← Alle projecten

Stedebouwvisie

Toelichting op de nieuwe Stedebouwvisie voor de gemeente Utrecht (concept, versie 75% gereed)

Gevonden adres
onbekend
Locatie
onbekend
Coördinaten
onbekend

Vergaderingen (1)

  1. 9 jan. 2024

    Verslag, pagina 7

    Toelichting op de nieuwe Stedebouwvisie voor de gemeente Utrecht (concept, versie 75% gereed)

    Samenvatting door AI

    Mevrouw van Wijk en de heer Zandbelt geven een toelichting op de nieuwe Stedebouwvisie als richtinggevend ruimtelijk kwaliteitskader voor Utrecht. De commissie bespreekt het document en merkt op dat het meer een 'kwaliteitsborgingssysteem' of inspiratiedocument is dan een stedenbouwkundig plan. Er worden vragen gesteld over de balans tussen generiek en specifiek, het ontbreken van benoeming van hete hangijzers zoals mobiliteit en ecologie, en de verhouding tot de bestaande stad en lange termijn ontwikkelingen.

    Conclusie: Geen formalistische besluitvorming; de bespreking dient als consultatie over de concept-Stedebouwvisie.

    Brontekst
    5. Stedebouwvisie (Omgevingscommissie + externe adviseurs en supervisoren) CvB Mevrouw van Wijk (gemeente Utrecht) en de heer Zandbelt (De Zwarte Hond) geven een toelichting op de nieuwe Stedebouwvisie voor de gemeente Utrecht (concept, versie 75% gereed). De ‘Stedebouwvisie’ (zonder n) is een leidraad die gaat over ambitie en is het richtinggevend ruimtelijk kwaliteitskader voor Utrecht, met focus op de kwaliteit van de leefomgeving en toekomstbestendigheid. Tegelijkertijd bestendigt de leidraad bestaand beleid en is het sturend in nieuwe ontwikkelingen. De visie wordt toegevoegd aan de RSU2040. Eén van de doelstellingen van de visie is het besparen van tijd en geld door op voorhand principes mee te geven die voor de gehele stad bruikbaar zijn. De visie is een kwaliteitsplan dat over alle beleidsafdelingen heen doorwerkt en een handvat biedt voor het borgen van ruimtelijke kwaliteit. De concept hoogbouwvisie wordt onderdeel van het document. De Stedebouwvisie werkt als volgt: -Er zijn gebieden/stedelijke zones (woonwijken, knopen en werkgebieden). Deze zijn verbonden met structuren (groenblauwe verbindingen, stadsstraten en functionele verbindingen). -De dynamiek van de stad wordt in drie kleuren op de kaart weergegeven (rust, reuring en ruis). -Vervolgens zijn er 4 hoofdkwaliteiten benoemd per plek: De menselijke maat in gebruik en omgeving Ruimte voor ontmoeting Een aangename leefomgeving Diversiteit en mening in de stad -Voortvloeiend uit de 4 hoofdkwaliteiten zijn er elf kwaliteitsprincipes geformuleerd. Per principe wordt- beschreven wat het doel is en worden richtlijnen gegeven om tot dat doel te komen. Het gaat er vervolgens om dat de juiste principes op de juiste plek worden toegepast. Niet alle principes zijn overal even belangrijk. Het prioriteren van bepaalde principes in specifieke gebieden en structuren zorgt voor diversiteit in de stad. Prioritering wordt gedaan door onderscheid te maken in drie niveaus: ’excellent, goed, basis’. Voor elke ontwikkeling moet een initiatiefnemer het gewenste kwaliteitsniveau aantonen met daarbij antwoord op de vraag hoe de ontwikkeling bijdraagt aan de kwaliteit van Utrecht. De principes zijn een palet aan mogelijkheden en per opgave kan op deze manier onderzocht worden wat een initiatief bijdraagt aan de stad. Het is de basis voor het gesprek met de gemeente (stedenbouw in samenwerking met de commissie en/of een kwaliteitsteam). De aanwezigen (onder de noemer ‘commissie’) reageren als volgt Het product In de reactie staat centraal de vraag wat dit product nu precies is en of/hoe het gaat werken in het gebruik op stadsniveau en in discussies. Ook is het de vraag of bewoners (geïnterviewden) zich herkennen in dit product. Wat waren de verwachtingen en worden die waargemaakt. Aanwezigen merken op dat het geen Stedebouwvisie is, maar een ‘Kwaliteitsborgingssysteem’. Als systeem zit het zeker ingenieus en doordacht in elkaar en het is in die zin nuttig. Aangeraden wordt een volgende opgave te formuleren. Met bijvoorbeeld een ‘Stadsplan’, waarin de grote ruimtelijke ingrepen in de stad (nieuwe verbindingen, lange gebiedsoverstijgende lijnen) kunnen worden opgetekend, kan het document compleet worden gemaakt. Het model wordt gezien als ‘de bekisting’ en op basis van dit document kunnen (c.q. moeten) stedenbouwkundige kaders worden opgesteld waarin de elementen van het model gebruikt worden. De naam ‘visie’ roept nog te veel vragen op als het gaat over de verwachtingen m.b.t. dit document. Feitelijk zou de Stedenbouwvisie het gat moeten dichten tussen wat er is en wat er nog niet is. In die zin is het document te dien als ‘inspiratiedocument’. Hierbij komt ook aan de orde dat een andere stad niet tot een fundamenteel andere matrix komt (verwezen wordt naar de ‘flyer met 10 vuistregels’ van andere steden). Elke stad heeft een station, woningen en bedrijventerreinen. Deze matrix is geen antwoord op de Utrechtse identiteit. De opstellers geven aan dat op basis van het document vooral de juiste vragen gesteld kunnen worden. In de Omgevingsvisies voor gebieden wordt de vertaling gemaakt naar concreet niveau. De antwoorden volgen dan uit nader ruimtelijk onderzoek of gebiedsvisies die per wijk kunnen worden ingekleurd (met aandacht voor de typische lokale identiteit). Het model fungeert om op voorhand mee te geven welke kwaliteit waar wordt verwacht. De Stedebouwvisie kan dan dienen als overkoepelend kwaliteitsborgingssysteem. Balans tussen generiek en specifiek Het model is als basis bruikbaar maar kwaliteiten zijn heel generiek beschreven, terwijl sommige richtlijnen weer véél te specifiek zijn (campus met losse torens, vereiste diepte van setbacks etc.). De knopen liggen allemaal in verschillende gebieden en het document doet geen uitspraak over hoe je omgaat met diversiteit op lokaal niveau. Dit gaat ook over veelkleurigheid van de woonwijken en de nieuwe kernen. Het uitgangspunt de diversiteit te omarmen wordt gedeeld maar in de toekenning van ‘kwaliteitslevels’ is dat nog niet goed zichtbaar. De opgaven in Overvecht zijn bijvoorbeeld anders dan in Vleuten - De Meern. Hete hangijzers Het document gaat vooral over het verhaal dat op de beleving van bewoners is gestoeld. Dat is op zich een prettige invalshoek, maar de balans slaat door naar groen, rust en droombeelden. Hete hangijzers worden niet benoemd. Er worden bijvoorbeeld geen uitspraken gedaan over mobiliteit (groen en gezellig, maar waar blijven de auto’s?) en een ecologische visie ontbreekt. Wat betekent bijvoorbeeld het ‘bouwen vanuit de bodem’ en is dan de Uithof de beste plek om hoog te bouwen? Hoe verhoudt zich dit tot de lange termijn (100 jaar). Idealiter doet het document uitspraken over grote langjarige ontwikkelingen, waar we nu al visie op willen ontwikkelen. Het model is opgesteld vanuit het perspectief van de burger. Daarbij wordt uitgegaan van bestaande situaties met de verwachting van bewoners te faciliteiten dat ze binnen die context gelukkiger gemaakt worden door de overheid. Bewoners willen bijvoorbeeld meer groen en willen om de hoek parkeren. De beelden tonen ook veel groen, maar is dat realistisch. Waar blijft de infrastructuur voor de auto? Ook op de ingewikkelde en ongemakkelijke vragen moeten antwoorden worden geformuleerd. Grote ingrepen vallen nu tussen wal en schip en worden niet geduid op kaarten. Structurerende stedelijke elementen moeten wel eerlijk worden weergegeven in het document. Het lijkt ook essentieel dat er keuzes gemaakt worden. Inhoudelijk Er wordt nog gewerkt aan het kaartmateriaal. In dat kader wordt aangeraden de echte beelddragers van de stad op te nemen (parken, watergangen, stadsranden, nieuwe projecten en toevoegingen etc.). Nadere duiding van de overgang van Beurskwartier naar Binnenstad is hierin ook een goed voorbeeld. Ook wordt aangeraden ‘lange lijnen’ toe te voegen. In dit verband wordt gesproken over de metro die idealiter in een rechte lijn van oost naar west, van Leidsche Rijn naar de Universiteit Utrecht, loopt. Wat zijn hierin de visie en ambitie? Ook hierbij geldt dat het gaat over een lange termijn. De commissie mist veel onderwerpen in dit document, maar heeft wel het gevoel dat dit geborgd is in andere beleidsdocumenten. Ook nieuwe thema’s verdienen nog aandacht (klimaatadaptatie, wateroverlast, circulariteit (biobased bouwen), natuurinclusiviteit). Het thema ‘water’ zou een belangrijke rol moeten spelen in de visie. Het is een opgave dat beleidsterreinen zich tot elkaar blijven verhouden. Het document raakt veel beleidsterreinen (economie, sociaal, mobiliteit, programma etc.) Het is de vraag hoe dat alles relateert aan wat je wenst. En ook is het dan de vraag of dit model dan daadwerkelijk snel en kostenbesparend werkt. Afsluitend In het gesprek is niet concreet ingegaan op de ‘bouwhoogtekaart’. Wellicht kan hierover in een vervolgsessie worden doorgepraat. Wel wordt opgemerkt dat veel van de principes gaan over nieuwbouw. Geadviseerd wordt om ook duidelijke uitspraken te doen over hoe wordt omgegaan met de bestaande stad en hoe je deze beter maakt. Dit gaat over stedelijke ambities versus de schaal van de leefomgeving (bijvoorbeeld de impact van dakopbouwen). Het is opvallend dat de belangrijkste motto’s van de jaren ’70 (menselijke maat en ontmoeting) weer heel actueel zijn!
    Kenmerk (deze vergadering)
    geen
    Verwijzing naar eerdere vergadering
    onbekend
    Brondocument
    https://welstandutrecht.nl/documenten/1046