiden van een universiteitscomplex Aanvraag : Universiteit Utrecht Ontwerp : JHK / Verlaan & Bouwstra architecten In het complex wordt een aantal ingrepen gedaan ter verbetering van de routing, voor het uitbreiden van ontmoetings- en werkplekken en in het kader van verduurzaming. In de oksel aan noordwestzijde van het binnenplein komt de centrale toegang tot het complex, vormgegeven als een glazen volume. De latere uitbreiding van de vleugel uit 1914 wordt hiervoor gesloopt en op de hoeken aangeheeld in stijl met de gevel. Op het dak van het zeventiende-eeuwse deel aan Achter Sint Pieter komt, naast de bijzondere gebogen spanten van de mansardekap, een glazen doorloop opgebouwd uit een houtconstructie als referentie naar de oorspronkelijke spanten. Om de lantaarn in de noordoosthoek van het complex komt een dakopbouw afgewerkt met verticale metalen stroken. Aan de binnenzijde van de opbouw stelt architect Letteboer een houtconstructie voor als bij de eerder genoemde doorloop. De glazen gevel rond het trappenhuis van het archiefgebouw uit de jaren ’90, wordt vervangen door metalen beplating om de bezoeker naar de nieuwe glazen toegang te begeleiden. Architect Bouwstra vult nog aan dat voor de aanpak van het het interieur is gekozen voor een historiserende restauratie. De afdelingen Stedenbouw en Erfgoed hebben bezwaar tegen de opbouw om de lantaarn. Conclusie De commissie is positief over de aanpak van deze complexe opgave, waarbij de verschillende bouwdelen voor zich spreken en de nieuwe bouwdelen heldere toevoegingen zijn. De meningen van de afdelingen Erfgoed en Stedenbouw worden gedeeld met betrekking tot de opbouw rond de lantaarn: deze is ongewenst in relatie tot het gebouw maar ook in het gevelbeeld aan het Pieterskerkhof. Zowel in volume als uitstraling moet gezocht worden naar een terughoudendere oplossing. De dakomloop op bouwdeel B moet als onderdeel van het dakenlandschap ontworpen te worden, ontworpen met zo min mogelijk architectonische middelen, waarbij hout niet per se noodzakelijk is. De vervanging van de glazen gevel voor een metalen schil op het archiefgebouw wordt niet als verbetering gezien; voor de begeleiding van de bezoeker biedt de inrichting van de binnenhof voldoende kansen. Ook door meer allure aan de entree toe te voegen zal deze als hoofdtoegang herkenbaarder zijn. Aan de architecten wordt verzocht te onderzoeken of de grote dakkapellen op het archiefgebouw - bijvoorbeeld door kleurgebruik - minder als verdieping kunnen worden ervaren. De ruimtelijke hoek bij de gebogen wand op de begane grond bij bouwdeel B uit de jaren ’90 zou geoptimaliseerd kunnen worden; mogelijk kan hier de extra ruimte geschonken worden die met de dakopbouw wordt gezocht. Geadviseerd wordt om bij de historiserende restauratieve aanpak van de diverse bijzondere ruimtes, zoals bij de vervanging van de stoffering, het oorspronkelijke palet als uitgangspunt te nemen. Voor de inrichting van de binnenhof mist een historische analyse als basis voor het ontwerp. Een aangepast ontwerp wordt tegemoet gezien.
    Kenmerk (deze vergadering)
    geen
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    onbekend
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/583