← Alle projecten

Archimedeskwartier

Vooroverleg m.b.t. het beeldkwaliteitsplan en het stedenbouwkundig plan (in navolging op het door de raad vastgestelde Stedenbouwkundig Programma van Eisen).

Gevonden adres
archimedeslaan 16
Locatie
exact adres Toon op kaart
Coördinaten
52.08912238, 5.15723998

Vergaderingen (1)

  1. 7 jul. 2026

    Verslag, pagina 4

    Vooroverleg m.b.t. het beeldkwaliteitsplan en het stedenbouwkundig plan (in navolging op het door de raad vastgestelde Stedenbouwkundig Programma van Eisen).

    Samenvatting door AI

    Het SPvE is in februari 2026 vastgesteld door de raad en nadien zijn het SP en het BKP verder uitgewerkt. De conceptversies (50% +) worden toegelicht, reacties worden opgehaald en na de zomer zal een bijgewerkte versie worden besproken.

    Conclusie: Vooroverleg. Het stedenbouwkundig plan met de rug, de paviljoens in het midden en de randbebouwing met accenten is een goede basis om op door te werken.

    Brontekst
    4. Archimedeskwartier CvB Vooroverleg m.b.t. het beeldkwaliteitsplan en het stedenbouwkundig plan (in navolging op het door de raad vastgestelde Stedenbouwkundig Programma van Eisen). Aanvraag : KWP Projectmanagement Ontwerp en toelichting : Menno Moerman, FLUX Aanwezig Gemeente : Gregor van Lit, Linda Kuik (zie verslag 13/05 2025) Gespreksverslag Het SPvE is in februari 2026 vastgesteld door de raad en nadien zijn het SP en het BKP verder uitgewerkt. De conceptversies (50% +) worden toegelicht, reacties worden opgehaald en na de zomer zal een bijgewerkte versie worden besproken. Het betreft hier een woonwijk met een hoge dichtheid binnen het bestaande stedelijke gebied. De uitgangspuntenkaart fixeert de ruimtelijke hoofdopzet en biedt het kader waarbinnen na vaststelling wordt gewerkt. Puntsgewijs lichten de architecten de uitgangspunten toe. De projectgroep is aanwezig om reactie op te halen en de feedback van de commissie is bedoeld om het eindproduct sterker te maken. Conclusie: vooroverleg Het stedenbouwkundig plan met de rug, de paviljoens in het midden en de randbebouwing met accenten is een goede basis om op door te werken. In die doorwerking zijn er echter nog veel vragen en opmerkingen. Het BKP mist scherpte en veel regels zijn nog te vrijblijvend. Ook mist de commissie belangrijke kaarten en profielen. De commissie raadt aan de regels explicieter te maken. Het is niet precies duidelijk wat men wil bereiken qua sfeer en karakter van de wijk en daardoor kan de commissie daar ook niet goed op toetsen. Hoofdthema in het gesprek is de zoektocht naar identiteit en de keuze tussen samenhang en verschil. De commissie is van mening dat de conceptuele keuzes nog scherper geformuleerd kunnen worden. Hoe verhoudt de wijk zich tot de omgeving, waar is samenhang in de bebouwing en waar juist contrast? De commissie verwijst naar haar inhoudelijke reactie. De commissie reageert als volgt: • Het stedenbouwkundig plan is een goede basis, maar de architectonische uitgangspunten zijn nog niet voldoende overtuigend. Het is niet geheel duidelijk waarom voor deze uitgangspunten is gekozen: de positie van de kappen roept vragen op, de pandsgewijze opdeling van de lange wand (de rug) overtuigt niet en de ontwikkeling oogt erg generiek. De commissie adviseert op conceptueel niveau scherpere keuzes te maken tussen samenhang en contrast. Wat is de betekenis van de rand? Wat is onderdeel van het binnenmilieu? De parkvilla’s hebben bijvoorbeeld een duidelijk andere typologie, terwijl de korrelgrootte in de rand wordt voortgezet. Ook wordt aanbevolen iets uit te zoomen. Hoe past dit gebied in de grotere schaal en hoe wordt het gebied bijvoorbeeld vanaf de snelweg beleefd. De stedenbouwkundige opzet biedt juist heel veel aanleiding om hier een bijzondere woonwijk te maken met een eigen signatuur. • Het voorstel voor het inrichtingsplan is in grote lijn zorgvuldig. Bij de vervolgstappen is het noodzakelijk de exacte locatie van bestaande bomen in te tekenen. Wadi’s en sportvoorzieningen mogen geen negatieve invloed hebben op bestaande bomen en wortelstructuren. In het inrichtingsplan wordt wel een belangrijke centrale plek in het park gemist. Wat is het hart van de wijk? • De inrichting van het tweede maaiveld is erg belangrijk. De commissie wil bij de volgende sessie graag inzicht in de manier waarop er aan dit maaiveld wordt gewoond. Is het dek bereikbaar via de woningen, zijn er galerijen? De groenbeleving voor bewoners is hier essentieel. De commissie adviseert de condities te benoemen die nodig zijn om een binnentuin met opgaand groen te maken. Hier is meer nodig dan natuurdaken. Ook de interactie tussen de hoger gelegen daken en het maaiveld is een punt van aandacht. Aan de randen van plinten en aan de zuidzijde (waar de parkeergarage het groen raakt) zijn mogelijkheden voor interessante overgangen, contactpunten, opgangen etc. • De commissie adviseert meer nadruk te leggen op de gezamenlijke voorzieningen en buurtvoorzieningen. Ze beveelt ook aan de verschillende doelgroepen zichtbaar te maken. Het is positief dat de buurtkamers via de poorten worden ontsloten. De commissie raadt aan hiervoor referentiebeelden toe te voegen (geen blinde gevels). Het is positief dat de poorten dubbelhoog worden uitgevoerd (6 meter breed). Het is echter wel belangrijk die maatvoering te borgen (geen balkons of galerijen die deze maat beperken). • De commissie adviseert ook een strategie te bepalen met betrekking tot balkons. Dit om te voorkomen dat de architectuur straks ‘verdwijnt’ achter een woud van uitstekende balkons. Het verdient aanbeveling om dit te beperken, bijvoorbeeld door zones aan te wijzen waar inpandige balkons het uitgangspunt zijn. • Met betrekking tot het kleur- en materiaalgebruik merkt de commissie op dat veel kleuren ton sur ton zijn. Hierdoor bestaat het risico dat gebouwen zich onvoldoende van elkaar derscheiden. De commissie adviseert op conceptueel niveau een heldere keuze te maken (bijvoorbeeld een eenduidige rand met aan de binnenzijde lichtgekleurde paviljoens?). Op het niveau van materialen mag ook een visie op duurzaamheid niet ontbreken. Expliciete uitspraken zijn gewenst. Bijvoorbeeld geen metaal of geen minerale steenstrips, maar juist wel circulaire/biobased materialen en/of bijvoorbeeld houten paviljoens? • De commissie adviseert een duurzaamheidsparagraaf op te nemen en ook uitgangspunten te formuleren voor installaties (bij voorkeur inpandig, maar niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte). Ze raadt ook aan uitgangspunten op te nemen m.b.t. het hergebruik van materialen of de bouw met hergebruikte materialen. Het onderwerp circulariteit kan krachtiger in het stuk worden neergezet. Thematisch reactie op architectonische uitgangspunten: De rug/rand is een stedenbouwkundig element dat onderscheidend mag zijn van het binnengebied. Kappen geven bijvoorbeeld schaal aan het gebied, maar waarom zou niet de gehele achterwand voorzien kunnen worden van kappen? Dat kan een bijzonder silhouet opleveren. De huidige positie van de kappen oogt te ‘random’. Ook relevant is de duiding van de overgang van de rug naar de stadsblokken. De paviljoens in het binnengebied zijn bij uitstek geschikt voor een bijzondere architectuur. Maar hoe verhouden ze zich tot elkaar en wat maakt ze bijzonder? Alleen een lichte kleur is niet voldoende, bovendien is ook dat niet onderscheidend, want de lichte kleur komt ook voor bij de rug. Verbijzondering in dakvorm bij de paviljoens is denkbaar, mits dit onderscheidend is van de rug. Opgemerkt wordt dat de paviljoens geen plint hebben, maar dat juist bij de paviljoens is de ooghoogtebeleving ook erg belangrijk is. De accenten die in het plan zijn aangewezen mogen zich onderscheiden van de rest van de bebouwing, maar de commissie heeft onvoldoende handvat in het BKP om hierop te sturen. Wat maakt deze bebouwing tot een accent en van waaruit moet dat zichtbaar zijn (bijvoorbeeld met een bijzondere kroon, een afwijkend gevelmateriaal, een dubbele oriëntatie op hoeken o.i.d.). De typologie van de balkons vraagt om een goede strategie en heldere uitgangspunten c.q. criteria. De commissie maakt zich grote zorgen dat het uiteindelijke gevelbeeld gedomineerd wordt door grote aantallen (uitstekende) balkons. Met de huidige uitgangspunten gaat het niet lukken om eenduidige gebouwen te maken. Het is niet duidelijk waar welke balkons zitten (alle zijden, uitpandig, inpandig, half inpandig?). De commissie adviseert strategische zones aan te wijzen waar bijvoorbeeld inpandige balkons gewenst zijn (dit hoeft niet overal). Ook onderzijden van balkons vragen aandacht en de transparantie van balustrades is ook wezenlijk voor het gevelbeeld (zicht op terrasmeubels en kratjes bier?). De galerijen aan de noordkant geven vergelijkbare zorgen. Als er gekozen wordt voor een pandsgewijze structuur betekent dit dat de galerijen niet achter de verschillen de gevels kunnen doorlopen (waardoor automatisch ook alle vloerniveaus gelijkgeschakeld worden). Het is essentieel dat blokken duidelijk herkenbaar zijn als bouwmassa en dat de galerijen een integraal onderdeel van de gebouwen zijn. Ook het aantal stijgpunten is relevant. De intensiteit van verkeersbewegingen voor de woningen langs heeft impact op het woongenot. De commissie ziet de vervolgstappen tegemoet.
    Kenmerk (deze vergadering)
    geen
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    verslag 13/05 2025
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/2364